wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Aladin - taalkundig ontleden

Total questions: 18

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Hier moest Aladin zijn oom, die eigenlijk een boze tovenaar was, helpen een rotsblok opzij te duwen.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

persoonlijk vnw

c)

zelfstandig nw.

d)

naam

2.

Lang geleden leefde er eens een arme jongen, Aladin, die alleen nog zijn moeder had.

a)

bijwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

zelfstandig naamwoord

d)

bepaald hoofdtelwoord

3.

Hij probeerde op straat te overleven, samen met zijn aapje Abu.

a)

aanwijzend vnw.

b)

bezittelijk vnw.

c)

persoonlijk vnw.

d)

kww

4.

Op een dag ontmoette hij een man die beweerde zijn oom te zijn.

a)

aanwijzend vnw.

b)

persoonlijk vnw.

c)

betrekkelijk vnw.

d)

onbepaald vnw.

5.

De oom bood aan om van Aladin een koopman te maken.

a)

lidwoord

b)

onbepaald lidwoord

c)

bepaald lidwoord

d)

bepaald hoofdtelwoord

6.

Na een flink eind reizen kwamen zij aan op een kale vlakte.

a)

bijwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

onbepaald vnw.

7.

De jongen deed zoals hem gezegd was.

a)

kww

b)

werkwoord

c)

zww

d)

hww

8.

"Wat wenst u, meester?, vroeg de geest.

a)

voorzetsel

b)

aanwijzend vnw.

c)

onbepaald vnw.

d)

vragend vnw.

9.

"Wat wenst u, meester?", vroeg de geest.

a)

bezittelijk vnw.

b)

onbepaald vnw.

c)

betrekkelijk vnw.

d)

persoonlijk vnw.

10.

Nu was het voor de gewone mensen absoluut verboden om naar de prinses te kijken, en dus moest iedereen binnen blijven.

a)

onbepaald vnw.

b)

persoonlijk vnw.

c)

wederkerig vnw.

d)

wederkerend vnw.

11.

Nu was het voor de gewone mensen absoluut verboden om naar de prinses te kijken, ..., maar Aladin verstopte zich.

a)

onbepaald vnw.

b)

wederkerig vnw.

c)

wederkerend vnw.

d)

voorzetsel

12.

..., maar toen de sultan de geschenken zag die de moeder had meegenomen, werd hij nieuwsgierig.

a)

aanwijzend vnw.

b)

betrekkelijk vnw.

c)

onbepaald vnw.

d)

persoonlijk vnw.

13.

"Als uw zoon in één nacht een paleis kan bouwen, mag hij met mijn dochter trouwen", zei hij.

a)

voorzetsel

b)

telwoord

c)

bepaald hoofdtelwoord

d)

onbepaald rangtelwoord

14.

Hij vermomde zich als lampenverkoper en ...

a)

kww

b)

hww

c)

zww

d)

werkwoord

15.

Hij bood een dienstmeisje uit het paleis aan het oude lampje te ruilen voor een nieuw.

a)

onbepaald vnw.

b)

werkwoord

c)

voorzetsel

d)

betrekkelijk vnw.

16.

Zijn vrouw was erg blij hem te zien en vertelde hem dat de tovenaar de lamp altijd bij zich droeg.

a)

hww

b)

zww

c)

kww

d)

werkwoord

17.

Ze namen de lamp en riepen de geest op. Deze bracht de tovenaar naar een onbewoond eiland.

a)

persoonlijk vnw.

b)

onbepaald vnw.

c)

betrekkelijk vnw.

d)

aanwijzend vnw.

18.

Deze bracht de tovenaar naar een onbewoond eiland aan de andere kant van de wereld.

a)

onbepaald vnw.

b)

voorzetsel

c)

lidwoord

d)

bijwoord