wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 6: verloskunde en gynaecologie

Total questions: 55

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de naam van de buitenste schaamlippen?

a)

labia majora

b)

labia minora

c)

commisura

d)

fimbriae

2.

Welke weg volgt de eicel?

a)

ovarium, tuba, uterus

b)

tuba, ovarium, uterus

c)

uterus, tuba, ovarium

d)

ovarium, uterus, tuba

3.

wat is de Latijnse naam voor baarmoederspierweefsel?

a)

endometrium

b)

myometrium

c)

cervix

d)

myocard

4.

Wat is de juist term voor urinebuis?

a)

urinebuis = urethra

b)

urinebuis = urether

5.

Wat is de juiste term voor urineleider?

a)

urether

b)

urethra

6.

Duid de primaire geslachtskenmerken aan.

a)

aanwezigheid van de testes

b)

groei van de testes

c)

eerste zaadlozing

d)

daling van de stem

7.

Wat is interseksualiteit?

a)

onduidelijke geslachtskenmerken

b)

zich aangetrokken voelen tot iemand van hetzelfde geslacht

c)

is een synoniem voor biseksualiteit

8.

Wat is vakjargon voor het maagdenvlies?

a)

hymen

b)

defloratie

c)

fimbriae

d)

clitoris

9.

Geef het synoniem voor salpinx?

a)

tuba

b)

uterus

c)

vagina

d)

mamma

10.

Welke klieren vinden we thv het tepelhof?

a)

klieren van Montgommery

b)

klieren van Bartholin

c)

klieren van Couper

11.

De opening van het bekken van een vrouw is...

a)

hartvormig

b)

dwarsovaal

c)

rond

12.

de Latijnse term voor zaadleider is...

a)

ductus deferens

b)

urethra

c)

vesiculae seminalis

d)

epididymis

13.

Zaadcellen worden opgeslagen in

a)

de testes

b)

de epididymis

c)

de ductus deferens

d)

prostaat

14.

Produceert een man die een vasectomie ondergaat nog sperma?

a)

Neen

b)

Ja, prostaatvocht

c)

Ja, alkalisch vocht

d)

Ja, prostaatvocht en alkalisch vocht

15.

Wat is een ejaculatie?

a)

zaadlozing

b)

oprichten van de penis

c)

vaginale coïtus

d)

bevruchting

16.

Welke hormoon zorgt voor de opbouw van het endometrium in de uterus?

a)

progesteron

b)

oestrogeen

c)

LH

d)

FSH

17.

In welke fase van de menstruatiecyclus zal een bevruchte eicel zich innestelen in het endometrium?

a)

mensturatiefase

b)

proliferatiefase

c)

ovulatiefase

d)

secretiefase

18.

Wat kan je observeren aan het cervixslijm tijdens de ovulatie?

a)

taai en ondoorlaatbaar

b)

overvloedig en vloeibaar

c)

helder en visceus

19.

Welk chromosomenpaar leidt tot een meisje?

a)

XX

b)

XY

c)

YX

20.

Welk symptoom wijst op pre-eclampsie?

a)

amenorroe

b)

hypertensie

c)

hyperglycemie

d)

grote baby

21.

wat is hyperemesis gravidarum?

a)

extreem zwangerschapsbraken

b)

ochtendmisselijkheid

c)

zwangerschapsvergiftiging

d)

zwangerschapsdiabetes

22.

Waarop kan bloedverlies tijdens de zwangerschap wijzen?

a)

heropstarten menstruatie

b)

miskraam

c)

infectie

d)

pre-eclampsie

23.

Welk onderzoek wordt beter niet uitgevoerd tijdens de zwangerschap?

a)

echografie

b)

doptone

c)

RX

d)

NIPT

24.

Wat is een synoniem voor trisomie 21?

a)

syndroom van Down

b)

syndroom van Klinefelter

c)

syndroom van Turner

25.

Wat voert men bij de bevalling uit om inscheuren te voorkomen?

a)

episiotomie

b)

epidurale anesthesie

c)

sectio

26.

Geef de juiste volgorde van de veranderingen die de cervix ondergaat bij de bevalling.

a)

verweken, centreren, verstrijken, ontsluiten

b)

verstrijken, ontsluiten, centreren, verweken

c)

ontsluiten, versrtijken, verweken, centreren

d)

verstrijken, centreren, verweken, ontsluiten

27.

Hoe lang mag het duren om de baby er effectief uit te persen als de cervix volledig ontsloten is?

a)

5 minuten

b)

1 uur

c)

12 uur

d)

36 uur

28.

Welke hormonen staan in voor de borstvoeding?

a)

prolactine en oxytocine

b)

oestrogeen en progesteron

c)

LH en FSH

29.

Oxytocine zorgt voor

a)

afgeven van melk

b)

productie van melk

c)

opstarten van de menstruatie

30.

Wat is lochia

a)

bloedverlies tijdens de menstruatie

b)

bloedverlies uit wonde waar de placenta zat na de bevalling

c)

bloedverlies tijdens de zwangerschap

31.

Welk probleem is er bij rhesusimmunisatie?

a)

Rh + mama en rh - kind

b)

rh - mama en rh + kind

c)

rh + mama en rh + kind

d)

rh - mama en rh - kind

32.

