wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Signaalwoorden en tekstverbanden

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband opsomming?

a)

ook

b)

maar

c)

eerst

d)

doordat

2.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tegenstelling?

a)

maar

b)

tevens

c)

dan

d)

als

3.

Welk signaalwoord hoort er bij het oorzakelijk tekstverband?

a)

daarmee

b)

daardoor

c)

want

d)

daarom

4.

Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?


Slechte nachten zorgt voor chagrijnige mensen . Ook ongezonde voeding zorgt voor een slecht humeur.

a)

Chronologisch

b)

Tegenstelling

c)

Oorzakelijk

d)

Opsomming

5.

Van welk tekstverband is hier sprake?


Hoewel hij niet van Spanje houdt, gaat hij er elk jaar heen.

a)

Opsomming

b)

Oorzakelijk

c)

Tegenstelling

d)

Voorbeeld

6.

Welk tekstverband hoort er bij onderstaande zin?


Je moet eerst de bloemen schuin afsnijden, daarna doe je water in een vaas en als laatste doe je de bloemen in de vaas.

a)

Chronologisch

b)

Oorzakelijk

c)

Voorbeeld

d)

Tegenstelling

7.

Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?


Van te veel uv-straling kun je kanker krijgen. Daarom moet je je goed insmeren.

a)

Voorbeeld

b)

Opsomming

c)

Tegenstelling

d)

Oorzakelijk

8.

'Ten eerste', 'ten tweede' en 'daarna' geven een opsomming aan

a)

Juist

b)

Fout

9.

Doordat het regent, is mijn jas nat.

a)

Dit is een reden

b)

Dit is een oorzakelijk verband

10.

Een chronologisch verband beschrijft gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stelling is onjuist

11.

Een redengevend verband geeft aan waardoor iets gebeurt.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stelling is onjuist

12.

In vergelijking met, evenals en vergeleken met zijn signaalwoorden die passen bij een vergelijkend tekstverband.

a)

Deze stelling is juist

b)

Deze stellig is onjuist

13.

Het regent, dus ik blijf liever thuis.

a)

voorwaardelijk verband

b)

redengevend verband

c)

oorzakelijk verband

d)

concluderend verband

14.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Hij blijft langer weg dan normaal, dus er zal wel iets aan de hand zijn.

a)

Redengevend

b)

Samenvattend

c)

Concluderend

d)

Oorzakelijk

15.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Net als zij heeft hij jarenlang in het buitenland gewoond.

a)

Vergelijkend

b)

Toegevend

c)

Oorzakelijk

d)

Opsommend

16.

Van welk verband is sprake in de volgende zin?


Als ik niet ga, gaat zij ook niet!

a)

Redengevend

b)

Doel-middel

c)

Tegenstellend

d)

Voorwaardelijk

17.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'om te ...'?

a)

Chronologisch

b)

Doel-middel

c)

Voorwaardelijk

d)

Toelichtend