wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bezittelijk voornaamwoord

Total questions: 15

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in onderstaande zin?


Heb je mijn nieuwe bril al gezien?

a)

je

b)

mijn

c)

al

d)

gezien

2.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in onderstaande zin?


Dat zijn onze jassen

a)

dat

b)

zijn

c)

onze

d)

jassen

3.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in onderstaande zin?


Ik ga morgen eten bij mijn opa.

a)

Ik

b)

ga

c)

morgen

d)

mijn

4.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in onderstaande zin?


Ik wil jouw schrift houden.

a)

Ik

b)

wil

c)

jouw

d)

houden

5.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Ik heb nu de spelcomputer van jouw zusje geleend, maar ze wil haar spelcomputer graag terug.

a)

jouw

b)

haar

c)

jouw, haar

d)

ik

6.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Jouw schrift lag in hun kamer en ons boek lag daar ook.

a)

Jouw

b)

hun

c)

Jouw, hun

d)

Jouw, hun, ons

7.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Ik ga nu eindelijk die kamer poetsen met uw schoonmaakspullen.

a)

Ik

b)

uw

c)

die

d)

die, uw

8.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Een jongen uit mijn klas heeft een leuk spel, maar het is eigenlijk van zijn vader.

a)

mijn

b)

mijn, zijn

c)

zijn

d)

vader

9.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Mijn kamer is een grote bende, terwijl zijn kamer erg schoon is.

a)

mijn

b)

zijn

c)

mijn, zijn, is

d)

mijn, zijn

10.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in onderstaande zin?


Dat is haar verrekijker.

a)

is

b)

haar

c)

dat

d)

Deze zin heeft geen bezittelijk voornaamwoord

11.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Van onze ouders moet ik mijn kamer schoonmaken en voor straf ook hun kamer.

a)

mijn

b)

hun

c)

mijn, hun

d)

onze, mijn, hun

12.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Mijn oma breit nog steeds wollen sokken.

a)

mijn

b)

mijn oma

c)

breit

d)

Deze zin heeft geen bezittelijk voornaamwoord.

13.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Wist je dat Frankrijk nog steeds onze favoriete vakantiebestemming is?

a)

je

b)

onze

c)

je, onze

d)

je, onze, is

14.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Een van m'n neefjes houdt zich fanatiek bezig met zijn hobby.

a)

Een

b)

m'n

c)

zijn

d)

m'n, zijn

15.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord/ zijn de bezittelijke voornaamwoorden in onderstaande zin?


Dit is mijn huisdier, hij heet Snoepie.

a)

mijn

b)

is

c)

dit

d)

Deze zin heeft geen bezittelijk voornaamwoord.