Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Regeling

Total questions: 38

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.

Schakelcellen zijn...

a)

Geleiden impulsen van de zintuigen naar centrale zenuwstelsel

b)

Geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel

c)

Geleiden impulsen van centrale zenuwstelsel naar de spieren

2.
Het zenuwstelsel bestaat uit:
a)
hersenen en zenuwen
b)
hersenen en ruggenmerg
c)
hersenen en perifere zenuwen
d)
hersenen, ruggenmerg en zenuwen
3.
Wat is een bewuste reactie?
a)
Schrikken
b)
Terugduwen 
c)
Knipperen met je ogen
d)
Ademen
4.
Wat is een reflex?
a)
Vaste, snelle, onbewuste reactie
b)
Trage reactie
c)
Bewuste reactie
5.
Waarom heb je reflexen?
a)
Reflexen beschermen het lichaam
b)
Omdat het leuk is
c)
Reflexen zorgen ervoor dat je weet wanneer je het warm of koud heb
6.
Wat is een Reflexboog?
a)
Een boog van reflexen 
b)
De weg die impulsen bij een reflex afleggen
c)
De spanning tussen reflexen
d)
De ruggenmerg
7.
Wat is geen hormoonklier?
a)
Schildklier
b)
Bijnieren
c)
Hypofyse
d)
Borstklier
8.
Waar hebben de hormonen geen invloed op?
a)
Groei en ontwikkeling van het lichaam
b)
Op de stofwisseling
c)
Huidskleur
d)
Op de voortplanting
9.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
10.
Waar hebben mensen met diabetes last van?
a)
De eilandjes van Langerhals produceren te weinig  insuline 
b)
Deze mensen hebben last van dwerggroei
c)
Deze mensen hebben een struma
d)
Het bloed is bij deze mensen te dik, waardoor het niet goed kan stromen
11.

Het cellichaam (met celkern) van de gevoelszenuwcellen liggen...

a)

IN het centrale zenuwstelsel

b)

VLAKBIJ het centrale zenuwstelsel

12.

Dit bevat uitlopers van zowel bewegingszenuwen als gevoelszenuwen

a)

Hersenen

b)

Ruggenmerg

c)

Gemengde zenuw

d)

Schakelcellen

13.

De grijze stof ligt oa. in je ruggenmerg. Grijze stof bestaat uit...

a)

Cellichamen van schakelcellen en bewegingszenuwcellen

b)

Cellichamen van gevoelszenuwcellen en bewegingszenuwcellen

c)

Uitlopers van gevoelszenuwcellen en bewegingszenuwcellen

14.

3=

a)

Grote hersenen

b)

Kleine hersenen

c)

Hersenstam

d)

Ruggenmerg

15.

Centrale zenuwstelsel bestaat uit...

a)

Grote hersenen, kleine hersenen en ruggenmerg

b)

Grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam , ruggenmerg en zenuwen

c)

Grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg

16.

3=

a)

Grijze stof

b)

Witte stof

c)

Schakecellen

d)

Wervel

17.

Bewegingszenuwcellen liggen...

a)

Aan de rugzijde

b)

Aan de buikzijde

c)

Centraal

18.

Hersenstam regelt...

a)

Je zintuigen

b)

Coördinatie

c)

Bewuste reacties

d)

Levensfuncties

19.

Gevoelscentra zijn...

a)

Delen van de grote hersenen die impulsen van zintuigen verwerken

b)

Delen van de kleine hersenen die impulsen van zintuigen verwerken

c)

Delen van de grote hersenen die impulsen van spieren verwerken

d)

Delen van de kleine hersenen die impulsen van spieren verwerken

20.

Grijze van de hersenen stof ligt...

a)

In de hersenschors

b)

Binnenste gedeelte van de hersenen

21.
Hoeveel soorten zenuwcellen bestaan er?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
22.
De grijze kleur van de (vlindervormige) stof in het ruggenmerg wordt veroorzaakt door:
a)
Uitlopers van motorische zenuwcellen.
b)
Uitlopers van sensorische zenuwcellen.
c)
Schakelcellen.
d)
Uitlopers van schakelcellen.
23.

In je huid zitten verschillende zintuigen. Welk zintuig heb je nodig om te merken dat iets koud is?

a)

Het kou zintuig

b)

Het warmte zintuig

c)

De temperatuurszintuig

24.

Waar of niet waar? De vorm die je ziet in een doorsnede van het ruggenmerg is een ovaal.

a)

Niet waar

b)

Waar

25.

Waar of niet waar? Je bent pas bewust van iets van buitenaf als het signaal in je grote hersenen is verwerkt

a)

Waar

b)

Niet waar

26.

Twee leerlingen doen elk een bewering over schade aan delen van het zintuigenstelsel en het zenuwstelsel.

Mariam zegt: 'Door schade aan een zintuig kunnen in dit zintuig wellicht geen impulsen meer ontstaan.'

June zegt: 'Door schade aan de hersenstam kan verlamming van het gehele lichaam ontstaan.' Wie heeft gelijk?

a)

Mariam heeft gelijk

b)

June heeft gelijk

c)

geen van beiden heeft geljk

d)

beiden hebben gelijk

27.

De ooglidreflex kan ook optreden als de buitenste laag van de ogen te droog wordt. De zenuwuiteinden in de buitenste laag van het oog worden dan geprikkeld.


Van welk type zenuwcellen maken deze zenuwuiteinden deel uit?

a)

van bewegingszenuwen

b)

van gevoelszenuwen

c)

van schakelcellen

28.

welke smaken proef je met je tong?


a)

zoet, zout, bitter, zuur

b)

zout zoet bitter umani

c)

zoet bitter umani zuur

d)

zoet bitter umani zuur bitter

29.

welke zintuigcel is gevoeliger voor een bepaalde prikkel

a)

een zintuigcel met een lage drempelwaarde

b)

een zintuig met een hoge dremelwaarde

30.

Als je een geur ruikt, kan deze alleen verwerkt worden door een

a)

warmte zintuigecel

b)

geurzintuigcel

c)

drukzintuigcel

d)

pijnzintuigcel

31.

Op welke prikkel reageren tastknopjes in de huid?

a)

Zachte aanraking

b)

Harde aanraking

c)

Warmte en koude

d)

Pijn

32.

Waar liggen de zintuigcellen van het reukzintuig?

a)

Voor in de neus, bij de neusvleugels

b)

Bovenin de neusholte

c)

Tegen het gehemelte in je mond

d)

Achterin de keelholte

33.

Waar liggen de zintuigcellen van het gehoorzintuig?

a)

In de oorschelp

b)

Tegen het trommelvlies

c)

In de gehoorzenuw

d)

In het slakkenhuis

34.

Behoort je gehoorzenuw tot het centrale zenuwstelsel?

a)

Ja

b)

Nee

35.

Zijn je beenspieren met het zenuwstelsel verbonden?

a)

Ja

b)

Nee

36.

Wat voor type zenuwcel wordt hier afgebeeld?

a)

Gevoelszenuwcel

b)

Bewegingszenuwvel

c)

Schakelcel

37.

Geeft P in de afbeelding een uitloper aan?

a)

Ja

b)

Nee

38.

Kunnen er via deel Q in de afbeelding impulsen worden geleid?

a)

Ja

b)

Nee