wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal actief thema 6 groep 6

Total questions: 36

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Mijn moeder is altijd erg consequent. Dat betekent..?

a)

dat mama altijd doet wat zij zegt

b)

dat mama nooit doet wat ze zegt

c)

dat mama soms doet wat ze zegt

2.

Inconsequent betekent..?

a)

dat je niet doet wat je van tevoren hebt gezegd

b)

dat je doet wat je van tevoren hebt gezegd

3.

Wat is communicatie?

a)

Het delen van gedachten, ideeën en informatie

b)

Het delen van geluidsfragmenten

c)

Het delen van informatie

4.

Wat is het tegenovergestelde van verbale communicatie (communiceren door middel van woorden)?

a)

Non-verbale communicatie (bijvoorbeeld lichaamstaal, symbolen, kleding en geluiden)

b)

Nooit-verbale communicatie (bijvoorbeeld lichaamstaal, symbolen, kleding en geluiden)

c)

Non-verbale communicatie (bijvoorbeeld door zingen en neuriën)

5.

Wat betekent 'van nature'?

a)

Iets wat vanzelf gaat, iets wat je niet hebt hoeven leren

b)

Met behulp van de natuur, bomen

6.

Als je ergens achter wilt komen dan ga je dat..?

a)

achterhalen

b)

bedenken

c)

bedoelen

d)

achternemen

7.

Welke twee dingen staan met elkaar in verband?

a)

Zwart en wit

b)

Koe en tafel

c)

Bank en weg

d)

Televisie en bril

8.

We konden nagenoeg niets zien. Nagenoeg betekent..?

a)

Zo goed als

b)

Zo weinig als

c)

Zo mooi als

d)

Zo genoeg als

9.

Als je gaat afstemmen op iemand anders, wat doe je dan?

a)

Dan zorg je ervoor dat iets bij iets anders past

b)

Dan zorg je ervoor dat je praat over iets met iemand anders

10.

Waar zie je oogcontact?

a)
b)
c)
d)
11.

Wat betekent spreken is zilver, zwijgen is goud?

a)

Het is goed als je je mond durft open te doen, maar soms is het verstandiger om even niets te zeggen

b)

Je moet proberen goed te luisteren en niet je mond open te doen

c)

De leerkracht is altijd de baas

12.

Welke stelling is goed?

a)

Betwist betekent als er een verschil van mening is en onbetwist betekent dan dat iedereen het met elkaar eens is

b)

Onbetwist betekent als er een verschil van mening is en betwist betekent dan dat iedereen het met elkaar eens is

13.

Waar zie je een wenk?

a)
b)
c)
d)
14.

Als iets op je lijf is geschreven dan...?

a)

past iets precies bij je

b)

heb je een tattoo op je lichaam

c)

schrijf je een woord op je arm

d)

ben je heel aardig

15.

Wat is je houding?

a)

De manier waarop je je gedraagt tegenover anderen

b)

De manier waarop je je eten opeet

c)

De manier waar je je kamer schoonmaakt

16.

Welk woord past bij deze foto?

a)

Onbewogen

b)

Vertwijfeld

17.

Welk woord past bij deze foto?

a)

Vertwijfeld

b)

Onbewogen

18.

Wat is het tegenovergestelde van begrip?

a)

Het niet begrijpen, oftewel onbegrip

b)

Het erg goed begrijpen, oftewel onbegrip

c)

Het niet begrijpen, oftewel nonbegrip

19.

Feilloos is..?

a)

Zonder fouten

b)

Met fouten

20.

De blik in je ogen. Welk plaatje hoort daarbij?

a)
b)
c)
d)
21.

Ik vind rekenen betrekkelijk moeilijk betekent?

a)

Ik vind rekenen moeilijk in vergelijking met taal

b)

Ik vind rekenen niet moeilijk in vergelijking met taal

c)

Taal is veel moeilijker dan rekenen

22.

Wat geeft het woord alhoewel aan?


Ik houd niet veel van snoep, alhoewel ik chocolade wel lekker vind.

a)

Een tegenstelling

b)

Een vergelijking

c)

Een voorbeeld

23.

Jij bent mijn houvast. Dat betekent?

a)

Mijn steun

b)

Mijn touw om aan vast te knopen

c)

Mijn baas

24.

Iemand hoeft maar een beetje te horen om te snappen wat er bedoeld wordt.


Welk spreekwoord past daarbij?

a)

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig

b)

Eerlijk duurt het langst

25.

Wat betekent olijk?

a)

Grappig en leuk

b)

Grappig en lelijk

c)

Lelijk en leuk

d)

Leuk en onaardig

26.

Als je over de rooie gaat, wat gebeurt er dan?

a)

Dan word je heel erg boos

b)

Dan word je rood omdat je je schaamt

c)

Dan moet je heel hard lachen

27.

Welke twee betekenissen horen bij knorren?

a)

Varkens knorren, ze maken dan een geluid

b)

Als iemand op je knort, dan iets iemand een beetje boos op je

c)

Iemand is heel erg grappig

d)

Als iemand heel onaardig over iemand anders is tijdens het eten

28.

Waar zie je schemering?

a)
b)
c)
29.

Wat is het territorium?

a)

Het gebied dat mens of dier ziet als zijn leefgebied

b)

Het gebied waar een muur omheen staat

30.

Wat is een soortgenoot?

a)

Iemand die tot dezelfde groep of soort behoort

b)

Iemand die niet op dezelfde soort lijkt

31.

Welke foto past bij afbakenen?

a)
b)
c)
d)
32.

Wat zie je hier?

a)

Een roedel

b)

Een wolf

c)

Een stel honden

d)

Schemering

33.

Wat betekent concurrentie?

a)

De strijd tussen twee mensen of dieren om de beste plek

b)

Een bokswedstrijd

c)

Een roedel wolven

34.

Beschikken over betekent..?

a)

dat je gebruik van iets of iemand kan maken

b)

dat je niet gebruik van iets of iemand kan maken

35.

Ik kan tegen een stootje.. betekent?

a)

Sterk zijn wanneer je in een lastige situatie komt

b)

Slaan als je in een lastige situatie komt

36.

Van de regen in de drup komen betekent?

a)

Van het ene probleem in een nog groter probleem terechtkomen

b)

Van het ene probleem in een kleiner probleem terechtkomen