wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2. Ontvangt en verwerkt goederen H1

Total questions: 20

Worksheet time: 41mins

Name
Class
Date
1.

De opleiding die jij gekozen hebt is voor de functie:

a)

Assistent Verkoop/retail

b)

Verkoper

c)

Verkoopspecialist

d)

Manager retail

2.

Detailhandel of detailhandelsbedrijven verkopen meestal producten aan.....

a)

bedrijven.

b)

consumenten.

3.

Noem 2 beroepen in de detailhandel.

4 lines
4.

Bij welke functie past deze omschrijving:

  • werkt in diverse soorten winkels.
  • veel klant contact.
  • veel verkoopgesprekken.
  • houdt winkel schoon en netjes.
  • presenteren van artikelen.

a)

Verkoper

b)

Verkoopspecialist/eerste verkoper

c)

Manager retail

d)

Ondernemer retail

5.

Bij welke functie past deze omschrijving:

  • begeleid werkzaamheden van afdeling/filiaal.
  • verantwoordelijkheid dragen voor allen in en om bedrijf.
  • coördineren van werkzaamheden.
  • soms ook werkzaamheden zelf.
  • leiding over afdeling of filiaal.
a)

Verkoper

b)

Verkoopspecialist/eerste verkoper

c)

Manager retail

d)

Ondernemer retail

6.

Bij welke functie past deze omschrijving:

  • assortimentskennis.
  • weet veel van bepaald product.
  • verkopen van producten.
  • advies geven over producten.
  • aansturen medewerkers bij verschillende taken.
a)

Verkoper

b)

Verkoopspecialist/eerste verkoper

c)

Manager retail

d)

Ondernemer retail

7.

Bij welke functie past deze omschrijving:

  • heeft eigen onderneming.
  • zorgt voor klantbinding.
  • begeleiden motiveren van medewerkers.
  • zorgen voor netwerk.
a)

Verkoper

b)

Verkoopspecialist/eerste verkoper

c)

Manager retail

d)

Ondernemer retail

8.

Detailhandel is ...

a)

alleen maar online

b)

alleen maar offline (dus fysieke winkel)

c)

Kan offline en online zijn.

9.

Noem een voorbeeld van een bedrijf dat online verkoop heeft.

4 lines
10.

De (a)   levert de goederen. Hij is eigenaar van/of produceert de goederen.

11.

De ...... zorgt voor het verzenden van de goederen en de administratie die daar bij hoort.

a)

Leverancier

b)

Producent

c)

Expediteur

d)

Distributiecentrum

12.

DC is een ander woord voor....

a)

Groothandel

b)

Transporteur

c)

Ontvanger

d)

Leverancier

13.

Het product wordt gemaakt door de (a)  

14.

Het product eindigt uiteindelijk bij (a)  

15.

Wie zorgt voor het vervoer /verplaatsen van de goederen?

a)

Verlader

b)

DC

c)

Transporteur

d)

Ontvanger

16.

Noem een voorbeeld van verschil in tijd.

4 lines
17.

Dit is een voorbeeld van verschil in kennis.

a)

Aardbeien in februari

b)

verkoper die je informatie geeft over product.

c)

Dat je geen hele doos hoeft te kopen maar maar 2 stuks

d)

Dat je Spaanse bonen kunt kopen in Nederland.

18.

Dit is een voorbeeld van verschil in plaats.

a)

Aardbeien in februari

b)

verkoper die je informatie geeft over product.

c)

Dat je geen hele doos hoeft te kopen maar maar 2 stuks

d)

Dat je Spaanse bonen kunt kopen in Nederland.

19.

Noem een functie van detailhandel binnen onze maatschappij.

4 lines
20.

Bij welke functie hoort deze omschrijving:

  • detailhandel zorgt voor baangelegenheid.
  • het zorgt voor leuke vrije tijd besteding.
a)

Maatschappelijke functie

b)

Distributie functie

c)

Commerciële functie