Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWoordjes H.2 + 3
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
vivere
a)
leven
b)
komen
c)
zien
d)
zijn
2.
filias
a)
dochter
b)
dochters
c)
meisje
d)
meisjes
3.
noctes
a)
schim
b)
nachten
c)
plaats
d)
koningen
4.
Wat betekent reginam
(a)
5.
Wat betekent reddere?
(a)
6.
Welke woorden zijn voorzetsels? (meerdere antwoorden)
a)
per
b)
non
c)
hic
d)
in
e)
inter
7.
temptamus
a)
wij lopen
b)
zij doen
c)
wij proberen
d)
jullie openen
8.
loci
a)
aarde
b)
plaatsen
c)
bloemen
d)
vaak
9.
servare
a)
durven
b)
redden
c)
naderen
d)
wonen
10.
cupio
a)
ik wil
b)
ik neem
c)
ik heb gewild
d)
ik heb genomen
11.
annum
a)
opa
b)
plan
c)
vriend
d)
jaar
12.
timet
a)
hij roept
b)
jij bent verliefd
c)
hij is bang
d)
trekken
13.
aperire
a)
verschijnen
b)
openen
c)
roven
d)
treuren
14.
Welke woorden (kunnen) staan in het meervoud?
a)
amicae
b)
veniunt
c)
ridet
d)
regem
e)
sunt
15.
statim
a)
nu
b)
meteen
c)
snel
d)
plotseling
Reset
