wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K3A Uitdrukkingen

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
achter het net vissen
a)
te laat komen om nog kans te hebben op succes 
b)
fout vissen
c)
vervelend doen 
d)
iemand missen
2.
de kat uit de boom kijken
a)
afwachten
b)
je vervelen
c)
slapen
d)
stoppen
3.
Men moet een gegeven paard niet in de bek kijken. 
a)
Je moet commentaar hebben op een gekregen cadeau. 
b)
Je moet niet veel kritiek hebben op een cadeau. 
c)
Wanneer je een cadeau krijgt, moet je tevreden zijn. 
4.
water naar de zee dragen
a)
nutteloos werk doen
b)
heel zwaar werk doen
c)
heel licht werk doen
5.
water naar de zee dragen
a)
nutteloos werk doen
b)
heel zwaar werk doen
c)
heel licht werk doen
6.
een storm in een glas water
a)
ergens heel erg boos om zijn
b)
veel drukte om niets
c)
er is iets ergs gebeurd 
7.

Wat is de betekenis van de uitdrukking:

Er schuilt een addertje onder het gras?

a)

Er is een verborgen risico in het spel.

b)

Het is hier heel veilig.

c)

Je moet meer werken.

d)

Kinderen lijken vaak erg op hun ouders.

8.

Wat is de betekenis van de volgende uitdrukking:

Er als de kippen bij zijn.

a)

Vroeg op pad gaan.

b)

Er razendsnel bij zijn.

c)

Heel veel lawaai maken.

d)

Het voortouw nemen.

9.

Wat is de betekenis van de volgende uitdrukking:

Een kat in een zak kopen.

a)

Geen gepaste keuze kunnen maken.

b)

Te veel in één keer willen.

c)

Gierig zijn.

d)

Bedrogen worden.

10.

Wat is de betekenis van de uitdrukking:

Het zwarte schaap in de familie zijn.

a)

Ergens ver gaan wonen.

b)

Er niet bij horen.

c)

Heel erg volgzaam zijn.

d)

Een probleem oplossen.

11.

Wat betekent: werken als een paard?

a)

Heel erge honger hebben.

b)

Heel goed kunnen werken.

c)

Vaak het voortouw nemen.

d)

De baas willen spelen.

12.

Wat betekent: een boekenworm zijn?

a)

Je bent een schrijver.

b)

Iemand die een hekel heeft aan lezen.

c)

Iemand die graag leest.

d)

Je ontleent vaak boeken in de bibliotheek.

13.
Hij zit tot over zijn oren in het werk betekent:
a)
Zijn bureau ligt vol met stapels papieren
b)
Hij heeft verschrikkelijk veel te doen
c)
Hij werkt zo hard dat hij niets meer hoort.
14.

Op grote voet leven.

a)

Altijd te grote schoenen dragen.

b)

Veel geld uitgeven.

c)

Slecht met geld om kunnen gaan.

d)

Spullen zo goedkoop mogelijk kopen.

15.

Je tanden in iets zetten.

a)

Niet snel opgeven.

b)

Snel opgeven.

c)

Afmaken.

d)

Voortzetten.

16.

Stalen zenuwen hebben.

a)

Goed tegen spanning kunnen.

b)

Slecht tegen spanning kunnen.

c)

Heel sterk zijn.

d)

Je bent Iron Man.

17.

Op de kop tikken.

a)

Iemand een klap verkopen.

b)

Iets heel goedkoop kopen.

c)

Met een hamer op een spijker slaan.

d)

Ruzie hebben.

18.

Verliefd zijn op iemand

a)

Aan iemands lippen hangen.

b)

Een oogje op iemand hebben.

c)

Op grote voet leven.

d)

Stalen zenuwen hebben.

19.

Iemand streng ondervragen.

a)

Op de kop tikken.

b)

Iemand aan de tand voelen.

c)

Je mond voorbij praten.

d)

Op grote voet leven.