wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 3: ordening

Total questions: 39

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.
Welke 5 klassen van gewervelde dieren zijn er?
a)
sponzen, stekelhuidigen, wormen, amfibieën en vissen
b)
zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en vissen
c)
zoogdieren, vogels, geleedpotigen, wormen en reptielen
d)
vogels, reptielen, vissen, geleedpotigen, en sponzen
2.
Padden zijn koudbloedig, ademen voor een groot deel door hun huid, en hun eieren zijn niet beschermd. Bij welke klasse binnen de afdeling van de gewervelden horen de padden?
a)
Bij de vissen
b)
Bij de reptielen
c)
Bij de zoogdieren
d)
Bij de amfibieën
3.
Wat is een andere naam voor het ‘op naam brengen’ van een organisme?
a)
Determineren
b)
Nomenclatuur
c)
Benoemen
d)
Stamboom
4.
Bij welke hoofdafdeling hoort de kwal?
a)
Holtedieren
b)
Kwallen
c)
Weekdieren
d)
Sponzen
5.
Waar of niet waar? Een wants (zie het plaatje) is tweezijdig symmetrisch.
a)
Waar
b)
Niet waar
6.
Hoe noemen we de vier grote groepen van ordenen ook wel?
a)
Stammen
b)
Klassen
c)
Rijken
d)
Domeinen
7.
Op basis van welke kenmerken worden de vier grote groepen ingedeeld?
a)
celkern, cytoplasma, celwand
b)
celkern, cytoplasma, celmembraan
c)
celkern, celwand, bladgroenkorrels
d)
celkern, bladgroenkorrels, cytoplasma
8.
Welke drie afdelingen ken je binnen het rijk van de planten?
a)
Wieren, naaktzadigen en sporenplanten
b)
Wieren, sporenplanten en zaadplanten
c)
Wieren, paardenstaarten en zaadplanten
d)
Varens, blaaswieren en zaadplanten
9.
Wat is de definitie van een ras?
a)
Een groep dieren binnen de soort met dezelfde vaste kenmerken
b)
Dieren die je krijgt als 2 soorten met elkaar paren
c)
Een groep soorten met dezelfde kenmerken
d)
Alle sterk op elkaar lijkende dieren die zich onderling kunnen voortplanten
10.
Wat is het verschil tussen zaden en sporen?
a)
Er is geen verschil
b)
Sporen zijn groter dan zaden
c)
Zaden hebben reservevoedsel en sporen niet
d)
Sporen hebben reservevoedsel en zaden niet
11.
Welk dier heeft geen inwendig skelet?
a)
Ezel
b)
Kip
c)
Salamander
d)
Schorpioen
12.
Welk dier is veelzijdig symmetrisch
a)
Zeekomkommer
b)
Zeebaars
c)
Zeester
d)
Dolfijn
13.
Wat is de functie van het skelet van een dier?
a)
Stevigheid en beweging
b)
Stevigheid en bescherming
c)
Bescherming en verdediging
d)
Bescherming en camouflage
14.
Welk van de onderstaande organismen is een zaadplant?
a)
Appelboom
b)
Haarmos
c)
Paddenstoel
d)
Stekelvaren
15.
Het huisje van een huisjesslak is een voorbeeld van een...
a)
Inwendig skelet
b)
Beschermend skelet
c)
Hard skelet
d)
Uitwendig skelet
16.
Waarom leven de meeste dieren zonder skelet onder water?
a)
Deze dieren kunnen niet tegen de lucht.
b)
De dieren hebben kieuwen
c)
De dieren hebben geen skelet nodig.
d)
Deze dieren hebben geen stevigheid nodig, omdat alles zweeft onder water.
17.

Deze groep is een onderdeel van de gewervelde dieren en heeft deze kenmerken:

1. Huid met veren

2. Ademt met longen

3. Wordt geboren uit een ei

a)

Vogels

b)

Vissen

c)

Amfibieën

d)

Zoogdieren

18.

Welk van de volgende begrippen is het kleinst?

a)

Verschillende weefsels

b)

Blad

c)

Cellen

d)

Plant

19.

De functie van stengels zijn?

a)

De plant rechtop houden

b)

Zaden maken

c)

Bijen aantrekken voor de voortplanting

d)

Water en mineralen opnemen

20.

