Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Profiel zorg en welzijn Module 1 Mens en gezondheid KB

Total questions: 36

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welke voedingsadviezen gaan over milieuvriendelijkheid? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

Kies plantaardige producten.

b)

Kies producten die verbouwd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen.

c)

Drink kraanwater in plaats van frisdrank.

d)

Gebruik seizoensgroenten.

e)

Kies producten die verpakt zijn in wegwerpverpakkingen.

2.

Welke van onderstaande producten bevatten gluten? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

appel

b)

popcorn

c)

puddingbroodje

d)

speculaas

3.

Welk gerecht is geschikt voor een veganist?

a)

broodje met Goudse nagelkaas

b)

courgettesoep met room

c)

salade van wortel, komkommer en kokos

d)

peer met geitenkaas en honing

4.

Hieronder staan verschillende gevolgen van drugsverslaving. Welke van deze gevolgen zijn psychisch van aard? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

hartklachten

b)

veel denken aan drugs

c)

depressies

d)

niet meer op visite bij vrienden gaan

5.

In een kindervakantieweek bak je pannenkoeken voor 19 kinderen. Voor 40 kinderen heb je, onder andere, deze ingrediënten nodig.

2 kilogram volkorenmeel 4 liter melk 20 eieren

Hoeveel gram volkorenmeel heb je nodig voor 19 kinderen? Rond af op 1 cijfer achter de komma.

(a)  

6.

In een kindervakantieweek bak je pannenkoeken voor 19 kinderen. Voor 40 kinderen heb je, onder andere, deze ingrediënten nodig.

  • 2 kilogram volkorenmeel
  • 4 liter melk
  • 20 eieren

Hoeveel deciliter melk heb je nodig voor 19 kinderen? Rond af op 1 cijfer achter de komma.

(a)  

7.

In een kindervakantieweek bak je pannenkoeken voor 19 kinderen. Voor 40 kinderen heb je, onder andere, deze ingrediënten nodig.

  • 2 kilogram volkorenmeel
  • 4 liter melk
  • 20 eieren

Hoeveel eieren heb je nodig voor 19 kinderen? Rond af op 1 cijfer achter de komma.

(a)  

8.

Wat kan iemand met een glutenallergie NIET eten?

a)

flensjes van boekweitmeel

b)

popcorn

c)

pizza Margharita

d)

rijstwafel met zeezout

9.

In welk vruchtensap zit de minste hoeveelheid suiker per liter?

a)

in vruchtensap met 15 gram suiker per 0,33 liter

b)

in vruchtensap met 25 gram suiker per 0,5 liter

c)

in vruchtensap met 40 gram suiker per liter

d)

in vruchtensap met 55 gram suiker per 1,5 liter

10.

Welke bereidingstechniek wordt hier beschreven?

'In een open pan laat je boter smelten en lichtbruin worden. Je schroeit het vlees aan beide kanten dicht. Daarna zet je de temperatuur lager en keer je het vlees regelmatig.'

(a)  

11.

Welke bereidingstechniek wordt hier beschreven?

'Je brengt een laag geraspte kaas aan op een groentegerecht. Daarna zet je het in een hete oven, zodat er een goudbruin korstje ontstaat.'

(a)  

12.

Je gaat een toiletruimte schoonmaken. Wat is de juiste volgorde?

a)

vloer moppen, toiletbril schoonmaken, wasbakje schoonmaken, toiletpot schoonmaken

b)

toiletbril schoonmaken, wasbakje schoonmaken, toiletpot schoonmaken, vloer moppen

c)

wasbakje schoonmaken, toiletbril schoonmaken, toiletpot schoonmaken, vloer moppen

d)

toiletbril schoonmaken, wasbakje schoonmaken, toiletpot schoonmaken, vloer moppen

13.

Wanneer kan een energiebeperkt dieet nodig zijn?

a)

als iemand een allergie voor noten heeft

b)

als iemand een reumatische aandoening heeft

c)

als iemand een te hoge BMI heeft

d)

als iemand een te laag lichaamsgewicht heeft

14.

