wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Elektriciteit

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Welke eenheid hoort bij spanning?
a)
Ampère
b)
Watt
c)
Ohm
d)
Volt
2.
Wat betekent het volgende symbool?
a)
Lampje
b)
Batterij
c)
Schakelaar
d)
Meter
3.
Hoeveel Volt wijst de meter aan?
a)
10
b)
11
c)
12
d)
13
4.
Welk soort schakeling staat op het plaatje?
a)
Serieschakeling
b)
parallelschakeling
c)
hotelschakeling
d)
gemengde schakeling
5.
Hoeveel batterijen van 1,5 Volt zijn er nodig om een spanning te maken van 9 Volt?
a)
4
b)
5
c)
6
d)
7
6.
Koper is een 
a)
goede elektrische geleider
b)
slechte elektrische geleider
7.
Een reed-contact is een schakelaar die werkt met behulp van
a)
licht
b)
warmte
c)
magnetisme
d)
zwaartekracht
8.
27 mA = 
a)
2700 A
b)
270 A
c)
0,27 A
d)
0,027 A
9.
16 kV = 
a)
16000 V
b)
160 V
c)
0,16 V
d)
0,0016 V
10.
In de figuur zijn 3 dezelfde lampjes aangesloten op een batterij van 4,5 Volt.
Welke stelling is juist?
a)
Alle lampjes branden even fel.
b)
Het rechter lampje brandt het felst.
c)
Het rechter lampje brand het zwakst.
d)
Kan je niet weten omdat de stroomsterkte niet gegeven is.
11.
5 identieke lampjes zijn aangesloten op een batterij van 9 Volt.
Welke stelling is juist?
a)
Lampjes 1 en 2 branden het felst.
b)
Lampjes 3, 4 en 5 branden het felst.
c)
Alle lampjes branden even fel.
d)
Kan je niet weten want de stroomsterkte is niet gegeven.
12.
5 identieke lampjes zijn aangesloten op een batterij van 9 Volt.
Welke stelling is juist?
a)
Lampjes 1 en 2 branden het felst.
b)
Lampjes 3, 4 en 5 branden het felst.
c)
Alle lampjes branden even fel.
13.
In een serieschakeling is de spanning overal hetzelfde.
a)
Waar
b)
Niet waar
14.
In een parallelschakeling is de stroomsterkte overal hetzelfde.
a)
Waar 
b)
Niet waar
15.
Met welke schakeling bepaal je de weerstand van het lampje?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
16.
Over een Ohmse weerstand van 25 Ohm staat een spanning van 100 Volt.
Hoe groot is de stroomsterkte door de Ohmse weerstand?
a)
2500 A
b)
0,25 A
c)
4 A
d)
125 A
17.
Weerstand 1 (12 Ohm) is in serie geschakeld met weerstand 2 (24 Ohm). 
Wat is de waarde van de vervangingsweerstand?
a)
36 Ohm
b)
12 Ohm
c)
2 Ohm
d)
0,5 Ohm
18.
Een batterij (9 V) laat een lampje branden (4 V; 0,30A). In serie met het lampje is een weerstand geschakeld.
Hoe groot is de spanning over de weerstand?
a)
9 V
b)
5 V
c)
4 V
d)
13 V
19.
Welke spanning geeft de Voltmeter aan?
a)
1,25 V
b)
1,5V
c)
12,5 V
d)
15 V