wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Introductie

Total questions: 53

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.
Welk mengsel kun je wel filtreren?
a)
oplossing
b)
emulsie
c)
suspensie
d)
alle drie
2.
koffie zetten is een voorbeeld van
a)
extractie en filtratie
b)
extractie en indampen
c)
filtratie en indampen
3.
Als na een regenbui de zon schijnt, zijn de straten al gauw weer droog. Dat komt doordat het regenwater:
a)
Bevriest
b)
Condenseert
c)
Smelt
d)
vervluchtigt
e)
Verdampt
4.
Welke scheidingsmethode om drinkwater te maken zie je hier?
a)
Filtreren
b)
Bezinken
c)
Extraheren
5.
Wat is het symbool voor Fluor en Natrium?
a)
F en Ne
b)
F en Na
c)
P en Ne
d)
P en Na
6.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het smelten van ijs

a)

Chemisch

b)

Fysisch

7.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het drogen van een handdoek

a)

Chemisch

b)

Fysisch

8.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het bakken van brood

a)

Chemisch

b)

Fysisch

9.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het maken van deeg (mengen van bloem, water en gist)

a)

Chemisch

b)

Fysisch

10.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het gisten van deeg

a)

Chemisch

b)

Fysisch

11.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Water dat opstijgt in een stukje krijt

a)

Chemisch

b)

Fysisch

12.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het rotten van een appel

a)

Chemisch

b)

Fysisch

13.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het bleken van wasgoed met javel

a)

Chemisch

b)

Fysisch

14.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het karamelliseren van suiker

a)

Chemisch

b)

Fysisch

15.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het branden van papier

a)

Chemisch

b)

Fysisch

16.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het openen van een fles bruisend water

a)

Chemisch

b)

Fysisch

17.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het ontvetten van glas d.m.v alcohol

a)

Chemisch

b)

Fysisch

18.

Is het verschijnsel chemisch of fysisch?

Het gloeien van ijzer

a)

Chemisch

b)

Fysisch

19.

Wat is het essentiële verschil tussen een voorwerp en een stof?

a)

"Voorwerp" gebruiken we voor de fysische eigenschappen weer te geven. "Stof" gebruiken we voor de chemische eigenschappen te beschrijven

b)

"Voorwerp" gebruiken we voor de chemische eigenschappen weer te geven. "Stof" gebruiken we voor de fysische eigenschappen te beschrijven

c)

"Stof" gebruiken we voor de fysische eigenschappen weer te geven. "Voorwerp" gebruiken we voor de chemische eigenschappen te beschrijven

20.
Welke cel heeft geen celkern?
a)
een bacterië 
b)
een schimmel
c)
een plant
d)
een dier
21.
Hoe planten bacteriën zicht voort?
a)
door knopvorming
b)
door deling 
c)
door zaadvorming
d)
met sporedraden
22.
Welke van onderstaande schimmels kan je NIET eten
a)
schimmelkaas
b)
champignons
c)
broodschimmel 
d)
biergist
23.
Welk voedingsmiddel wordt gemaakt met behulp van schimmels?
a)
brood
b)
eieren
c)
fruitsap
d)
yoghurt
24.
Welk voedingsmiddel wordt gemaakt met behulp van bacteriën?
a)
brood
b)
eieren
c)
fruitsap
d)
yoghurt
25.
Hoe noem je een groep van miljoenen bacteriën bij elkaar?
a)
bacteriekudde
b)
bakteriegroep
c)
bacteriekolonie
d)
bacterienest
26.
Welke ziekte kan je krijgen van schadelijke bacteriën?
a)
griep
b)
cholera
27.
Wat is etter of pus?
a)
Dode rode bloedcellen en kapotte bloedplaatjes
b)
Dode rode- en witte bloedcellen
c)
Dode witte bloedcellen en gedode bloedplaatjes
d)
Dode witte bloedcellen en gedode bacteriën
28.

Waarom is de bovenkant van de PCR gel negatief geladen en de onderkant positief geladen?

a)

DNA is positief geladen en gaat naar de positieve kant

b)

DNA is positief geladen en gaat naar de negatieve kant

c)

DNA is negatief geladen en gaat naar de positieve kant

d)

DNA is negatief geladen en gaat naar de negatieve kant

29.

is dit een man of een vrouw?

a)

Man

b)

Vrouw

30.

