NEW
Font size
WorksheetsGrammatica | Ontleden
Total questions: 20
Worksheet time: 40mins
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
De bakker heeft de broden alsnog kunnen verkopen.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Tijdens de ouderavond krijgen alle ouders koffie of thee.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Sinds wanneer heeft elke voetballer een nieuw t-shirt?
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Mijn moeder heeft voor de visite een cake gebakken.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
De heksen toveren de prins om in een kikker.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Ik wil een nieuwe outfit voor het feest morgen.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Heeft Tom de kartonnen doos hier neergezet?
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Mijn broertje ruimt nooit zijn spullen op.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
Ik heb voor school mijn agenda nodig.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Welk zinsdeel is het onderstreepte deel van de zin?
De meester deelt lastige toetsen uit aan groep 8.
Persoonsvorm
Werkwoordelijk gezegde
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Wat is het onderwerp in de zin?
Mijn nicht heeft een verrassingsreis geboekt.
Mijn nicht
heeft
een verrassingsreis
heeft geboekt
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de zin?
Mijn moeder heeft de auto op slot gedaan.
Mijn moeder
heeft
de auto
heeft gedaan
Wat is het onderwerp in zin?
De kinderen van mijn nicht hebben skeelers gekocht.
De kinderen
De kinderen van mijn nicht
hebben gekocht
skeelers
Wat is het lijdend voorwerp in de zin?
Van mijn zakgeld heeft Maarten een nieuwe telefoon gekocht.
mijn zakgeld
Maarten
een nieuwe telefoon
heeft gekocht
Wat is de persoonsvorm in de zin?
Mijn oom wil een auto voor zeven personen kopen.
Mijn oom
wil
een auto
wil kopen
Wat is het lijdend voorwerp in de zin?
Heb jij dit weekend de woordjes voor Frans wel geleerd?
Heb
jij
de woordjes voor Frans
heb geleerd
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de zin?
Jullie winkel verkocht een klein schilderij op vrijdag.
Jullie winkel
verkocht
een klein schilderij
op vrijdag
Wat is het onderwerp in de zin?
Ik ben het pionnetje van het bordspel kwijtgeraakt.
Ik
ben
het pionnetje
ben kwijtgeraakt
Wat is het lijdend voorwerp in de zin?
Alle leerlingen hebben hun eigen rekenschrift.
Alle leerlingen
hebben
hun eigen rekenschrift
eigen rekenschrift
Wat is het onderwerp in de zin?
Aan Marieke geef ik volgende week een presentje.
Marieke
geef
ik
een presentje
