Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geluid - Oefenen voor de toets

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noem je de trillingen in de lucht die bijvoorbeeld een luidspreker voortbrengt?

a)

Strofen

b)

Frequenties

c)

Geluidsgolven

2.
Welke eigenschap van het geluid wordt uitgedrukt met de frequentie?
a)
De geluidssterkte
b)
Het aantal geluidsgolven per seconde
c)
De verspreiding van geluidsgolven over een oppervlak
3.
Vleermuizen jagen met geluid. Hoe wordt die techniek genoemd?
a)
Echolocatie
b)
Geluidsbombardement
c)
Radar
4.

Wat is de eenheid van geluidssterkte?

a)

Mach

b)

Newton

c)

Decibel

d)

Hertz

5.

Hoe snel gaat geluid ongeveer in lucht?

a)

340 km/u

b)

340 000 km/s

c)

340 m/s

d)

300 000 km/s

6.

Welke frequenties kunnen mensen horen?

a)

0 tot 20 Hz

b)

20 tot 20.000 Hz

c)

20.000 tot 200.000 Hz

d)

200 tot 2.000 Hz

7.
Hoe noem je geluid waarvan de frequentie zo hoog is dat de mens het niet kan horen?
a)
Sinusgeluid
b)
Hyper geluid
c)
Ultrasoon geluid
8.

Met welke formule rekenen wij aan de geluidssnelheid?

a)

afstand = geluidssnelheid / tijd

b)

geluidssnelheid = afstand x tijd

c)

afstand = geluidssnelheid x tijd

d)

geluidssnelheid = tijd / afstand

9.
Kan geluid door vacuüm?
a)
ja
b)
nee
10.

Als iemand die met een kettingzaag werkt oorkleppen draagt, is dat dan bestrijding van geluidsoverlast bij de bron of bij de ontvanger?

a)

Bron

b)

Ontvanger

c)

Tussen bron en ontvanger

11.

Wanneer kan ik het geluid niet horen?

a)

Als het geluid door vacuüm gaat.

b)

Als het geluid door rubber gaat.

c)

Als het geluid door alcohol gaat.

d)

Als het geluid door lucht gaat.

12.

Hoe lang is het veilig om met je oortjes in te luisteren naar muziek van 95 dB?5

a)

0,5 uur

b)

15 minuten

c)

0,25 seconden

d)

0,25 minuten

13.
Wat is geen geluid?
a)
Een trilling
b)
Een drukverandering
c)
Een golf
d)
Een decibel
14.
Geluidssterkte geef je aan met
a)
DeB
b)
dB
c)
DB
d)
DEB
15.

De symbolen voor grootheid en eenheid horend bij frequentie zijn...

a)

F (in Hz/s)

b)

F (in Hz)

c)

f (Hz/s)

d)

f (Hz)

16.

Hoe lager de toon...

a)

hoe minder trillingen per seconde.

b)

hoe meer trillingen per seconde.

c)

hoe groter de amplitude.

d)

hoe kleiner de amplitude.

17.

Hoe harder de toon...

a)

hoe minder trillingen per seconde.

b)

hoe meer trillingen per seconde.

c)

hoe groter de amplitude.

d)

hoe kleiner de amplitude.

18.

Wat is een tussenstof?

a)

Een stof waar geluid zich doorheen verplaatst.

b)

Een voorwerp dat geluid maakt.

c)

De ontvanger van geluid

19.

Wat is een geluidsbron?

a)

een voorwerp dat door mensen gemaakt is

b)

een voorwerp dat in de natuur voorkomt

c)

een voorwerp dat geluiden omzet in lucht

d)

een voorwerp dat trillingen veroorzaakt

20.

Wanneer ontstaat geluid?

a)

als een conus trillingen omzet in lucht

b)

als een geluidsbron trillingen veroorzaakt

c)

als je hersenen signalen van je oor krijgen

d)

als je oor een verschil in luchtdruk opvangt

21.

Je zet een luidspreker aan. De conus gaat trillen. Wat verandert daardoor?

a)

de lucht komt in beweging

b)

de geluidssnelheid

c)

de temperatuur

d)

de tussenstof

22.

Door de geluidstrillingen verandert de luchtdruk steeds een beetje. De luchtdruk wordt tijdens een trilling even hoger. Wat gebeurt er dan met je trommelvlies?

a)

Je trommelvlies beweegt niet

b)

Je trommelvlies beweegt naar binnen

c)

Je trommelvlies beweegt naar buiten

23.

Een gitarist spant alle snaren op zijn gitaar even strak. Toch geven de snaren verschillende tonen als hij ze aanslaat. Hoe komt dat?

a)

De snaren hebben niet dezelfde dikte

b)

De snaren worden niet even hard aangeslagen

c)

De snaren zijn niet strak genoeg gespannen

24.

Wat is de amplitude?

a)

De afstand tussen het midden en de uiterste stand van een trilling

b)

De afstand tussen twee trillingen

c)

Het aantal trillingen

d)

De geluidssterkte waarbij je het geluid net begint te horen

25.

Welk onderdeel is hier aangegeven?

a)

Slakkenhuis

b)

Evenwichtsorgaan

c)

Gehoorbeentjes

d)

Trommelvlies

26.

