wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De 4 weefsels van het menselijk lichaam

Total questions: 40

Worksheet time: 58mins

Name
Class
Date
1.

Wat is Meiose celdeling?

a)

Gewone celdeling

b)

Verdubbel celdeling

c)

Reductie celdeling

d)

Celdeling van de Hersencellen

2.

Wat zit er binnen in de celkern?

a)

Alle erfelijke informatie van de mens

b)

Eiwit korrels voor structuur

c)

Energie die de cel nodig heeft

d)

Alle boven genoemde antwoorden

3.

Wat zijn organellen?

a)

Alle organen in het menselijk lichaam

b)

Kleine onderdelen van de organen

c)

Andere naam voor weefsels

d)

Kleine onderdelen binnen een cel

4.

Wat is een weefsel?

a)

Een weefsel is een groep cellen van verschillende vorm en functie

b)

Een weefsel groep cellen met verschillende functies

c)

Een weefsel is een groep organen met dezelfde vorm en functie

d)

Een weefsel is een groep cellen met dezelfde vorm, functie en celafkomst

5.

Wat is het juiste volgorde van groot naar klein?

a)

Orgaan, Cel, Weefsel

b)

Cel, Weefsel, Orgaan

c)

Orgaan, Weefsel, Cel

d)

Weefsel, Cel, Orgaan

6.

Welk vorm heeft een cel van de plaveisel epitheelweefsel?

a)

Het bestaat uit vierkant cellen

b)

Het bestaat uit trilhaalvormige cellen

c)

Het bestaat uit platte cellen

d)

Het bestaat uit hoge cellen

7.

Wat zijn de vier weefsels van het menselijk lichaam?

a)

Kraakbeenweefsel, Hartweefsel, Botten, Spieren

b)

De huid, Zenuwweefsel, Vetweefsel, Orgaanweefsel

c)

Botten, Spieren, Zenuw, Huid

d)

Epitheelweefsel, Zenuwweefsel, Spierweefsel, Steunweefsel

8.

Wat is de functie van de Epitheel klierweefsel?

a)

Stoffen afscheiden

b)

Zorgt voor beweging van het lichaam

c)

Vormgeven aan organen

d)

Bedekken van lichaam onderdelen

9.

Wat is de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

Weefsel, Orgaan, Cel

b)

Cel, Orgaan, Weefsel

c)

Orgaan, Cel, Weefsel

d)

Cel, Weefsel, Orgaan

10.

Waar komt epitheelweefsel voor?

a)

Aan de binnenkant van je botten in het beenderstelsel

b)

Het komt alleen voor in het bloed

c)

Het bekleedt alle inwendige als uitwendige oppervlakte van het lichaam

d)

Het komt alleen voor in de opperhuid van je huid

11.

Welk vorm heeft cilindrisch eptiheelweefsel?

a)

Het bestaat uit platte cellen

b)

Het bestaat uit hoge cellen

c)

Het bestaat uit trilhaarvormige cellen

d)

Het bestaat uit vierkante cellen

12.

De functie van epitheelweefsel is het afscheiden van stoffen en bedekken van oppervlakten. Deze bewering is:

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Wat zijn groepen plaveisel cellen?

a)

Epitheelweefsel

b)

Bindweefsel

c)

Steunweefsel

d)

Zenuwweefsel

14.

Wat is een andere naam voor een spiercel?

a)

Spierbundel

b)

Spiervezel

c)

Neuron

d)

Dendriet

15.

Wat is een gewone celdeling?

a)

Meiose

b)

Mitose

16.

Wat is de functie van zenuwweefsel?

a)

Prikkels doorgeven in het lichaam

b)

Informatie verzamelen

c)

Zorgt voor bewegen van het lichaam

d)

Steun bieden

17.

Wat is de axon bij een zenuwcel?

a)

De langste onderdeel van de zenuwcel

b)

De korte vertakkingen aan de bovenkant

c)

Het ronde onderdeel

18.