Welk risico loopt men bij het niet toedienen van anti-D-gamma-globulines na de bevalling?

a)

miskraam bij volgende zwangerschap

b)

infertiliteit

c)

eclampsie

33.

Bij welke problematiek is ziekenhuisopname noodzakelijk.

a)

baby blues

b)

post-partum depressie

c)

post-partum psychose

34.

Hoeveel tijd kan een werkneemster thuis blijven rond de bevalling?

a)

2 weken

b)

10 weken

c)

15 weken

d)

5 maanden

35.

Na de bevalling gaan ouders naar de Burgerlijke stand van de gemeente waar de baby is geboren om de naam door te geven. We noemen dit ...

a)

kennisgeving

b)

aangifte

c)

erkenning

36.

Wat is fluor vaginalis?

a)

een tumor thv de vagina

b)

het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt

c)

slechtruikende vaginale afscheiding

d)

abnormaal bloedverlies na de bevalling

37.

Wat is vakjargon voor het instrument dat een arts gebruikt om de schaamlippen te spreiden?

a)

een eendenbek

b)

een speculum

c)

een mammografie

d)

een dyspareunie

38.

Wat is een curettage?

a)

het uitkrabben van het endometrium in de uterusholte

b)

een kijkoperatie in de buikholte

c)

een onderzoek door middel van ultrasone golven

d)

een röntgenonderzoek van het lymfestelsel door middel van contrastvloeistof

39.

wat is een sentinelscintigrafie of lymfografie?

a)

het uitkrabben van het endometrium in de uterusholte

b)

een endoscopie van de buikholte

c)

een onderzoek door middel van ultrasone golven

d)

een röntgenonderzoek met contraststof van het lymfestelsel

40.

Wat is een descendus uteri

a)

een verzakking van de baarmoeder

b)

een verzakking van de blaas

c)

een verzakking van de vaginawand

d)

een infectie van de baarmoeder

41.

Hoe observeer je een prolaps?

a)

koorts

b)

gevoel dat er iets uit de vagina hangt

c)

blaasjes aan de vagina

d)

jeuk

42.

Wat is een myoom?

a)

een baarmoederverzakking

b)

een goedaardige knolvormige tumor van de spierwand van de uterus

c)

een rode gesteelde tumor in de cervix

43.

Wat wordt bedoeld met maligne en benigne?

a)

maligne = goedaardig en benigne = kwaadaardig

b)

maligne is kwaadaardig en benigne = goedaardig

44.

Wat is het probleem bij stressincontinentie?

a)

de blaas is overprikkeld

b)

het afsluitmechanisme van de blaas werkt niet goed

45.

Wat is een hysterectomie?

a)

Wegname van de baarmoeder

b)

wegname van de borsten

c)

wegname van de cervix

46.

Wanneer kan er een vaginale wiek geplaatst zijn?

a)

bij bartholinitis acuta

b)

bij herpes genitalis

c)

bij fluor vaginalis

d)

bij mammacarcinoom

47.

Welk symptoom wijst niet op borstkanker?

a)

dimpling

b)

ingetrokken tepels

c)

bloedverlies aan de tepel

d)

vaginaal bloedverlies

48.

Bij welke fertiliteitsbehandeling zal men in het labo zelf de voortplantingscellen uitkiezen, dus geen natuurlijke selectie?

a)

IVF

b)

ICSI

49.

Wat is een radicale mastectomie?

a)

borst wordt volledig weggenomen en eventueel ook de okselklieren

b)

borst wordt deels weggenomen zonder okselklieren

c)

borst wordt deels weggenomen met okselklieren

50.

Welke diagnose spoort men op bij een Papanicolau-test?

a)

cervixcarcinoom = baarmoederhalskanker

b)

mammacarcinoom = borstkanker

c)

endometrium- of corpuscarcinoom = baarmoederkanker

d)

SOA

51.

Wat is een conisatie?

a)

uitkrabben van de baarmoeder

b)

kegelvormige deeltje uitsnijden uit de cervix

c)

sterilisatie

d)

kijkoperatie in het abdomen

52.

Wat is een vulvaspoeling

a)

het begieten van de schaamstreek na de bevalling

b)

steriel reinigen en ontsmetten van de vagina, vergelijkbaar met wondzorg genitaal

c)

vloeistof inbrengen in de vagina om de pH van de vagina te wijzigen

53.

Wat is een vulvutoilet?

a)

Het begieten van de schaamstreek na de bevalling

b)

Het steriel reinigen en ontsmetten van de vulva, vergelijkbaar met een vaginale wondzorg

c)

Inbrengen van vloeistof vaginaal om de pH van de vagina t everanderen

54.

Uitzonderlijk zijn er 2 wieken geplaatst na een gynaecologische operatie: 1 met knoopjes en 1 zonder knoopjes. Welke verwijder je eerst?

a)

die met knoopjes: die zit thv de vagina

b)

die met knoopjes: die zit thv de uterus

c)

die zonder knoopjes: die zit thv de vagina

d)

die zonder knoopjes: die zit thv de uterus

55.

Welke volgorde respecteer je bij het verwijderen van een vaginale wiek en een verblijfsonde?

a)

Eerst de VS en dan de wiek

b)

Eerst de wiek en dan de VS