Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

LV en MV

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

De coach besprak de tactiek met de kinderen.

a)

de coach

b)

de tactiek

c)

de kinderen

d)

besprak

2.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Plotseling hoorden we een hoge pieptoon.

a)

plotseling

b)

hoorden

c)

pieptoon

d)

een hoge pieptoon

3.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Zij liet het estafettestokje bijna vallen.

a)

Zij

b)

estafettestokje

c)

het estafettestokje

d)

vallen

4.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Kun je het lijdend voorwerp vinden in deze zin?

a)

het lijdend voorwerp

b)

in deze zin

c)

kun je vinden

d)

vinden

5.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Jens kreeg veel cadeautjes voor zijn verjaardag.

a)

Jens

b)

voor zijn verjaardag

c)

cadeautjes

d)

veel cadeautjes

6.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Mijn oma vindt het schilderij van Jeroen Bosch heel mooi.

a)

het schilderij

b)

mijn oma

c)

het schilderij van Jeroen Bosch

d)

heel mooi

7.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Hij liet op zijn mobieltje een gekke foto zien.

a)

op zijn mobieltje

b)

een gekke foto

c)

hij

d)

liet zien

8.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

De politie nam de insluiper mee naar het bureau.

a)

De politie

b)

de insluiper

c)

het bureau

d)

naar het bureau

9.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

De boze juf gooide een stift door de klas.

a)

De boze juf

b)

gooide

c)

een stift

d)

door de klas.

10.

Zoek het wwg:

Wat heeft je vriendin jou eigenlijk verteld?

a)

wat verteld

b)

heeft verteld

c)

jou

d)

verteld

11.

Zoek het wwg:

De terroristen hebben extreem gewelddadig gehandeld.

a)

de terroristen

b)

gehandeld

c)

hebben gehandeld

d)

hebben extreem gehandeld

12.

Zoek het onderwerp

Niemand was bij de intocht van Sinterklaas onder de indruk van de rode Pieten.

a)

de intocht van Sinterklaas

b)

de rode Pieten

c)

de indruk

d)

niemand

13.

Zoek het onderwerp:

Zijn complete platenverzameling heeft mijn opa aan zijn liefste kleinkind gegeven.

a)

platenverzameling

b)

zijn complete platenverzameling

c)

mijn opa

d)

zijn liefste kleinkind

14.

Zoek de pv:

Doorgaans hebben Bob en Dirk weinig tijd aan hun huiswerk besteed.

a)

hebben

b)

hebben besteed

c)

Bob en Dirk

d)

huiswerk

15.

Zoek het meewerkend voorwerp:

Marion heeft de straatmuzikant haar laatste wisselgeld gegeven.

a)

Marion

b)

de straatmuzikant

c)

haar wisselgeld

d)

haar laatste wisselgeld

16.

Zoek het lijdend voorwerp:

Kleding kopen mijn vriendinnen altijd in de uitverkoop.

a)

kleding

b)

mijn vriendinnen

c)

vriendinnen

d)

uitverkoop

17.

Zoek het meewerkend voorwerp:

Leerlingen van het vierde jaar geven geld aan Warchild.

a)

het vierde jaar

b)

leerlingen

c)

aan Warchild

d)

geld

18.

Zoek het meewerkend voorwerp:

Ze vragen daarom leerlingen om flessen te sparen.

a)

leerlingen

b)

ze

c)

flessen

d)

vragen

19.
Welke vraag moet je stellen om het lijdend voorwerp te vinden?
a)
Wie of wat + pv + onderwerp?
b)
Wie of wat + pv?
c)
Wie of wat + pv + onderwerp + gezegde?
d)
Wie of wat + onderwerp?
20.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?

Ze legde haar hand op zijn hand.

a)

Ze

b)

legde

c)

haar hand

d)

zijn

21.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?

Heeft de hond een bruine vacht?

a)

Heeft

b)

hond

c)

de hond

d)

vacht

22.

Wat is het onderwerp?

Door veel te sporten maak je spieren aan.

a)

Door

b)

Door veel te sporten

c)

maak

d)

je

23.

Wat is het onderwerp?

Wie dit ziet, wordt bang.

a)

Wie

b)

bang

c)

wie dit ziet

d)

wie dit

24.

Wat is het onderwerp?

Tegenwoordig jagen volwassenen ook op Pokemon.

a)

Tegenwoordig

b)

Volwassenen

c)

Pokemon

25.

Wat is het lijdend voorwerp?

Columbus ontdekte Amerika in 1492.

a)

Columbus

b)

Amerika

c)

in 1492

26.

Wat is het lijdend voorwerp?

Milo loste de puzzel op.

a)

Milo

b)

de puzzel

c)

op

27.

Wat is het meewerkend voorwerp?

Mario verklapte mij een geheim.

a)

Mario

b)

een geheim

c)

verklapte

d)

mij

28.

Wat is het meewerkend voorwerp?

De trainer gaf de spelers extra oefeningen.

a)

De trainer

b)

de spelers

c)

extra oefeningen

29.

Wat is het meewerkend voorwerp?

Je mag de rekening aan papa geven.

a)

Je

b)

de rekening

c)

aan papa

30.

Wat is het onderwerp in deze zin?

Welke resultaten kloppen echt?

a)

Welke

b)

resultaten

c)

welke resultaten

d)

kloppen