wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 1: verbranding en ademhaling

Total questions: 35

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

BS 1: Juist of fout? Helder kalkwater is een indicator voor stikstof

a)

juist

b)

fout

2.

BS 1: Na het blazen door een rietje in het kalkwater, is het troebel geworden. Hoe komt dit?

a)

Omdat kalkwater een brandstof is

b)

Omdat kalkwater aantoont dat het water vies is

c)

Omdat kalkwater aantoont dat er koolstofdioxide in uitgeademde lucht zit

d)

Omdat kalkwater aantoont dat er stikstof in uitgeademde lucht zit

3.

BS 1: Wat is een brandstof?

a)

Een stof die je nodig hebt voor verbranding

b)

Een stof die ontstaat na de verbranding

c)

Een stof waarmee je een andere stof kan aantonen

4.

BS 1: Wat is een verbrandingsproduct?

a)

Een stof die je nodig hebt voor verbranding

b)

Een stof die ontstaat na de verbranding

c)

Een stof waarmee je een andere stof kan aantonen

5.

BS 1: Wat is letter A in het schema?

KAARSVET + ZUURSTOF -> WATER + A + ENERGIE

a)

licht

b)

warmte

c)

beweging

d)

koolstofdioxide

6.

BS 2: Welke twee uitspraken zijn goed?

a)

uitgeademde lucht bevat meer koolstofdioxide dan ingeademde lucht

b)

uitgeademde lucht bevat meer zuurstof dan ingeademde lucht

c)

ingeademde lucht bevat mer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht

d)

ingeademde lucht bevat meer zuurstof dan uitgeademde lucht

7.

BS 2: Waarom bevat uitgeademde lucht meer water dan ingeademde lucht?

a)

Omdat water een brandstof is

b)

Omdat we op deze manier afvalstoffen afvoeren

c)

Omdat water een verbrandingsproduct is die vrijkomt tijdens de verbranding

8.

BS 2: Juist of fout? Ingeademde lucht bevat meer stikstof dan uitgeademde lucht

a)

juist

b)

fout

9.

BS 2: Juist of fout? Uitgeademde lucht bevat zuurstof

a)

juist

b)

fout

10.

BS 2: Juist of fout? Uitgeademde lucht is warmer dan ingeademde lucht

a)

juist

b)

fout

11.

BS 3: Wat is de brandstof bij verbranding in je lichaam?

a)

Glucose

b)

Koolstofdioxide

c)

Water

d)

Zuurstof

12.

BS 3: Welke verbrandingsproducten ontstaan bij verbranding in je lichaam?

a)

glucose en koolstofdioxide

b)

zuurstof en water

c)

koolstofdioxide en water

d)

water en glucose

13.

BS 3: Welke uitspraak is juist? Verbranding in je lichaam gebeurt ...

a)

Wanneer een spier samentrekt

b)

Wanneer je sport

c)

Dag en nacht

d)

Alleen 's nachts

14.

BS 3: Hoe komen glucose en zuurstof sneller bij je cellen wanneer je sport?

a)

Je hart klopt sneller en je ademt sneller

b)

Je zweet meer en je hart klopt sneller

c)

Je ademt sneller en je beweegt sneller

15.

BS 3: Waar in je lichaam gebeurt verbanding?

a)

In speciale organen

b)

In je maag

c)

In je longen

d)

In al je cellen

16.

BS 4: Hoe heet nummer 3?

a)

De keelholte

b)

De mondholte

c)

Het strottenhoofd

d)

De luchtpijp

17.

BS 4: Hoe heet nummer 7?

a)

Strottenhoofd

b)

Luchtpijp

c)

Bronchiën

d)

Longblaasjes

18.

BS 4: Hoe heet nummer 8?

a)

Strottenhoofd

b)

Luchtpijp

c)

Bronchiën

d)

Longblaasjes

19.

BS 4: Duid twee redenen aan waarom het gezonder is om door je neus te ademen dan door je mond

a)

De lucht wordt gefilterd door neusharen

b)

De lucht wordt droog gemaakt

c)

De lucht wordt warm gemaakt door bloedvaten

20.

BS 4: Waarvoor dient de huig?

a)

Het sluit de luchtpijp af

b)

Het sluit de mondholte af

c)

Het sluit de neusholte af

d)

Het sluit de slokdarm af

21.

BS 5: Hoe komt het dat gaswisseling snel kan plaatsvinden? (2 antwoorden)

a)

Door de zeer dunne wand van de longblaasjes

b)

Door de zeer dikke wand van de longblaasjes

c)

Door dat de longblaasjes samen een groot oppervlak hebben

d)

Door dat de longblaasjes samen een klein oppervlak hebben

22.

BS 5: Hoe heten de bloedvaten rond de longblaasjes?

a)

Longbloedvaten

b)

Longadertjes

c)

Longhaarvaten

d)

Longdraadjes

23.

BS 7\8: Wat is een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van COPD?

a)

Inademen van huisstof

b)

Contact met haren van huisdieren

c)

Inademen van stuifmeel

d)

Roken

24.

BS 5: Welke pijl geeft de richting van CO2 aan?

a)

Q

b)

P

c)

2

25.

BS 5: Welk begrip past bij deze tekening?

a)

Verbranding

b)

Gaswisseling

c)

Indicator

d)

Astma

26.

BS 5: Bij welke pijlen is er het minste zuurstof?

a)

Pijl 2 en pijl 4

b)

Pijl 1 en pijl 3

c)

Pijl 3 en pijl 4

27.

BS 6: Roken is schadelijk. Welke stof neemt de plaats in van zuurstof?

a)

nicotine

b)

teer

c)

koolstofmonoxide

28.

BS 6: Passief roken is ook zeer schadelijk voor de mens.

a)

Waar

b)

Niet waar

29.

BS 6: Als je ouders in de auto roken, rook je zelf ook mee. Dit noem je?

a)

Actief roken

b)

Passief roken

c)

Mee roken

d)

Gezelligheids-roker

30.

BS 6: De linker long is van iemand die dagelijks rookt. Wat is het zwarte die je ziet?

a)

koolstofmonoxide

b)

teer

c)

nicotine

31.

BS 6: Juist of fout? Het is verboden om te roken onder 18 jaar.

a)

juist

b)

fout

32.

BS 7\8: Op welke doorsnede zie je een astma-aanval?

a)

Links

b)

Rechts

33.

BS 7\8: Wanneer je in de zomer last hebt van hooikoorts, dan ben je allergisch voor ...

a)

stuifmeel van bomen

b)

stuifmeel van grassen

34.

BS 7\8: Hoe noem je een ziekte die nooit overgaat?

a)

Een chronische ziekte

b)

Een infectie-ziekte

35.

BS 7\8: Wat betekent een allergie?

a)

Dat je overgevoelig bent voor bepaalde stoffen

b)

Dat je verslaafd bent aan bepaalde stoffen