WorksheetsSpelling week 6 2F
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Toen ik mijn veters kon strikken, kreeg ik daar een ........ voor.
a)
diplomatje
b)
diploma'tje
c)
diplomaatje
d)
diploma-tje
2.
Ik ........ deze beroemdheid niet.
a)
benijd
b)
benijdt
3.
Vroeger ........ wij weleens een heel varken.
a)
braden
b)
braadde
c)
brade
d)
braadden
4.
Er klonk een ........ door het bos.
a)
angststschreeuw
b)
angstschreeuw
c)
angtsschreeuw
d)
angschreeuw
5.
(Leestekens.) Kom even hierheen........ zodat je me goed kunt verstaan.
a)
; (puntkomma)
b)
: (dubbele punt)
c)
. (punt)
d)
, (komma)
6.
De chirurg verricht elke dag tien ........ .
a)
operatie's
b)
operaties
7.
Ik slaap het liefst onder een plaid ........ gemaakt is van echte wol.
a)
die
b)
dat
c)
wat
8.
Nou zeg, wat ........ jij je eigenlijk?
a)
verbeeldt
b)
verbeeld
c)
verbeelt
9.
Het afval wordt hier zomaar ........ .
a)
gedumpdt
b)
gedumpd
c)
gedumpt
d)
gedumped
10.
In de drukke tijd is het hier nogal ........ .
a)
hacktisch
b)
hectisch
c)
hektisch
d)
hecktisch
100 %
