wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ademhaling bij dieren + stembanden

Total questions: 36

Worksheet time: 37mins

Name
Class
Date
1.

Teken een vogel met luchtzakken

2.

Mensen ademen met ... en insecten met ...

a)

longen en huid

b)

huid en kieuwen

c)

kieuwen en tracheeën

d)

longen en tracheeën

3.

Walvissen ademen met ... en vissen met ...

a)

longen en huid

b)

huid en kieuwen

c)

kieuwen en kieuwen

d)

longen en kieuwen

4.

Bij inademen worden de longen gevuld met lucht. Inademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

5.

Bij uitademen legen de longen zich, de lucht wordt uitgeblazen. Uitademen komt tot stand doordat ...

a)

de tussen ribspieren zich aanspannen en het middenrif zich aanspant

b)

de tussenribspieren zich aanspannen en het midden rif zich ontstpant

c)

de tussenribspieren zich ontspannen en het middenrif zich aanspant

d)

de tussenribspieren zich ontspannen en het midden rif zich ontspant

6.

Kijk goed naar de afbeelding. Dit organisme zal ademen ... en is ...

a)

kieuwen, warmbloedig

b)

kieuwen, koudbloedig

c)

longen en huid,

koudbloedig

d)

longen en huid, warmbloedig

7.

Amfibieën zijn ...

a)

koudbloedig

b)

warmbloedig

8.

Amfibieën ademen met ...

a)

longen en huid

b)

kieuwen in het begin

c)

longen

d)

huid

9.

Welke dieren zijn amfibieën?

a)

kikkers

b)

padden

c)

salamanders

d)

slangen

10.
Nummer 10 wijst naar
a)
de luchtpijp
b)
een longtrechtertje
c)
een longblaasje
d)
een bronchie
11.

Gaswisseling bij jonge! amfibieën vindt plaats in de..... en via de.......

(a)  

12.

Gaswisseling bij zoogdieren vindt plaats in de (a)  

13.

Gaswisseling bij volwassen! amfibieën vindt plaats in de..... en via de.......

(a)  

14.

Bij vissen vindt gaswisseling plaats via de kieuwen?

a)

Eens

b)

Oneens

15.

Gaswisseling bij insecten vindt plaats door:

a)

Kieuwen

b)

Huid

c)

Longen

d)

Tracheeën

16.

Gaswisseling bij eencelligen vindt plaats door:

a)

huid

b)

Kieuwen

c)

Tracheeën

d)

Celmembraan

17.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
18.

Is dit dier Warm of Koudbloedig?

a)

Warmbloedig

b)

Koudbloedig

19.

Is dit dier Warm of koudbloedig?

a)

Warmbloedig

b)

Koudbloedig

20.

In de afbeelding zie je een deel van het ademhalingsstelsel van een insect. Wat is de naam van onderdeel 3?

(a)  

21.

Een muggenlarve leeft in het water en heeft een adembuis waarmee lucht kan worden opgenomen. Via deze adembuis gaat de lucht naar het ademhalingsorgaan.

Welk ademhalingsorgaan heeft een muggenlarve?

a)

Celmembraan

b)

Kieuwen

c)

Tracheeën

22.

Bij vogels wordt zuurstof opgenomen in:

a)

Luchtzakken

b)

Luchtpijpen

c)

Longen

d)

Tracheen

23.

Welke van de twee geeft het tegenstroom principe aan?

a)

boven

b)

onder

c)

geen van beide

d)

wat is het tegenstroom principe?

24.

Teken pijlen van de richting Co2 en de richting van zuurstof bij de ademhaling van dit eencellige wezen.

25.

Omcirkel de kieuwboog

26.

Teken een dier naar keuze

27.

Wat vind je leuker?

a)

Kahoot

b)

Quizizz

28.

Hebben jullie nog leuke ideeën voor een quiz? (bijvoorbeeld andere leuke programma's om te proberen)

4 lines
29.

Welk onderdeel wordt hier aangewezen?

(a)  

30.

Van welke voorouders hebben vogels hun superieure ademhalingsstelsel geerfd?

a)

Kippen

b)

Dinosauriers

c)

Amfibieen

d)

Krekels

31.

Wat kan een nadeel zijn van het ademen met tracheeën?

a)

Als het insect te groot wordt is het moeilijk de lucht diep in het lichaam te pompen

b)

Er kunnen steentjes of zandkorrels inkomen

c)

Een insect is door de holtes erg licht en kan wegwaaien

d)

Er is geen nadeel, dit is een superieur ademhalingsstelsel

32.

Kijk naar de longen van de vogel (horizontale streepjes), wat valt je op?

(geel is zuurstof rijk, rood is zuurstofarm)

a)

Een vogel moet twee keer zo vaak ademen om lucht langs de longen te laten stromen

b)

Een vogel krijgt zowel bij het in- als uitademen zuurstofrijke lucht langs de longen

c)

Vogels hebben neusgaten

d)

Vogels ademen minder efficiënt omdat de lucht eerst langs luchtzakken moet,

33.

Je ziet hier het water wat langs de kieuwlamellen stroomt. Iets klopt niet. Verbeter de pijl die niet klopt.

(tegenstroomprincipe)

34.
Bij niezen blijven de stembanden geopend 
a)
dit is just
b)
dit is onjuist
35.

C: Welk ademhalingsstelsel is van een vogel?

a)

a

b)

c

c)

e

d)

f

36.

Waar zitten de stembanden?

a)

Keelholte

b)

Strottenhoofd

c)

Huig

d)

Neusholte