wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zenuwstelsel

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Waaruit bestaat het perifeer zenuwstelsel?

a)

Hersenen en ruggenmerg

b)

Orthosympatisch en parasympatisch

c)

Sensorisch en motorisch

d)

Autonoom en animaal

2.

Hoe zijn de twee hersenhelften verbonden?

a)

Hersenbalk

b)

Thalamus

c)

Verlengde merg

d)

Middenhersenen

e)

Tight junctions

3.

Wat is opvallend aan de witte en grijze stof in de hersenen en het ruggenmerg?

a)

Witte stof zit bij het ruggenmerg aan de binnenkant, grijze stof zit aan de buitenkant. Bij de hersenen is dit andersom

b)

Witte stof zit bij de hersenen aan de binnenkant, grijze stof zit aan de buitenkant. Bij het ruggenmerg is dit andersom.

c)

Bij hersenen en ruggenmerg zit witte stof aan de binnenkant en grijze stof aan de buitenkant

d)

Bij hersenen en ruggenmerg zit witte stof aan de buitenkant en grijze stof aan de binnenkant

4.

Wat representeert dit mannetje?

a)

Gebied van Broca

b)

Gebied van Wernicke

c)

Primaire motorische schors

d)

Primaire sensorische schors

5.

Wat is waar over de primair motorische schors?

a)

De primair motorische schors ontvangt impulsen van zintuigen

b)

De primaire motorische schors stuurt impulsen naar zintuigen

c)

De primair motorische schors ontvangt impulsen van spieren

d)

De primair motorische schors stuurt impulsen naar spieren

6.

Welk van onderstaande kenmerken hoort bij een afasie van Wernicke?

a)

Geen moeite met praten

b)

Gewone tot lange zinnen

c)

Begrip is intact

7.

Welk van onderstaande gebieden is aangedaan bij iemand met het syndroom van Korsakov?

a)

Hippocampus

b)

Hypothalamus

c)

Amygdala

d)

Thalamus

8.

Welk deel van de hersenstam verbindt de grote met de kleine hersenen?

a)

Middenhersenen

b)

Pons

c)

Verlengde merg

9.

Welk type zenuwcel heeft zijn cellichamen buiten het centraal zenuwstelsel?

a)

Sensorische zenuwcel

b)

Schakelcel

c)

Motorische zenuwcel

10.

Schakelcellen bevinden zich zowel in het centraal zenuwstelsel als in het perifeer zenuwstelsel.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar