wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling biologie klas 3 BB

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet het verdelen van dieren in bepaalde groepen?

a)

Opruimen

b)

Vakken vullen

c)

Ordenen

d)

Determineren

2.

Welke dier hoort bij de gewervelde dieren?

a)
b)
c)
d)
3.

Welke organen horen bij het verteringsstelsel?

a)

Nummer 3

b)

Nummer 4

c)

Nummer 6

d)

Nummer 7

4.

Waar zitten de voortplantingsorganen van planten?

a)

Bloemen

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Wortels

5.

Wat is een weefsel?

a)

1 bouwsteen van een organisme

b)

Een groep samenwerkende cellen, met dezelfde bouw en functie

c)

Een onderdeel van een organisme met een bepaalde taak/functie.

d)

Een aantal organen die samenwerken aan 1 bepaalde taak.

6.

Welk nummer heeft het cytoplasma (celplasma) en de celwand?

a)

Cytoplasma nummer 1, celwand nummer 3

b)

Cytoplasma nummer 1, celwand nummer 5

c)

Cytoplasma nummer 2, celwand nummer 3

d)

Cytoplasma nummer 2, celwand nummer 5

7.

Welke delen komen alleen bij plantencellen voor?

a)

Nummer 4

b)

Nummer 7

c)

Nummer 4, 5 en 7

d)

Nummer 4, 5, 6 en 7

8.

De darmen behoren tot het?

a)

Spierstelsel

b)

Uitscheidingsstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Bloedvatenstelsel

9.

De ogen behoren tot het?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Verteringsstelsel

c)

Zintuigenstelsel

d)

Uitscheidingsstelsel

10.

Welk dier is een vogel?

a)
b)
c)
d)
11.

Welk dier is een amfibie?

a)
b)
c)
d)
12.

Voor een medisch onderzoek wordt een microscopisch preparaat gemaakt van ontlasting. In dat preparaat zitten onder andere bacteriën, cellen van een spinazieplant en cellen van de darmwand. In de afbeelding is een deel van het preparaat getekend.


Welke letter geeft de cellen van een spinazieplant aan?

a)

Letter P

b)

Letter Q

c)

Letter R

13.

Een hardloper is tijdens het lopen op straat gevallen. De dokter wil de wond laten onderzoeken op de aanwezigheid van bacteriën. Hij maakt een preparaat van het wondvocht. Een laborant onderzoekt het preparaat. Hij vindt bacteriën, en cellen van dieren en planten. In de afbeelding is een deel van het preparaat getekend. Bij enkele cellen staat een letter.


Welke letter geeft de bacterie aan?

a)

Letter P

b)

Letter Q

c)

Letter R

14.

Op welke leeftijd krijgt een jongen meestal zijn eerste zaadlozing?

a)

Tussen 0 en 3 jaar

b)

Tussen 4 en 10 jaar

c)

Tussen 10 en 17 jaar

d)

Tussen 17 en 65 jaar

15.

Zaadcellen worden opgeslagen in het volgende onderdeel.

a)

Nummer 9

b)

Nummer 10

c)

Nummer 11

16.

Zaadvocht wordt toegevoegd door deze klieren:

a)

Nummer 4 en 5

b)

Nummer 9 en 10

c)

Nummer 4 en 10

d)

Nummer 5 en 11

17.

Welk nummer geeft de eierstok aan?

a)

Nummer 5

b)

Nummer 6

c)

Nummer 7

d)

Nummer 8

18.

Waar nestelt het embryo na de bevruchting?

a)

Nummer 5

b)

Nummer 6

c)

Nummer 7

d)

Nummer 8

19.

Welke drie levenskenmerken horen bij stofwisseling?

a)

Ademhalen

b)

Ontwikkelen

c)

Reageren op prikkels

d)

Uitscheiden

e)

Voeden

20.

Welke van onderstaande levensverschijnselen vertoont een plant?

a)

Stofwisseling

b)

Reageren op prikkles

c)

Groeien

d)

Voortplanten