Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica H4 NN 1 havo/ vwo (voornaamwoorden)

Total questions: 21

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Welke prijs heeft dat team van Delft eigenlijk gewonnen met deze wagen op zonne-energie?

a)

Aanwijzend voornaamwoord

b)

Vragen voornaamwoord

c)

Lidwoord

d)

Werkwoord

2.

Welke prijs heeft dat team van Delft eigenlijk gewonnen met deze wagen op zonne-energie?

a)

Aanwijzend voornaamwoord

b)

Vragend voornaamwoord

c)

Bepaald lidwoord

d)

Zelfstandig naamwoord

3.

Welke prijs heeft dat team van Delft eigenlijk gewonnen met deze wagen op zonne-energie?

a)

Aanwijzend voornaamwoord

b)

Vragend voornaamwoord

c)

Bepaald lidwoord

d)

Zelfstandig naamwoord

4.

Welke prijs heeft dat team van Delft eigenlijk gewonnen met deze wagen op zonne-energie?

a)

Aanwijzend voornaamwoord

b)

Onbepaald lidwoord

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Werkwoord

5.

Menigeen denkt dat in Nederland alles wel groeit, omdat het hier zo vochtig is, maar lang niet elke plant gedijt in dit zeeklimaat.

a)

Vragend voornaamwoord

b)

Onbepaald voornaamwoord

c)

Aanwijzend voornaamwoord

d)

Persoonlijk voornaamwoord

6.

Menigeen denkt dat in Nederland alles wel groeit, omdat het hier zo vochtig is, maar lang niet elke plant gedijt in dit zeeklimaat.

a)

Vragend voornaamwoord

b)

Onbepaald voornaamwoord

c)

Aanwijzend voornaamwoord

d)

Persoonlijk voornaamwoord

7.

Menigeen denkt dat in Nederland alles wel groeit, omdat het hier zo vochtig is, maar lang niet elke plant gedijt in dit zeeklimaat.

a)

Bepaald lidwoord

b)

Onbepaald lidwoord

c)

Onbepaald voornaamwoord

d)

Persoonlijk voornaamwoord

8.

Menigeen denkt dat in Nederland alles wel groeit, omdat het hier zo vochtig is, maar lang niet elke plant gedijt in dit zeeklimaat.

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Onbepaald voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

9.

Menigeen denkt dat in Nederland alles wel groeit, omdat het hier zo vochtig is, maar lang niet elke plant gedijt in dit zeeklimaat.

a)

Vragend voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Ontegenzeggelijk voornaamzetsel

d)

Bijvoeglijk naamwoord

10.

Zo'n transplantatieorgaan ziet er misschien niet erg smakelijk uit, maar wat maakt dat uit voor de ontvangende patiënt?

a)

Aanwijzend voornaamwoord

b)

Vragend voornaamwoord

c)

Bijvoeglijk voornaamwoord

d)

Zelfstandig naamwoord

11.

Zo'n transplantatieorgaan ziet er misschien niet erg smakelijk uit, maar wat maakt dat uit voor de ontvangende patiënt?

a)

Aanwijzend voornaamwoord

b)

Vragend voornaamwoord

c)

Werkwoord

d)

Bijvoeglijk naamwoord

12.

Zo'n transplantatieorgaan ziet er misschien niet erg smakelijk uit, maar wat maakt dat uit voor de ontvangende patiënt?

a)

Aanwijzend voornaamwoord

b)

Vragend voornaamwoord

c)

Bijvoeglijk naamwoord

d)

Onbepaald lidwoord

13.

Zo'n transplantatieorgaan ziet er misschien niet erg smakelijk uit, maar wat maakt dat uit voor de ontvangende patiënt?

a)

Bepaald lidwoord

b)

Onbepaald lidwoord

c)

Bruh

d)

Zelfstandig naamwoord

14.

Zo'n transplantatieorgaan ziet er misschien niet erg smakelijk uit, maar wat maakt dat uit voor de ontvangende patiënt?

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Vragend voornaamwoord

c)

Bijvoeglijk naamwoord

d)

Onbepaald voornaamwoord

15.

Ik zou zulke blauwe bessen niet eten, want die kunnen giftig zijn.

a)

Vragend voornaamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Zelfstandig naamwoord

d)

Aanwijzend voornaamwoord

16.

Ik zou zulke blauwe bessen niet eten, want die kunnen giftig zijn.

a)

Onbepaald voornaamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Zelfstandig naamwoord

d)

Werkwoord

17.

Ik zou zulke blauwe bessen niet eten, want die kunnen giftig zijn.

a)

Onbepaald voornaamwoord

b)

Bijvoeglijk voornaamwoord

c)

Zelfstandig voornaamwoord

d)

Aanwijzend voornaamwoord

18.

Iemand vroeg in het kennismakingsgesprek aan de nieuwe president wat voor mand hij eigenlijk was.

a)

Vragend voornaamwoord

b)

Aanwijzend voornaamwoord

c)

Onbepaald voornaamwoord

d)

Bijvoeglijk voornaamwoord

19.

Iemand vroeg in het kennismakingsgesprek aan de nieuwe president wat voor mand hij eigenlijk was.

a)

Zelfstandig naamwoord

b)

Bijvoeglijk naamwoord

c)

Bepaald lidwoord

d)

Onbepaald lidwoord

20.

Iemand vroeg in het kennismakingsgesprek aan de nieuwe president wat voor mand hij eigenlijk was.

a)

Vragend voornaamwoord

b)

Onbepaald voornaamwoord

c)

Aanwijzend voornaamwoord

d)

We hebben bijna vakantie!

21.

Iemand vroeg in het kennismakingsgesprek aan de nieuwe president wat voor mand hij eigenlijk was.

a)

Werkwoord

b)

Zelfstandig naamwoord

c)

Bijvoeglijk naamwoord

d)

Onbepaald lidwoord