wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 basis hoofdstuk 7 geluid paragraaf 4+5

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Een korte, dunne snaar geeft een .......

toon.

a)

hoge

b)

lage

2.

Welke van deze instrumenten zijn snaar-instrumenten?

a)

contrabas

b)

gitaar

c)

piano

d)

trompet

3.

Een lange, dikke snaar geeft een

....

toon.

a)

hoge

b)

lage

4.

Een gitaar kun je stemmen door de snaren strakker of losser te draaien. Je maakt een snaar strakker. Daardoor wordt de toon .....

a)

lager

b)

hoger

5.

Je wilt een gitaar stemmen. Welke apparaten kun je daarbij gebruiken?

a)

stemvork

b)

sonar

c)

luidspreker

d)

digitaal stempapparaat

6.

De frequentie is het aantal meters per seconde dat het geluid aflegt.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Hoeveel trillingen maakt een geluid met een frequentie van 50 Hz?

a)

1 trilling in 50 seconden

b)

50 trillingen in 1 seconde

c)

50 trillingen in 1 uur

d)

50 trillingen in 50 seconden

8.

Welke stemvork maakt het laagste geluid?

a)

een stemvork van 220 Hz

b)

een stemvork van 440 Hz

c)

een stemvork van 880 Hz

d)

een stemvork van 2200 Hz

9.

De frequentie is het aantal trillingen per seconde.

a)

waar

b)

niet waar

10.

Een gitaar-snaar trilt met een frequentie van 100 Hz. Hoe vaak trilt de snaar per seconde?

a)

10 keer

b)

100 keer

c)

1000 keer

d)

10000 keer

11.

Een mens kan niet alle trillingen horen. Welke trillingen hoort een mens wel?

a)

trillingen onder de 20 Hz

b)

trillingen tussen de 20 en 20000 Hz

c)

trillingen boven de 20000 Hz

d)

trillingen onder de 10 Hz en boven de 30000 Hz

12.

Als je ouder wordt, wordt je frequentiebereik ...

a)

kleiner

b)

groter

c)

blijft gelijk

13.

Je blaast op een hondenfluitje. Jij hoort niks. Je hond komt naar je toe, hij hoort het wel. Wat is waar?

a)

het frequentiebereik van honden is groter dan dat van mensen

b)

het frequentiebereik van honden is kleiner dan dat van mensen

c)

het frequentiebereik van honden is hetzelfde dan dat van mensen

14.

Een hard geluid komt door een snelle trilling.

a)

waar

b)

niet waar

15.

Wat is een ander woord voor geluid-sterkte?

a)

frequentie

b)

hertz

c)

geluidsbron

d)

volume

16.

Het aantal trillingen per seconde bepaalt de geluid-sterkte.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Frequentie kun je meten met een decibel-meter.

a)

waar

b)

niet waar

18.

Geluid-sterkte meet je met een decibel-meter.

a)

waar

b)

niet waar

19.

De gehoor-drempel is het hardste geluid dat je kunt horen.

a)

waar

b)

niet waar

20.

De gehoor-drempel is ...

voor alle mensen hetzelfde.

a)

wel

b)

niet

21.

De gehoor-drempel is geluid met een hoog volume.

a)

waar

b)

niet waar

22.

De gehoor-drempel is hetzelfde als de pijngrens.

a)

waar

b)

niet waar

23.

Waar ligt de pijngrens voor het menselijk gehoor?

a)

bij 10 dB

b)

bij 40 dB

c)

bij 100 dB

d)

bij 140 dB

24.

Geluid met een geluid-sterkte boven de pijngrens doet pijn aan je oren.

a)

waar

b)

niet waar

25.

Gehoor-beschermers verminderen het geluid in je oor.

a)

waar

b)

niet waar

26.

Een geluid van 100 dB ligt onder de pijngrens. Je hoort het lang achter elkaar. Kan hierdoor je gehoor voor altijd beschadigen?

a)

ja

b)

nee

27.

Gehoor-beschermers verminderen het geluid van de geluid-bron.

a)

waar

b)

niet waar

28.

Geluid-hinder kan slecht zijn voor je gezondheid.

a)

waar

b)

niet waar

29.

Welke maatregelen worden er genomen om geluid-hinder van drukke wegen tegen te gaan?

a)

geluidwallen

b)

autobanden die minder geluid maken

c)

asfalt wat minder geluid maakt

d)

gehoorbeschermers voor de bestuurders

30.

Welke maatregelen worden er genomen om geluid-hinder van drukke wegen tegen te gaan?

a)

autobanden die minder geluid maken

b)

de radio in de auto aanzetten

c)

glas dat minder geluid doorlaat in de huizen langs de weg

d)

geluidschermen