Het slakkenhuis zet geluidstrillingen om in een bericht.

a)

Juist

b)

Onjuist

27.
Het trommelvlies geeft de prikkel door aan de ...
a)
Gehoorgang
b)
Slakkenhuis
c)
Gehoorbeentjes
28.
Welk antwoord is géén gehoorbeentje?
a)
Aambeeld
b)
Zadel
c)
Hamer
d)
Stijgbeugel
29.
Waar liggen de gehoorzintuigcellen?
a)
In het evenwichtsorgaan
b)
In de gehoorzenuw
c)
In het slakkenhuis
d)
Tussen de gehoorbeentjes
30.
Vanaf welke geluidssterkte kan je gehoorschade oplopen?
a)
20 decibel
b)
40 decibel
c)
80 decibel
d)
100 decibel
31.
Bij het ouder worden verlies je een deel van je gehoor. Welke toonhoogte kan je dan minder goed horen?
a)
Lage tonen
b)
Harde tonen
c)
Hoge tonen
d)
Zachte tonen
32.
In welke volgorde worden trillingen door de gehoorbeentjes doorgegeven?
a)
Aambeeld - stijgbeugel - hamer
b)
Hamer - stijgbeugel - aambeeld
c)
Stijgbeugel - hamer - aambeeld
d)
Hamer - aambeeld - stijgbeugel
33.
Als je eenmaal gehoorschade hebt, kan je hier volledig van genezen.
a)
Juist
b)
Onjuist
34.

Hoe zachter de toon...

a)

hoe minder trillingen per seconde.

b)

hoe meer trillingen per seconde.

c)

hoe groter de amplitude.

d)

hoe kleiner de amplitude.

35.

Hoe hoger de toon...

a)

hoe minder trillingen per seconde.

b)

hoe meer trillingen per seconde.

c)

hoe groter de amplitude.

d)

hoe kleiner de amplitude.

36.
Als één brommer 80dB geluid produceert, hoeveel geluid produceren twee brommers dan?
a)
160dB
b)
88dB
c)
83dB
d)
120dB
37.

Wat kun je aan de hand van dit audiogram zeggen over het gehoor van Bert?

a)

Bert hoort hoge tonen minder goed.

b)

Bert hoort lage tonen minder goed.

c)

Bert is doof.

d)

Het gehoor van Bert is helemaal in orde.

38.

Wat kun je aan de hand van dit audiogram zeggen over het gehoor van Hans?

a)

Hans hoort hoge tonen minder goed.

b)

Hans hoort lage tonen minder goed.

c)

Hans is doof.

d)

Het gehoor van Hans is helemaal in orde.

39.

Myra zegt: "Geluidsoverlast kan leiden tot oververmoeidheid."

Ouassim zegt: "Geluid dat je gehoor niet beschadigt, is niet hinderlijk."Wie heeft er gelijk?

a)

geen van hebben gelijk

b)

alleen Myra heeft gelijk

c)

alleen Ouassim heeft gelijk

d)

beiden hebben gelijk

40.

Myra zegt: "Geluidsoverlast kan leiden tot oververmoeidheid."

Ouassim zegt: "Geluid dat je gehoor niet beschadigt, is niet hinderlijk."Wie heeft er gelijk?

a)

geen van hebben gelijk

b)

alleen Myra heeft gelijk

c)

alleen Ouassim heeft gelijk

d)

beiden hebben gelijk

41.

Geluidsoverlast is objectief te meten: het is altijd voor iedereen hetzelfde.

a)

waar

b)

niet waar

42.

Hierna staan drie manieren om geluidsoverlast tegen te gaan. Bij welke gaat het om een maatregel bij de ontvanger.

a)

Discotheken en concertzalen extra goed isoleren.

b)

Lawaaiige vliegtuigen niet in Nederland toelaten.

c)

Huizen isoleren die vlakbij een vliegveld liggen.

43.

Welke twee maatregelen gaan de geluidsoverlast van verkeer tegen bij de bron?

a)

geluidsarm asfalt aanbrengen

b)

de maximumsnelheid verlagen

c)

geluidsschermen aanbrengen

d)

zuiniger motoren in auto's verplicht stellen

44.

Hierna staan drie manieren om geluidsoverlast tegen te gaan. Bij welke maatregel gaat het om de bron?

a)

Nieuwe woonwijken verder van snelwegen plannen.

b)

Geluidsarm asfalt aanbrengen op doorgaande wegen.

c)

Een huis isoleren dat naast de snelweg ligt.

45.

Welke twee maatregelen gaan de geluidsoverlast van verkeer tegen tussen de bron en ontvanger?

a)

geluidsarm asfalt aanbrengen

b)

stille autobanden verplicht stellen

c)

geluidsschermen aanbrengen

d)

woonwijken op enige afstand van de snelweg bouwen

46.

Materiaal dat geluid moet dempen is ...

a)

hard en glad

b)

hard en poreus

c)

zacht en glad

d)

zacht en poreus

47.

Isolatie verandert:

a)

alleen de amplitude van de geluidstrillingen

b)

alleen de frequentie van de geluidstrillingen

c)

niets aan de amplitude of frequentie van de geluidstrillingen

d)

zowel de amplitude als de frequentie van de geluidstrilingen

48.

Als je een lawaaiige zaagmachine bedient, draag je oorkappen. Welk soort geluidsisolatie wordt hier toegepast?

a)

isolatie bij de bron

b)

isolatie bij de ontvanger

c)

isolatie tussen de bron en de ontvanger

49.

De geluidssterkte is afhankelijk van het aantal geluidsbronnen. Hierbij geldt de regel: "Als het aantal geluidsbronnen verdubbelt, ..."

a)

neemt de geluidssterkte toe met 3 dB.

b)

neemt de geluidssterkte toe met 10 dB.

c)

verdubbelt de geluidssterkte.

d)

wordt de geluidssterkte 1,5 keer zo groot.

50.

Jacco meet de geluidssterkte van twee stationair draaiende auto met een decibelmeter. De decibelmeter geeft een waarde van 75 dB. Hoeveel decibel produceert iedere auto?

a)

72 dB

b)

37,5 dB

c)

50 dB

d)

78 dB