Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema werk meerkeuze Basis

Total questions: 35

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

In welk voorbeeld is er sprake van werk?

a)

Thuis de afwas doen.

b)

Je vriend(in) helpen met kleren kopen.

c)

’s Morgens je bed opmaken.

d)

Een kantoorpand schoonmaken

2.

Wie werkt?

1. Jan bezorgt pakketjes. Hij verdient niet veel, maar hij vindt het toch leuk werk.

2. Davy droomt ervan profvoetballer te worden. Nu speelt hij bij de A-junioren van DEV in Doorn.

a)

Jan werkt, Davy werkt niet.

b)

Davy werkt, Jan werkt niet.

c)

Jan en Davy werken.

d)

Jan en Davy werken niet.

3.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Als je werkt, moet je zelf voor een veilige werkplek zorgen.

2. Als eigen baas werk je bijna altijd minder uren dan iemand in loondienst.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

4.

Als je vast werk hebt krijg je loon. Welk loon krijg je op je bankrekening gestort?

a)

Het nettoloon.

b)

Het brutoloon.

5.

Op je loonstrookje staan je werkzaam­heden en hoe goed je in je werk bent.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

6.

Wat is een vacature?

a)

Een netwerk van vrienden en kennissen.

b)

Een open sollicitatie.

c)

Een baan die vrij is.

d)

Een arbeidsovereenkomst.

7.

Een uitzendbureau zorgt vooral voor:

a)

vast werk.

b)

zwartwerk.

c)

tijdelijk werk.

d)

onbetaald werk.

8.

Welke woorden zijn weggelaten?

Als je een vaste baan zoekt, kan ………………………. je het beste helpen.

a)

het UWV.

b)

een arbeidsovereenkomst.

c)

gaan zwartwerken.

d)

het uitzendbureau.

9.

Welke woorden zijn weggelaten?

Met ……………………………. reageer je op een baan die in de krant staat.

a)

een open sollicitatie.

b)

je netwerk.

c)

een sollicitatie.

d)

een arbeidsovereenkomst.

10.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. In een sollicitatiebrief leg je je werkervaring uit.

2. Eerst krijg je een arbeidsovereenkomst, dan volgt het sollicitatiegesprek.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

11.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Een arbeidsovereenkomst is een contract tussen werkgever en werknemer.

2. In een arbeidsovereenkomst staan afspraken over het loon en de werktijden.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

12.

Als zwartwerker kun je:

a)

een boete krijgen.

b)

nooit ontslagen worden.

c)

doorbetaald worden als je een ongeluk krijgt.

d)

belasting terugvragen bij de Belastingdienst.

13.

Wat is een nadeel van zwartwerken?

a)

Je krijgt een lager nettoloon.

b)

Je betaalt veel belasting.

c)

Je bent verzekerd.

d)

Je hebt geen rechten

14.

Je maatschappelijke positie is de plaats die je in de samenleving inneemt.

De uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

15.

Prinses Amalia heeft door haar ………… een hoge maatschappelijke positie.

Welk woord is weggelaten?

a)

macht

b)

kennis

c)

afkomst

d)

talent

16.

Autocoureur Max Verstappen heeft een hoge maatschappelijke positie.

Dat komt vooral door zijn …………

Welk woord is weggelaten?

a)

talent

b)

kennis

c)

afkomst

d)

geld

17.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Mensen met een hoge maatschappelijke positie hebben vaak geld en macht.

2. De maatschappelijke positie van een automonteur heeft te maken met zijn kennis van auto’s.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

18.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. De maatschappelijke positie is de plaats die je in de samenleving hebt.

2. Een docent dankt zijn maatschappelijke positie aan zijn afkomst.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

19.

Een politieagent dankt zijn maatschappelijke positie vooral aan zijn loon.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

20.

De eigenaar van een zaak dankt zijn maatschappelijke positie aan zijn afkomst.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

21.

Welke zinnen zijn juist?

1. Iemand met werk heeft een plaats op de maatschappelijke ladder.

2. Iemand die de Staatsloterij wint, stijgt meteen op de maatschappelijke ladder.

3. Iedereen kan een stapje klimmen op de maatschappelijke ladder.

a)

1 en 2 zijn juist.

b)

2 en 3 zijn juist.

c)

1 en 3 zijn juist.

d)

1, 2 en 3 zijn juist.

22.

Met de maatschappelijke ladder bedoelen we alle opleidingen in Nederland.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

23.

Welke zinnen zijn juist?

Wil je klimmen op de maatschappe­lijke ladder?

1. Dan is steun van familie en vrienden vaak belangrijk.

2. Dan moet de één soms harder knokken dan de ander.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist.

24.

Een werkgever neemt bij een sollicitatie iemand zonder diploma niet aan, maar wel iemand met een hoog diploma. Dat is discriminatie.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

25.

Een werkgever neemt liever een 18-jarige aan dan een 22-jarige. Dat is discriminatie.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

26.

In welk voorbeeld discrimineert de baas?

1. Het maakt een baas niet uit of hij een autochtoon of een allochtoon aanneemt.

2. Een baas ontslaat werknemers omdat ze te oud zijn.

a)

Alleen in voorbeeld 1.

b)

Alleen in voorbeeld 2.

c)

In beide voorbeelden.

d)

In geen enkel voorbeeld

27.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. Als een baas iemand ontslaat, geldt voor de baas een opzegtermijn.

2. Als je zelf ontslag neemt, geldt voor jou een opzegtermijn.

a)

1 is juist, 2 is onjuist.

b)

1 is onjuist, 2 is juist.

c)

1 en 2 zijn beide juist.

d)

1 en 2 zijn beide onjuist

28.

Wanneer kan een baas je op staande voet ontslaan?

a)

Als het bedrijf geen geld meer heeft.

b)

Als je meer loon wilt hebben

c)

Als je opzegtermijn is afgelopen.

d)

Als je spullen steelt op je werk.

29.

Als je bijstand krijgt, krijg je net genoeg voor eten, drinken, huur en kleding.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

30.

Wat is een verzorgingsstaat?

Een land waar:

a)

mensen bijna nooit een uitkering krijgen.

b)

de overheid burgers helpt als dat nodig is.

c)

de overheid mensen niet helpt.

d)

mensen de overheid moeten helpen.

31.

Achmed is bouwvakker en breekt zijn been. Achmed heeft recht op een ……… Hij moet namelijk drie maanden thuiszitten.

a)

bijstandsuitkering.

b)

werkloosheidsuitkering.

c)

AOW-uitkering.

d)

ziektegelduitkering.

32.

Meneer Joustra heeft altijd gewerkt. Hij wordt 67 jaar en stopt met werken. Hij krijgt nu ………

Welk woord is weggelaten?

a)

bijstand.

b)

werkloosheidsuitkering.

c)

AOW.

d)

ziektegeld.

33.

Mevrouw Clerc is altijd huisvrouw geweest. Ze is 67 jaar en heeft recht op AOW.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

34.

Waar heb je na ontslag meestal recht op?

a)

AOW

b)

Bijstand

c)

Een werkloosheidsuitkering.

d)

Ziektegeld.

35.

Mensen die niet werken, krijgen meestal een uitkering. Die uitkering krijgen ze van de werkgevers.

Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist