wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Enzymen LM1CD (2017)

Total questions: 39

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.
Waarom is koorts schadelijker dan onderkoeling?
a)
De enzymen gaan denatureren.
b)
Nee, koorts is niet gevaarlijker
2.
Amylase breekt zetmeel af tot?
a)
Amylose
b)
Vetzuren
c)
Glucose
d)
Maltose
3.
Waarom hebben warmbloedige dieren een goede stofwisseling?
a)
omdat hun enzymen altijd goed moeten werken
b)
warmbloedig moet koudbloedig zijn
4.
Bij welke temperatuur werken enzymen het beste?
a)
21 ⁰C
b)
37 ⁰C
c)
45 ⁰C
d)
geen van deze
5.
Welke van deze is een enzym?
a)
amylose
b)
amylase
c)
amyluse
d)
amyise
6.
Waar bestaat een nulceotide uit?
a)
fosfaat, suiker, stikstofbase
b)
ribose, dna, rna
c)
cytosine, guanine, adenine
7.
Wat staat er tegenover adenine?
a)
cytosine
b)
guanine
c)
thymine
8.
Waarin wordt de groote van DNA-moleculen uitgedrukt?
a)
Nucleotiden
b)
Basenparen
c)
Nucleïnezuren
9.
Wat bedoelt met een dubbele helix?
a)
2 stikstofbase
b)
4 stikstof base
c)
8 stikstof base
10.
Waaruit is een triglyceride opgebouwd?
a)
Glycerol en vetzuren
b)
Oliën en vetten
c)
Alleen vetten
11.
Bij bepaalde lipiden is één van de vetzuren vervangen door een fosfaatgroep, welke is dat?
a)
Lipiden
b)
Fosforlipiden
c)
Fosfolipiden
d)
Fosfaatlipiden
12.
Wat is een ander woord voor vetten?
a)
Lipaze
b)
Vetaze
c)
Vetta
d)
Lipiden
13.
Zijn vetmoleculen oplosbaar in w
a)
ja, ze zijn hydrofoob
b)
ja, ze zijn hydrofiel
c)
nee, ze zijn hydrofoob
d)
nee, ze zijn hydrofiel
14.
Waar worden enzymen tegenwoordig steeds vaker ingezet?
a)
dierentuinen
b)
medicijnen
c)
boter
15.
Hoe kweekt men micro-organismen?
a)
fermentoren
b)
biervaten
c)
oven
16.
Wat is een type remstof?
a)
Halogene
b)
Niet-metalen
c)
Zware metalen
d)
Edelgassen
17.
Wat betekend remstof?
a)
Het kan de activiteit verhogen van enzymen
b)
Eiwit dat bepaalde activiteiten kan doen afnemen
c)
Eiwit dat bepaalde activiteit kan aanemen
18.
Wat is een remstof?
a)
Een hormoon
b)
Een substraat
c)
Een enzym
19.
Is een remstof reversibel?
a)
Ja
b)
Nee
c)
Misschien
d)
Af en toe
20.
Hoe heet het al het enzym en het substraat bij elkaar komen?
a)
Enzymsubstraatpaleis
b)
Substraatenzympaleis
c)
Enzymsubstraatcomplex
d)
Substraatenzymcomplex
21.
Een .............. is een onmisbare hulpstof voor een goede werking van enzymen
a)
Enzymfactor
b)
Hulpenzym
c)
Co-enzym
d)
Hulpfactor
22.
De naam van een enzym is vaak afgeleid van het substraat met achtervoegsel....
a)
-ase
b)
-ose
c)
-osu
d)
dOra the explorer
23.
Waar is de actieve plaats van een enzym?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
24.
Wat noemt men koolwaterstoffen in levende cellen?
a)
Organismen
b)
An-organische moleculen
c)
Biomoleculen
d)
Zuurstof
25.
Voor hoeveel procent bestaat een cel uit water?
a)
100%
b)
70-90%
c)
40-60%
d)
30-40%
26.
Hoe heet het vrijkomen van water bij synthese van polymeren?
a)
hydrolyse
b)
condensatie
c)
polymerisatie
d)
fotsynthese
27.
Wat is een voorbeeld van een product waar proteïnen in zitten?
a)
Olien
b)
Melk
c)
Vetten
d)
Geneesmiddelen
28.
Wat is opgebouwd uit aminozuren?
a)
Enzymen
b)
Vetten
c)
Suikers
29.
Waar kan je eiwit mee aantonen?
a)
Biureet
b)
Fehling A en B
c)
Lugol
d)
Salpeterzuur
30.
Door welk(e) verteringssap(pen) wordt glucose afgebroken?
a)
speeksel
b)
gal
c)
darmsap
d)
alle bovenstaande
31.
Hoe heet het enzym dat glucose afbreekt?
a)
glucosidase
b)
glucoase
c)
glucase
d)
glucose-enzym
32.
Wat gebeurt er met amylase als de pH te laag is?
a)
enzym gaat denatureren
b)
enzym werkt sneller
c)
enzym gaat naar bedje toe
d)
enzym werkt zeer traag
33.
Wat is een pH optimum?
a)
Dat is wanneer enzymactiviteit het laagst is?
b)
Dat is een grafiek waarin de invloed van pH op enzymen zijn
c)
Dat is wanneer enzymactiviteit het hoogst is
34.
Bij welke pH werken de enzymen in de maag het beste?
a)
12
b)
7
c)
2
d)
alle bovenstaande
35.
Bij welke pH werken enzymen in je mond het beste?
a)
basisch
b)
neutraal
c)
zuur
36.
Waar bestaan polysachariden uit?
a)
disachariden
b)
monosachariden
c)
aminozuren
d)
lipiden
37.
Wat wordt zetmeel als het amylase in aanraking komt?
a)
Maltose
b)
Sacharase
c)
Pepsine
38.
Hoeveel verschillende aminozuren zijn er in de natuur ontdekt?
a)
20
b)
450
c)
500
d)
100.000
39.
Welk van deze is een aminozuur?
a)
Links
b)
Rechts
c)
Geen één van deze twee