WorksheetsWoordsoorten
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Hoeveel lidwoorden zijn er?
2
3
4
Hoeveel werkwoorden zijn er in deze zin:
Ik heb haar vriendelijk gevraagd hier te blijven.
0
1
2
3
Hoeveel zelfstandige naamwoorden staan er in deze zin:
Zijn boekentas en pennenzak vielen via de trap op de vuile grond.
0
1
3
4
Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?
De witte kat kijkt naar buiten.
lidwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?
De jonge vogeltjes kwetteren er op los.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Tot welke woordsoort behoort het onderstreepte woord?
Het ruikt hier naar vers gebakken brood.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Welke woordsoort kan je in de "verleden tijd" of "tegenwoordige tijd" schrijven?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Welke woordsoort kan je "verkleinen" "in het enkelvoud" of "in het meervoud" schrijven?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Welke woordsoort geeft je meer informatie over hoe mensen, dieren of voorwerpen zijn?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Duid de best passende woordsoort aan voor het onderstreepte woord.
In Australië wonen er veel vreemde dieren.
werkwoord
zelfstandig naamwoord
eigennaam
bijvoeglijk naamwoord
Welke woordsoort ontbreekt in deze zin?
Wij ... in de klas op onze stoel... .
lidwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoegelijk naamwoord
werkwoord
Welke woordsoort kan je in de zin op de plaats van het vraagteken schrijven?
Hij bakt een ? taart.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat moet je op de plaats van het vraagteken schrijven?
Zij draagt een ? ring.
goude
gouden
gouwen
gouwden
Wat moet je op de plaats van het vraagteken schrijven?
De ? brug stortte in.
houte
houten
haute
hauten
Wat moet je op de plaats van het vraagteken schrijven?
Ze vond een ? munt in haar tuin.
zilveren
zilvere
zilferen
zilfere
Tot welke woordsoort behoren de onderstreepte woorden?
Stien en Cas plannen een reisje naar Oostenrijk.
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
eigennaam
werkwoord
Duid alle juiste antwoorden aan. Welke info klopt over het onderstreepte woord?
De kinderen plantten bomen in de tuin.
zelfstandig naamwoord
werkwoord
tegenwoordige tijd
verleden tijd
Duid alle juiste antwoorden aan. Welke info klopt over het onderstreepte woord?
De kinderen planten bomen in de tuin.
zelfstandig naamwoord
werkwoord
tegenwoordige tijd
verleden tijd
Welke woordsoort wordt niet gebruikt in deze zin?
We maken veel leuke online oefeningen.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Welke woordsoort wordt niet gebruikt in deze zin?
We luisterden naar de radio.
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
