Font size
WorksheetsBrugklas HM Vocabulaire H6
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
La boulangerie est (a) (denk om accent!)
L'appartement est au (a) et quatrième étage.
(kijk naar de tekst op het plaatje)
Le train arrive à la (a) (kijk naar het plaatje)
Un cobra ou un crocodile sont des animaux (a) (gevaarlijk)
J'ai mal au coeur (ik ben misselijk). J'ai mangé (a)
(kijk naar het plaatje)
Les filles sont (a)
(kijk naar het plaatje)
Un (a) de Paris s'appelle un Parisien et à Eindhoven, il s'appelle un Eindhovenaar.
Maman! Je (a) des bonbons (bonbons=snoep)!
Le chat va (a)
(kijk naar het plaatje)
Toujours <-> (a)
On doit rien du tout!
We willen te veel!
We moeten helemaal niets!
We moeten bijna terug!
Alles moet perfect!
C'était presque parfait
Het is helemaal perfect
We waren helemaal alleen
Het was bijna perfect
Het is alleen maar praktisch
On doit avoir au moins 5.5, pour une note suffisante (voldoende).
Men moet minstens een 5.5 hebben
Ik wil alleen maar een 5.5 hebben
Ik moet bijna een 5.5 hebben
Men moet nooit een 5.5 hebben
3 et 4 = 7? Oui, .... ..... .........
Je connais ça
il est parti
tu as raison
je veux tout
Welke letter ontbreekt? kijk goed naar het woord in je boek en vergelijk.
ren du tout (helemaal niets)
(a)
Welke letter ontbreekt? kijk goed naar het woord in je boek en vergelijk.
il es parti (hij is vertrokken)
(a)
Welke letter ontbreekt? kijk goed naar het woord in je boek en vergelijk.
la sorti (het uitje)
(a)
Welke letter ontbreekt? kijk goed naar het woord in je boek en vergelijk.
a moins (minstens)
(a)
Welke letter ontbreekt? kijk goed naar het woord in je boek/plaatje en vergelijk.
tu a raison (je hebt gelijk)
(a)
kijk naar het plaatje. wat betekent de tekst?
Mannen hebben nooit gelijk maar vrouwen ook niet
Mannen hebben altijd gelijk maar vrouwen hebben nooit gelijk
Mannen hebben altijd gelijk maar vrouwen hebben nooit ongelijk
Mannen hebben nooit gelijk maar vrouwen hebben altijd gelijk