Wat is de functie van een neuron?

a)

Het verzamelen van informatie

b)

Het bewegen van een spiervezel

c)

Doorgeven van elektrische prikkels

d)

Het hard maken van beenweefsel

19.
steunweefsel zorgt voor
a)
transport van bloedcellen
b)
prikkelgeleiding 
c)
bekleden  holle organen
d)
stevigheid
20.

weefsel is:

a)

een groep weefsel met dezelfde bouw

b)

groep cellen met dezelfde bouw, functie en celafkosmt

c)

een groep cellen die op elkaar lijken

d)

een groep weefsel met dezelfde functie en celafkomst

21.
ons lichaaam  heeft .......... soorten spierweefsel
a)
2
b)
3
c)
4
d)
5
22.

Van welk weefsel zijn pezen en gewrichtsbanden gemaakt ?

a)

spierweefsel

b)

zenuwweefsel

c)

epitheel

d)

steunweefsel

23.

Onze klieren bestaat uit het volgende weefsel

a)

steunweefsel

b)

spierweefsel

c)

zenuwweefsel

d)

epitheelweefsel

24.

Hoe worden zenuwcellen ook wel genoemd?

a)

Axonen

b)

Neuronen

25.

Hoe worden uitlopers van zenuwcellen ook wel genoemd?

a)

Dendrieten

b)

Axonen

26.

Wat behoort tot de 4 steunweefsel?

a)

Zenuweefsel, Spierweefsel, Epitheelweefsel, Kraabeenweefwsel

b)

Spierweefsel, Beenderweefsel, Kraakbeenweefsel, Bindweefsel

c)

Bindweefsel, Kraakbeenweefsel, de Spieren, Vast bindweefsel

d)

Bindweefsel, Kraakbeenweefsel, Beenweefsel, Bloed/lymfe

27.

Uit hoeveel lagen bestaat epitheelweefsel

a)

Alleen uit 3 lagen epitheel

b)

Enkel uit meerlalig epitheel

c)

uit eenlagig en meerlagig epitheel

d)

Enkel uit eenlagig epitheel

28.

Wat zijn endocriene klieren?

a)

Klieren die stoffen aan de oppervlakte afscheiden

b)

Klieren die wel een afvoerbuis hebben

c)

Klieren die geen afvoerbuis hebben

d)

Klieren zoals, Talgklieren

29.

Welke spieren komen voor in hart?

a)

Skeletspieren

b)

Willekeurige spieren

c)

Glad spierweefsel

d)

Onwillekeurige spieren

30.

Gladde spierweefsel staat onder invloed van ons wil (dus willekeurig):

a)

Juist

b)

Onjuist

31.

Uit hoeveel soorten weefsels bestaat bindweefsel?

a)

2

b)

1

c)

4

d)

3

32.

Wat zijn de 3 soorten bindweefsel?

a)

Kraakbeenweefsel, Beenweefsel, Bloed

b)

Dicht bindweefsel, Vast bindweefsel, Losmazig bindweefsel

c)

Dicht, vast, los

d)

Collagene vezels, Reticuline Vezels, Eastisch vezels

33.

Wat zijn collagene, elastische en reticuline vezels?

a)

Dit zijn bindweefsels

b)

Dit zijn bindweefselvezels

c)

Dit zijn soorten steunweefsels

d)

dit zijn vezels die in de beenweefsel voorkomen

34.

Welke soort vezel komt voor in de beenweefsel?

a)

Collagen vezels

b)

Reticuline Vezels

c)

Elastisch weefsels

d)

Vetweefsels

35.

Waar zorgen collagene en elastische vezels voor?

a)

stevigheid en glans

b)

stevigheid en flexibiliteit

c)

glans en flexibiliteit

36.

Uit welke vezels bestaat Vast bindweefsel?

a)

evenveel Elastische en reticuline vezels

b)

weinig collagene vezels

c)

Uit veel collagene vezels, weinig elastische en reticuline vezels

37.

Pezen en banden hebben veel kracht nodig. Uit welke soort bindweefsel bestaan ze?

a)

Losmazig bindweefsel

b)

Vast bindweefsel

c)

Dicht bindweefsel

38.

Losmazig bindweefsel is:

a)

hard en stevig

b)

Stevig en flexibel

c)

zacht en flexibel

39.

Wat is een andere naam voor glasachtig kraakbeen?

a)

Elastisch kraakbeen

b)

Hyalien kraakbeen

c)

Vezelig kraakbeen

40.

Waaruit bestaat Elastische kraakbeen?

a)

het bestaat uit veel collagenen vezels

b)

het bestaat uit veel reticuline vezels

c)

het bestaat uit veel elastische vezels