wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T2 - H1 Taalverzorging Grammatica

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


De bange jongen hoorde een vreemd geluid op de zolder van het huis.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

2.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


De bange jongen hoorde een vreemd geluid op de zolder van het huis.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

3.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


De bange jongen hoorde een vreemd geluid op de zolder van het huis.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

4.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


De antieke televisie van mijn ouders is nu helemaal kapot.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

5.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


Met veel inspanning kon de keeper van het voetbalelftal het doelpunt voorkomen.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

6.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


Met veel inspanning kon de keeper van het voetbalelftal het doelpunt voorkomen.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

7.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


Met veel inspanning kon de keeper van het voetbalelftal het doelpunt voorkomen.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

8.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


In de pauze gaat Rob naar de snackbar aan de overkant van de school.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

9.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


In de pauze gaat Rob naar de snackbar aan de overkant van de school.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

10.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


Volgens de burgemeester kan voetbal vaker zonder politie.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

11.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


Volgens de burgemeester kan voetbal vaker zonder politie.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

12.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


Geert vliegt vanavond voor zijn werk naar Londen.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

13.

Benoem het onderstreepte rode zinsdeel.


Geert vliegt vanavond voor zijn werk naar Londen.

a)

Werkwoordelijk Gezegde (WG)

b)

Onderwerp (Ow)

c)

Lijdend Voorwerp (LV)

14.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?


De bange jongen hoorde een vreemd geluid op de zolder van het huis.

a)

De bange jongen

b)

hoorde

c)

hoorde een vreemd geluid

15.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?


De antieke televisie van mijn ouders is nu helemaal kapot.

a)

De antieke televisie van mijn ouders

b)

is

c)

is kapot

16.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?


Met veel inspanning kon de keeper van het voetbalelftal het doelpunt voorkomen.

a)

de keeper van het voetbalelftal

b)

kon

c)

kon voorkomen

17.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?


In de pauze gaat Rob naar de snackbar aan de overkant van de school.

a)

In de pauze

b)

gaat

c)

Rob

18.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?


Volgens de burgemeester kan voetbal vaker zonder politie.

a)

de burgemeester

b)

kan

c)

voetbal

19.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?


Geert vliegt vanavond voor zijn werk naar Londen.

a)

vliegt

b)

Geert

c)

Londen