wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 5 planten

Total questions: 38

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

De functie van de wortels is

a)

water opzuigen

b)

mineralen opnemen uit de bodem

c)

fotosynthese

d)

stevigheid

2.

Onderdelen van het blad zijn:

a)

Houtvaten

b)

Nerven

c)

Bladmoes

d)

Bastvaten

3.

Functie van de nerven

a)

Afvoeren van koolstofdioxide

b)

aanvoeren van water

c)

Vervoeren van water en opgeloste stoffen

d)

Stevigheid geven

4.
Welk nummer geeft de zijwortel aan?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
5.
Welk van onderstaande planten zal het grootste wortelstelsel hebben?
a)
Plant in droge bodem
b)
Plant in natte bodem
6.
Wat zorgt er voor transport in stengels?
a)
Okselknop
b)
Buizen
c)
Vaten
d)
Lid
7.
Welke plant verkrijgt stevigheid door water?
a)
Kruidachtige plant
b)
Houtachtige plant
8.
Hoe noem je deel 3?
a)
Knoop
b)
Lid
c)
Knop
d)
Blad
9.
Wat wordt er gevormd bij fotosynthese
a)
water
b)
koolstofdioxide
c)
voeding
d)
zonlicht
10.
Wanneer vindt fotosynthese plaats?
a)
Alleen Overdag
b)
Alleen s' nachts
c)
Nooit
d)
Overdag en 's nachts
11.

Wat is de juiste volgorde van zuigkracht?

  1. De bladcellen verliezen water
  2. De wortels nemen weer nieuw water op.
  3. Er verdampt water uit de huidmondjes.
  4. Er stroomt water vanuit de houtvaten naar de bladcellen.
a)

3-1-4-2

b)

1-2-3-4

c)

2-4-1-3

d)

4-3-2-1

12.

Van welke vaten is dit:

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

13.

Van welke vaten is dit:

Zijn wijd.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

14.

Van welke vaten is dit:

Liggen aan de binnenkant van de vaatbundels.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

15.

Van welke vaten is dit:

Zijn smaller

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

16.

Van welke vaten is dit:

liggen aan de buitenkant van de vaatbundel

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

17.

Van welke vaten is dit:

Vervoer van water met glucose vanuit de bladeren naar de andere organen

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

18.
Een insectenbloem heeft in verhouding
a)
grote gekleurde kroonbaden
b)
grote groene kroonbladen
c)
kleine groene kroonbladen
d)
kleine gekleurde kroonbladen
19.
Een insectenbloem heeft meestal
a)
geen geur
b)
wel geur
20.
Een windbloem maakt
a)
geen nectar
b)
wel nectar
21.

De huidmondjes in het blad van de plant zorgen voor

a)

opname van CO2

b)

opname O2

c)

afgifte van CO2

d)

opname van H2O

22.
Wat hoort NIET bij ongeslachtelijke voortplanting?
a)
Zaad
b)
Knol
c)
Bol
d)
Uitlopen
23.
Welk kenmerk zie je WEL bij een windbloem?
a)
Nectar
b)
Gele kleur
c)
Veel stuifmeelkorrels
d)
Lange meeldraden
24.
Een vruchtbeginsel groeit uit tot een..... en een zaadbeginsel groeit uit tot een...?
a)
Vrucht, bloem
b)
Zaad, bloem
c)
Vrucht, zaad
d)
Bloem, Zaad
25.
Op welke manier kunnen vruchten NIET verspreid worden?
a)
Dieren
b)
Wind
c)
Zon
d)
Water
26.
Een zaad bestaat uit verschillende onderdelen. Welk onderdeel zit NIET in een zaad?
a)
Kiemplantje
b)
Zaadlob
c)
Zaadhuid
d)
Eicel
27.
Een plant ontkiemt in het voorjaar, groeit het hele jaar, overleeft de winter en geeft de volgende zomer bloemen en vruchten.
Dit is een....?
a)
Eenjarige plant
b)
Tweejarige plant
c)
Meerjarige plant
28.
Welke pijl stelt kruisbestuiving voor?
a)
Pijl 1
b)
Pijl 2
c)
Pijl 3
d)
Pijl 4
29.
Wat/wie kan NIET voor bestuiving zorgen?
a)
Alleen insecten
Insecten
b)
Alleen wind
c)
Wind en insecten
d)
Muizen
30.
Welk deel van het kiemplantje komt als 1e tevoorschijn bij de ontkieming?
a)
Wortel
b)
Stengel
c)
Blad
d)
Bloem
31.

Welk nummer geeft het vruchtbeginsel aan?

a)

4

b)

6

c)

7

d)

8

32.

Welke stoffen heeft een plant nodig voor fotosynthese?

a)

Mineralen en water

b)

Koolstofdioxide en water

c)

Koolstofdioxide en mineralen

d)

Koolstofdioxide, water en mineralen

33.

Wat is onderdeel 4

a)

Celwand

b)

Cytoplasma

c)

Vacuole

d)

Celmembraan

34.

Wat wordt bedoelt met eenslachtig?

a)

Een plant met een levenscyclus van één jaar.

b)

Een plant die alleen door de wind wordt bestoven.

c)

De bloem bevat meeldraden of een stamper.

d)

Stuifmeel gaat naar een bloem binnen dezelfde plant.

35.
Wat is een meeldraad??
a)
Vrouwelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
b)
Dit wordt later een zaad.
c)
Mannelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Bestuiving door insecten.
36.
Wat is een stamper?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan.
c)
Mannelijk voortplantingsorgaan.
d)
Bestuiving gebeurt door insecten.
37.
Wat is een zaadlob?
a)
De buitenkant van een zaad.
b)
Een jong plantje.
c)
Deel van de zaad met reservevoedsel.
d)
Hieruit groeit een nieuw plantje.
38.
Hoe heet de "fabriek" die aan fotosynthese doet?
a)
Bladkorrel
b)
Bladgroenkorrel
c)
Groenbladkorrel