Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VWO 2 Regelmatige werkwoorden

Total questions: 20

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


j' (donner) passé composé

(a)  

2.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


ils (finir) présent

(a)  

3.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


nous (vendre) passé composé

(a)  

4.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


on (parler) présent

(a)  

5.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


ils (choisir) présent

(a)  

6.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


tu (grandir) imparfait

(a)  

7.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


elles (chercher) imparfait

(a)  

8.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


vous (perdre) passé composé

(a)  

9.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


il (attendre) passé composé

(a)  

10.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


je (rougir) présent

(a)  

11.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


elles (habiter) passé composé

(a)  

12.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


elle (répondre) présent

(a)  

13.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


tu (réussir) présent

(a)  

14.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


j' (rencontrer) passé composé

(a)  

15.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


on (chanter) imparfait

(a)  

16.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


il (entendre) imparfait

(a)  

17.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


nous (visiter) présent

(a)  

18.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


elles (sortir) passé composé

(a)  

19.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


elle (aller) passé composé

(a)  

20.

Zet in de goede vorm en tijd. Let op accenten. Je hoeft geen hoofdletters te gebruiken.


vous (réfléchir) imparfait

(a)