Bederfelijke etenswaar moet je goed en gekoeld bewaren. Welke handelingen bevorderen de veiligheid van etenswaar in een koelkast? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

de koelkasttemperatuur op 8 °C zetten

b)

de koelkast tijdelijk kouder zetten als je veel boodschappen erin gaat opbergen

c)

rauwe producten gescheiden van bereide producten bewaren

d)

producten die kunnen lekken, zoals rauw vlees, onder in de koelkast leggen.

15.

Welke producten bevatten vooral onverzadigde vetten? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

roomboter

b)

olijfolie

c)

vette vis

d)

varkensvlees

e)

noten

16.

Over welk onderwerp staan voorschriften in de Arbowet?

a)

over de begeleiding van zieke werknemers

b)

over de hoeveelheid vakantiegeld van werknemers

c)

over het recht op een mimimum loon

d)

over het recht op gezonde producten in de bedrijfskantine

17.

Wel woord hoort op de stippellijn te staan?


Tussendoortjes bevatten veel verzadigde vetten en die zorgen voor een (a)   cholesterolgehalte in het bloed. Hierdoor ontstaan hart- en vaatziekten.

18.

In welke situatie is het belangrijk om extra vocht te drinken?

a)

bij incontinentie en bij koorts

b)

bij koorts en bij obstipatie

c)

bij obstipatie en bij extreme kou

d)

bij extreme kou en bij diarree

19.

Wat is een voorbeeld van ergonomie?

a)

een in hoogte verstelbare bureaustoel

b)

een verlichte route route naar het toilet voor in de nacht

c)

op afstand bedienbare gordijnen

d)

preventief laten inenten tegen griep

20.

Voor een recept heb je 0,6 deciliter (dl) water nodig.

Op de maatbeker die je gebruikt, staat de maat in milliliters.

Hoeveel milliliter (ml) water heb je nodig voor het recept?

a)

0,06 ml

b)

6 ml

c)

60 ml

d)

600 ml

21.

Welke voedingsmiddelen horen wel in de schijf van vijf? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

worteltjes met toegevoegd zout in een pot

b)

beschuit

c)

witte rijst

d)

olijfolie

e)

biefstuk

22.

Welke voedingsmiddel hoort in het roze vak van de schijf van vijf?

a)

diepvries sperziebonen

b)

olijfolie

c)

biefstuk

d)

witte rijst

e)

worteltjes met toegevoegd zout

23.

Welke pan is het meest geschikt om een aardappelomelet (fritattta) te bereiden?

a)
b)
c)
d)
24.

Welke gerecht bereid je in een braadpan? Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

aardappelomelet bereiden

b)

spinaziestamppot bereiden

c)

rundvlees stoven

d)

groente roerbakken

e)

kip braden

25.

Welke pan is het meest geschikt om soep uit blik op te warmen?

a)
b)
c)
d)
26.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We geven kinderen vanaf een half jaar opvolgmelk en lauwe thee te drinken.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

27.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We geven peuters een compliment als ze helpen met opruimen.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

28.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We hoesten of niezen aan de binnenkant van de elleboog.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

29.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'Als een kind erg teruggetrokken is, bespreken we dit met het team en de ouders.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

30.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We geven kinderen vanaf een half jaar, in overleg met ouders, fijngeprakt fruit.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

31.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We leren peuters 'sorry' te zeggen, als er iets vervelends is gebeurd.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

32.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'In ons beleidsplan staat hoe medewerkers moeten handelen bij ongelukken.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

33.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We gooien luiers na het verschonen direct in een afgesloten afvalemmer met voetpedaal.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

34.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We halen dreumesen regelmatig uit de box, zodat ze kunnen kruipen.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

35.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We hebben vaste medewerkers op alle groepen, zodat kinderen een band opbouwen met de medewerkers.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.

36.

In de kinderopvang wordt gelet op een gezonde leefstijl. De medewerkers hebben hierover afspraken gemaakt.

Heeft onderstaande afspraak wel of geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn?


'We stimuleren omrollen bij baby's door speelgoed steeds iets verder weg te leggen.'

a)

voeding

b)

beweging

c)

hygiëne

d)

psychosociaal welzijn

e)

geen positieve invloed op voeding, beweging, hygiëne of psychosociaal welzijn.