Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 3 bs 1t/m7

Total questions: 27

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Waar in een plantencel vind fotosynthese plaats?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

2.

De stevigheid van dierlijke cellen ontstaat door stevige celwanden. Juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme

4.

Zie je in de afbeelding één of meerdere weefsels?

a)

één weefsel

b)

meerdere weefsels

5.

Wat is de functie van nummer 4?

a)

Het verplaatsen van de tafel.

b)

Het bijstellen van het licht.

c)

Het scherp zetten van het beeld

d)

Het draaien van de objectieven.

6.

Welk onderdeel regelt de hoeveelheid licht?

a)

11

b)

5

c)

10

d)

8

7.

Welke uitspraak over celdeling (mitose)is waar?

a)

Er worden geslachtscellen gevormd.

b)

Geslachtsdeling vindt plaats.

c)

Er worden cellen met evenveel chromosomen gevormd.

d)

Er worden cellen met dubbele chromosomen gevormd.

8.
Wat is een weefsel?
a)
een groep cellen met dezelfde vorm en functie
b)
cellen die delen
c)
een groep cellen met een verschillende vorm
9.
Welke volgorde is juist van groot naar klein?
a)
Organisme, orgaan, weefsel, organenstelsel, cel
b)
cel, weefsel, orgaan, organenstelsel, organisme
c)
organisme,
organenstelsel, orgaan, weefsel, cel
10.
Hoe heet onderdeel 1
a)
oculair
b)
tubus
c)
statief
11.
Hoe heet onderdeel 8
a)
oculair
b)
objectief
c)
revolver
12.
Hoe heet de bovenste lens waardoor je kijkt?
a)
oculair
b)
objectief
13.
Wat is de functie van de grote schroef
a)
Hiermee kun je de afstand tussen tafel en objectief snel veranderen
b)
Hiermee kun je fijn scherp stellen
c)
Hiermee regel je de hoeveelheid licht die door de lenzen valt
14.
Hoe heet dit glas?
a)
objectglas
b)
dekglas
15.

Bepaalde delen van het DNA van een mens bevatten informatie over de stoffen die de kleur van de ogen bepalen.


Waar bevindt zich dit DNA in een cel?

a)

celwand

b)

celkern

c)

cytoplasma

d)

celmembraan

16.

In de afbeelding zie je een oog. Het gekleurde deel van het oog heet de iris.


Bevat een cel in de iris 46 chromosomen?

a)

ja

b)

nee

17.

5.

In het DNA vormen de basen A, C, G en T vaste paren.


Welke paren zijn dat?

a)

A en G, C en T

b)

A en C, G en T

c)

A en T, C en G

18.
Juist of onjuist? Een weefsel is een groep cellen met verschillende vorm, maar zelfde functie bij elkaar.
a)
Juist
b)
Onjuist, ze hebben dezelfde vorm
19.
Zie afbeelding. Is dit een plantaardige of een dierlijke cel?
a)
Dierlijke cel
b)
Plantaardige cel
20.
Zie afbeelding. Met welk nummer is de celkern aangegeven?
a)
Met nummer 1
b)
Met nummer 2
c)
Met nummer 3
21.
Juist of onjuist? Alle organismen hebben cellen met een celwand.
a)
Juist
b)
Onjuist
22.
Zie afbeelding. Is dit een dierlijke of een plantaardige cel?
a)
Dierlijke cel
b)
Plantaardige cel
23.
Cellen kunnen verschillende vormen hebben.
a)
Juist
b)
Onjuist
24.

Een stamcel is een cel die nog niet gespecialiseerd is.

a)

Onjuist

b)

Juist

25.

Onder de biosfeer vallen ook alle wateren en rivieren op de aarde.

a)

Juist

b)

Onjuist

26.

Een populatie kan uit meerdere diersoorten bestaan.

a)

Juist

b)

Onjuist

27.

Wat is de juiste volgorde van de niveaus van de biologie van groot naar klein?

a)

Biosfeer - ecosysteem - organisme - populatie - orgaan - molecuul - cel

b)

Biosfeer - ecosysteem - populatie - organisme - orgaan - cel - molecuul

c)

Molecuul - cel - orgaan - organisme - populatie - ecosysteem - biosfeer

d)

Molecuul - cel - organisme - orgaan - populatie - ecosysteem - biosfeer