wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets steden

Total questions: 30

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip past? Mensen zijn op zoek naar werk en gaan daarom naar de stad verhuizen.

a)

Urbanisatie

b)

Suburbanisatie

2.

Een stad met vast gegroeide dorpen noemen we een ....?

a)

Stad

b)

agglomeratie

c)

stadsgewest

d)

stedelijk netwerk

3.

De Randstad (het gebied op de foto) noemen we een ...

a)

stad

b)

agglomeratie

c)

stadsgewest

d)

stedelijk netwerk

4.

Welk begrip past? Hierdoor hebben mensen meer groen, rust en ruimte...

a)

Urbanisatie

b)

Suburbanisatie

5.

Door de toegenomen welvaart en mobiliteit (auto's) in Nederland gingen mensen ...

a)

verhuizen naar de stad

b)

verhuizen buiten de stad

6.

Deze huizen uit 1930 zijn minder dicht op elkaar gebouwd. Welk soort wijk is dit?

a)

stadscentrum

b)

arbeiderswijk

c)

vooroorlogse wijk

d)

naoorlogse wijk

e)

jaren-70-wijk

7.

In deze wijk zijn er veel woonerven (zie verkeersbord). Welk soort wijk is dit?

a)

stadscentrum

b)

arbeiderswijk

c)

vooroorlogse wijk

d)

naoorlogse wijk

e)

jaren-70-wijken

8.

In welke wijk zijn de woningen snel en goedkoop gebouwd?

a)

stadscentrum

b)

arbeiderswijk

c)

vooroorlogse wijk

d)

naoorlogse wijk

e)

jaren-70-wijk

9.

In welke wijk vind je veel horeca?

a)

stadscentrum

b)

arbeiderswijk

c)

vooroorlogse wijk

d)

naoorlogse wijk

e)

jaren-70-wijk

10.

Wat is de oudste wijk van een stad?

a)

stadscentrum

b)

arbeiderswijk

c)

vooroorlogse wijk

d)

naoorlogse wijk

e)

jaren-70-wijk

11.

Welke wijk vind je ver buiten het centrum en dicht bij autosnelwegen?

a)

nieuwbouwwijk

b)

naoorlogse wijk

c)

arbeiderswijk

12.

In 1850 groeiden de steden. Waardoor kwam dit?

a)

Door de uitvinding van machines was er minder werk op het platteland

b)

Omdat er in de stad veel meer horeca was

c)

Omdat er in de stad betere huizen waren

13.

Wat zijn de drie kenmerken van een stad?

a)

Er zijn stedelijke functies: veel huizen, werk, vervoer,...

b)

Alle mensen werken in fabrieken

c)

Er zijn minimum 50 000 inwoners

d)

De mensen wonen dicht bij elkaar

e)

Er is veel landbouw

14.

Waar vind je een mix tussen natuur, nieuwe huizen en bedrijven ?

a)

stad

b)

platteland

c)

overgangsgebied

15.

Waar vind je veel landbouw, natuurgebieden en dorpjes?

a)

stad

b)

platteland

c)

overgangsgebied

16.

Welk gebied zie je hier?

a)

stad

b)

platteland

c)

overgangsgebied

17.

Wat zijn forenzen?

a)

Een wijk met huizen die snel zijn gebouwd

b)

Een stad met vastgegroeide dorpen

c)

Mensen die buiten de stad wonen en in de stad werken

18.

Als steden naast elkaar samenwerken, noemen we dit een ...

a)

stad

b)

agglomeratie

c)

stadsgewest

d)

stedelijk netwerk

19.

Een groot gebied met stadsgewesten bij elkaar noemen we een ...

a)

stad

b)

agglomeratie

c)

stadsgewest

d)

stedelijk netwerk

20.

Welke twee kenmerken horen bij een medina

a)

Brede straten

b)

bewaking

c)

Paleizen

d)

Ouder dan de middeleeuwen

21.

Is dit een medina of een sloppenwijk?

(a)  

22.

Hoe noemen we deze woonwijk? Schrijf het woord correct!

(a)  

23.

Welke vorm van verstedelijking zie je in de film 'Alladin'?

a)

geplande stad

b)

medina

c)

gated community

d)

sloppenwijk

24.

Welke kenmerken passen bij een 'geplande stad'?

a)

geen historisch centrum

b)

camerabewaking

c)

vaak brede en rechte wegen

d)

Werd aan een tekentafel bedacht

25.

Hoe noemen we ALLE lijnen op een kaart? Dit noemen we een ...

(a)  

26.

Hoe heet de rode lijn? Schrijf het goed!

(a)  

27.

Hoe heet de blauwe lijn? Schrijf het goed!

(a)  

28.

Juist of fout? Het continent Afrika ligt voor het grooste deel in WESTERLENGTE

a)

juist

b)

fout

29.

Waar ligt het continent Azië?

(Kies er 2)

a)

noorderbreedte

b)

zuiderbreedte

c)

oosterlengte

d)

westerlengte

30.

Waar ligt het continent Noord-Amerika?

(Kies er 2)

a)

noorderbreedte

b)

zuiderbreedte

c)

oosterlengte

d)

westerlengte