wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2th H2.7 + 2.8

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

In het Weichselien (laatste ijstijd) heeft de wind in Nederland achtergelaten:

a)

Klei en dekzand

b)

Klei en Loss

c)

Loss en Dekzand

d)

Loss en zwartzand

2.

In het Weichselien (laatste ijstijd) had Nederland een:

a)

Toendra klimaat

b)

IJskap

c)

Warm klimaat

d)

Gematigd klimaat

3.

De achtergebleven heuvels in midden-NL die zijn ontstaan door de ijstijd noemen we..

a)

stuwwallen

b)

smeltwaterdalen

c)

zwerfstenen

d)

dekzand

4.

Welke sporen zijn nog steeds zichtbaar van de Saale-ijstijd in het landschap van Hoog-Nederland?

a)

smeltwaterdalen

b)

stuwwallen

c)

veen

d)

terpen

5.

Welke stellingen zijn juist?

a)

In Groningen loopt het landschap omhoog naarmate je dichter bij de kust komt

b)

Door het afgraven van veen voor turf zijn grote veenplassen ontstaan

c)

Dekzand is tijdens een koude periode vanuit de Noordzee over Nederland afgezet

d)

Door smeltwaterdalen stroomt tegenwoordig geen water meer

6.

WELKE STELLINGEN ZIJN JUIST?

1: Water in een rivier stroomt overal even hard

2: Op deze foto zie je een meander

3: In Nederland komen veel meanderende rivieren voor

4: Een meander en hoefijzermeer hebben met elkaar te maken.

a)

Stelling 1, 2 zijn juist. 3 en 4 zijn onjuist

b)

Al deze stellingen zijn onjuist

c)

Stelling 1, 2 en 3 zijn juist.

d)

Stelling 2 en 4 zijn juist. Stelling 1 en 3 zijn onjuist

7.

Natuurlijke bocht in de rivier.

a)

Meander

b)

Horst

c)

Slenk

8.

Wat voor soort reliëf zie je op de foto?

a)

Middelgebergte

b)

Heuvelland

c)

Hooggebergte

d)

Laagland

9.

Waar vindt erosie en sedimentatie plaats in de rivier?

a)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = erosie

b)

buitenbocht = erosie, binnenbocht = erosie

c)

binnenbocht = sedimentatie, buitenbocht = sedimentatie

d)

binnenbocht = erosie, buitenbocht = sedimentatie

10.

De N in N.A.P. staat voor?

a)

Nederlands

b)

Normaal

c)

Nieuw

d)

Neder

11.

Stenen breken in stukken als gevolg van

a)

Hoge temperaturen boven de 30C

b)

lage temperaturen onder -10C

c)

een groot temperatuurverschil tussen zomer en winter

d)

een groot temperatuurverschil tussen dag en nacht

12.

Welke uitspraak/uitspraken is/zijn juist?

a)

U-dalen ontstaan door winderosie.

b)

V-dalen ontstaan door rivieren.

c)

Bergtoppen eroderen door rivieren.

d)

Water is harder dan gesteente.

e)

Rivieren kunnen gesteente uitschuren.

13.

Wat zie je bij A?

a)

Stuwwal

b)

Smeltwaterdal

c)

Heuvel

d)

Erosie

14.

Welk begrip past bij de letter B

a)

Stuwwal

b)

Smeltwaterdal

c)

Meander

d)

Delta

15.

Welk woord hoort niet in het rijtje? Kies uit:

Hoog Nederland – zwerfstenen – zand – klei – stuwwallen.

a)

Hoog Nederland

b)

zwerfstenen

c)

zand

d)

stuwwallen

e)

klei

16.

Wat stelt de afbeelding voor?

a)

bos in het westen van NL

b)

bos in het zuiden van NL

c)

bos op een stuwwal

d)

bos en weilanden in laag NL

17.

Nu monden de Rijn en de Maas in de Noordzee uit. Tijdens de ijsbedekking kwam daar ook het water

van verschillende Duitse rivieren bij. Waarom monden deze Duitse rivieren nu wel in de Oostzee uit en

toen niet?

a)

De Oostzee was ook bevroren en er kon geen water meer bij.

b)

Deze Duitse rivieren werden door het landijs gedwongen naar het westen te stromen.

c)

Deze Duitse rivieren volgen nu stuwwallen die na de ijstijd zijn ontstaan.

d)

De Duitse rivieren hebben nu meer water en door erosie stromen ze nu naar de Oostzee.

18.

Welke plaatsen liggen in Hoog-NL

a)

2 4 7 8

b)

1 3 7 8

c)

2 3 4 7 8

d)

2 4 7 8 10

19.

Hoe lang heeft de Rhône erover gedaan om het dal tussen het Centraal Massief en De Alpen uit te schuren?

a)

een periode van tientallen jaren

b)

een periode van honderden jaren

c)

een periode van duizenden jaren

d)

een periode van miljoenen jaren

e)

een periode van miljarden jaren

20.

Wat voor dal zie je hier?

a)

O-dal

b)

V-dal

c)

U-dal

d)

A-dal

21.

Stuwwallen bestaan uit?

a)

rivierzand

b)

duinzand

c)

dekzand

22.

Stuwwallen zijn gevormd door..

a)

landijs

b)

gletsjer

c)

rivieren

d)

wind

23.

Op dit moment leven wij in een ...

a)

warme tijd

b)

koude tijd

24.

Polders kom je veel tegen in...

a)

Hoog Nederland

b)

Laag Nederland

c)

Oost Nederland

d)

Midden Nederland

25.

De zwerfkeien in Nederland komen vanuit

a)

via landijs uit Scandinavië

b)

via gletsjers uit Zwitserland

c)

via rivieren uit Duitsland

d)

via de rivieren uit Noorwegen