Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

themawoorden taalactief 6 thema 2 les 6

Total questions: 11

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Iemand gaat elke week naar de training. Welk woord past daar het beste bij?

a)

Zelden

b)

Regelmatig

c)

Voortdurend

2.

Wat is een voorbeeld van voortdurend?

a)

Hij kijkt af en toe op zijn telefoon.

b)

Hij gamet van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat.

c)

Hij loopt een keer per dag de trap op.

3.

Als je iets bijna nooit doet. Doe je iets (a)  

4.

Welke beweringen zijn juist?

a)

Een warming-up doe je voor de wedstrijd.

b)

Een cooling-down doe je na de wedstrijd.

c)

Een cooling-down doe je voor de wedstrijd.

d)

Een warming-up doe je na de wedstrijd.

5.

Welk plaatje past bij uitsloven?

a)
b)
c)
d)
6.

Een ander woord voor mekkeren is (a)  

7.

Hij is met zijn actie de andere speler te slim af en weet te scoren. Welke zin hoort hierbij?

a)

Iemand een loer draaien.

b)

Iemand aftroeven.

c)

Iemand ingraven.

d)

Iemand pootje haken.

8.

Welke van de onderstaande voorwerpen zijn van rubber?

a)
b)
c)
d)
9.

Een ander woord voor belangstelling is (a)  

10.

Hoe zeg je de volgend zin anders:

Wat mij betreft, proberen we het morgen opnieuw.

a)

Als het niet anders kan, doen we het morgen opnieuw.

b)

Omdat het moet, doen we het morgen opnieuw.

c)

Als het aan mij ligt, doen we het morgen opnieuw.

11.

Om besmetting te voorkomen moet 1,5 m afstand houden echt, dat is .........................

a)

noodzakelijk

b)

raadzaam

c)

handig

d)

belachelijk