Welk onderdeel heeft een plantaardige cel wel en een dierlijke cel niet?

a)

Cytoplasma

b)

Celmembraan

c)

Celkern

d)

Celwand

21.

Melk kan ook bederven. Dit komt niet door schimmels maar door bacteriën. Kan je deze bacteriën wel zien?

a)

Nee, want ze zijn doorzichtig

b)

Ja, want ze zijn groen of grijs

c)

Nee, want ze zijn te klein om met je ogen te kunnen zien

d)

Ja, want je ziet klontjes bacteriën drijven

22.

Hoe planten schimmels zich voort?

a)

Door middel van sporen

b)

Door middel van lopen

c)

Door middel van bestuiving

d)

Door middel van de wind

23.

Uit welk rijk komt de cel hiernaast?

a)

Planten

b)

Dieren

c)

Schimmels

d)

Bacteriën

24.

Wat heeft een bacterie niet, wat de andere rijken wel hebben?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Bladgroenkorrels

d)

Vacuole

25.

Het maken van glucose heet?

a)

Koolstofdioxide

b)

Fotosynthese

c)

Determineren

d)

Voedselkringloop

26.

Van welk rijk worden ook wel medicijnen gemaakt?

a)

Dieren

b)

Planten

c)

Schimmels

d)

Bacteriën

27.

Wat is gist? Een …

a)

Bacterie

b)

Dier

c)

Plant

d)

Schimmel

28.
In welke 4 rijken wordt de levende natuur ingedeeld?
a)
bacteriën - zwammen - planten - vissen
b)
virussen - bacteriën - champignonnen - zwammen
c)
eencelligen - tweecelligen - driecelligen - viercelligen
d)
bacteriën - schimmels - planten - dieren 
29.
Wat is de functie van de celkern?
a)
geeft volume aan de cel
b)
geeft stevigheid aan de cel 
c)
regelt de gebeurtenissen in de cel 
d)
heeft geen doel
30.
Hoe planten bacteriën zicht voort?
a)
door knopvorming
b)
door deling 
c)
door zaadvorming
d)
met sporedraden
31.
Welke cel is de enige cel zonder celwand en met alleen een celmembraan?
a)
een bacterie
b)
een schimmel
c)
een plant
d)
een dier
32.
Welke functie hebben schimmels en bacteriën allebei?
a)
het vormen van bladgroen
b)
het doorgeven van informatie
c)
het opruimen van dode resten
d)
het vormen van sporen
33.
Welke van onderstaande schimmels kan je NIET eten
a)
schimmelkaas
b)
champignons
c)
broodschimmel 
d)
biergist
34.
Welk voedingsmiddel wordt gemaakt met behulp van schimmels?
a)
brood
b)
eieren
c)
fruitsap
d)
yoghurt
35.
Welk voedingsmiddel wordt gemaakt met behulp van bacteriën?
a)
brood
b)
eieren
c)
fruitsap
d)
yoghurt
36.
Je ziet hier een kolonie bacteriën. Wat zijn de kenmerken van een bacterie?
a)
wel een celwand, wel een celkern en wel bladgroenkorrels
b)
geen celkern, wel bladgroenkorrels en wel een celwand
c)
wel een celwand, geen bladgroenkorrels en geen celkern
d)
geen celkern,  geen bladgroenkorrels en wel een celwand
37.
Hiernaast zie je twee konijntjes. Hoe zien de cellen van deze konijnen eruit?
a)
geen celkern, wel een celwand, wel bladgroenkorrels
b)
Wel een celkern, geen celwand, wel bladgroenkorrels
c)
geen celkern, geen bladgroenkoreels, geen celwand
d)
wel een celkern, geen celwand, geen bladgroenkorrels
38.
Hiernaast zie je verschillende planten in een kast staan. Hoe zien de cellen van deze planten eruit?
a)
wel een celwand, wel een celkern, wel bladgroenkorrels
b)
geen celwand, geen celkern, wel bladgroen
c)
geen celkern, wel een celwand, wel bladgroenkorrels
d)
wel een celkern, geen bladgroenkorrels, wel celwand
39.
Zwemmerseczeem is een voorbeeld van een schadelijke schimmel?
a)
Juist
b)
Onjuist, deze wordt veroorzaakt door een allergische reactie
c)
Onjuist, deze wordt veroorzaakt door een bacterie