Bij translatie wordt

a)

Er een kopie gemaakt

b)

Er mRNA gemaakt

c)

Het mRNA omgezet naar Eiwitten

d)

Het eiwit gevouwen

31.

's winters zie je een witte laag op bomen en planten hoe heet deze vorm van verschijnsel?

a)

Ijs

b)

Rijp

c)

Mijt

d)

Mist

32.

Welk orgaan maakt enzymen om zowel koolhydraten als eiwitten en vetten te verteren?

a)

Alvleesklier

b)

Dunne darm

c)

Lever

d)

Maag

33.

Waar worden enzymen tegenwoordig steeds vaker ingezet?

a)

Dierentuinen

b)

Medicijnen

c)

Voedselbereiding

34.
Op deze afbeelding zie je
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
35.
De cellen met een paarse kern zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
36.
Het bloed in bloedvat C heeft
a)
een hoge bloeddruk
b)
een lage bloeddruk
37.
waar bestaat bloed uit?
a)
bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes
b)
bloedplasma, lymfevloeistof, witte bloedcellen
c)
bloedplasma, bloedcellen, mineralen
d)
zuurstof, koolstofdioxide, bloedplasma
38.

Wat is de structuurformule van koolstofdioxide?

a)

CO2

b)
c)
d)

H2O

39.

Welke stelling is juist?

a)

een gramnegatieve bacterie kleurt blauw

b)

grampositief of gramnegatief, je wordt even ziek van beide

c)

anaërobe bacteriën leven enkel met zuurstof

d)

bij een gramkleuring wordt er rode en paarse kleurstof gebruikt

40.

Bacteriën vermenigvuldigen zich doormiddel van:

a)

amitose

b)

mitose

c)

budding

d)

lysis

41.

Wat zijn momenteel de twee meest gebruikte methoden voor virus-diagnostiek?

a)

Serologische testen

b)

qPCR

c)

Waarneming van cytopathische effecten

d)

Elektronenmicroscopie

42.

Vink hieronder ALLE ziektes of ziekteveroorzakers die zoönoses kunnen zijn. [UITDAGING; GEEN TOETSVRAAG]

a)

Q-koorts

b)

Hondsdolheid

c)

MRSA

d)

Ziekte van Lyme

43.

Welke organismen bestudeert de microbiologie?

a)

alle eencelligen alsook de virussen

b)

enkel de virussen

c)

alle prokaryoten

d)

bacteriën en virussen

44.

Het in contact komen van een ziekteverwekker en het menselijk lichaam is de fase van ...

(a)  

45.

Vink alle juiste opties aan. Het coronavirus is ...

a)

een epidemie

b)

niet dodelijk

c)

een pandemie

d)

overdraagbaar van mens op mens

e)

ontstaan in New York, VS.

46.

Welke opties horen bij een voedselvergiftiging?

a)

ziekteverwekkers aanwezig in besmet voedsel vermenigvuldigen zich in het lichaam

b)

botulisme

c)

ziekmakende stoffen in het voedsel

d)

cholera

e)

oorzaak mogelijks slechte blikverpakking

47.

Welke ziektes zijn over te brengen via de druppeltjesinfectie?

a)

griep

b)

waterpokken

c)

hepatitis C

d)

tuberculose

48.

Bacteriën kunnen zich razendsnel vermenigvuldigen door ...

a)

geslachtelijke voortplanting

b)

sporenvorming

c)

celsplitsing

d)

ongeslachtelijke voortplanting

49.

De oorzaak van het ontstaan van superbacteriën vinden we in ...

a)

toevallige mutaties

b)

kwaliteitsdalingen van antibiotica

c)

het veelvuldig gebruik van antibiotica

d)

laboproeven

50.

Hoe kunnen we de kans op resistente bacteriën verkleinen?

a)

door het doktersvoorschrift strikt op te volgen

b)

door geen antibiotica meer te nemen

c)

door geen antibiotica te bewaren voor later gebruik

d)

door te stoppen met antibiotica als je je beter voelt

51.

Wat zie je hier?

(a)  

52.

Welk zuur tast kippenvlees het meest aan?

a)

Zwavelzuur

b)

Zoutzuur

c)

Azijnzuur

53.

Je wilt 6 NA platen maken , hoeveel Agar moet je afwegen?

a)

3,36 gram

b)

3,63 gram

c)

3,66 gram