wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Politiek KBL 3.1 / 3.2 / 3.3

Total questions: 30

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Bij de overheid werken mensen met allerlei beroepen:

Leraren, agenten, parkeerwachters en.....

a)

loodgieters

b)

advocaten

c)

rechters

d)

bouwvakkers

2.

Als de overheid meer geld nodig heeft, kan de overheid verschillende dingen doen. Vink aan welke drie.

a)

bezuinigen

b)

belasting verlagen

c)

geld lenen

d)

belasting verhogen

e)

meer geld uitgeven

3.

Vink aan welke onder de overheid vallen

a)

bank

b)

stadhuis

c)

rechtbank

d)

advocatenkantoren

e)

uitzendbureau

4.

Wie horen bij de overheid?

a)

Nederlanders die mogen stemmen

b)

Nederlanders die belasting betalen

c)

Politici en ambtenaren

d)

Politici en kiezers

5.

In de Nederlandse democratie...

a)

Beslist het volk in een referendum over belangrijke onderwerpen

b)

Kiest de bevolking vertegenwoordigers die de besluiten nemen

c)

Mogen inwoners over iedere nieuwe wet stemmen

d)

Nemen ambtenaren de belangrijkste beslissingen

6.

Nederland is een ....... democratie

a)

directe

b)

indirecte

7.

Soms worden er referenda gehouden, een referendum is een voorbeeld van ....... democratie

a)

directe

b)

indirecte

8.

Bij een referendum ...

a)

kiest de bevolking vertegenwoordigers in een bestuur

b)

stemt de bevolking over een belangrijk politiek onderwerp

c)

stemmen volksvertegenwoordigers over politieke zaken

d)

stemmen volksvertegenwoordigers over zaken die van algemeen belang zijn

9.

Actief kiesrecht betekent dat iemand

a)

zich verkiesbaar stelt bij verkiezingen

b)

een politieke partij mag oprichten

c)

de standpunten van politieke partijen goed kent

d)

bij verkiezingen mag stemmen

10.

Passief kiesrecht betekent dat

a)

politici over wetten stemmen

b)

maar weinig mensen gaan stemmen

c)

je bij verkiezingen mag gaan stemmen

d)

mensen bij verkiezingen op jou kunnen stemmen

11.

Iemand die bij verkiezingen de belangrijkste persoon van een politieke partij is, noemen we

a)

premier

b)

lijsttrekker

c)

minister

d)

voorzitter

12.

Nederland kent vrije en geheime verkiezingen, dat betekent

a)

dat politieke partijen niet hoeven te vertellen welke mensen op hun kieslijst staan

b)

dat mensen niet weten op wie ze stemmen, maar ze mogen stemmen op wie ze willen.

c)

dat je verplicht bent om te stemmen

d)

dat je vrij bent om te stemmen op wie je wilt en op wie je gestemd hebt, hoef je aan niemand te vertellen

13.

  1. Als je op de lijsttrekker van de Partij voor de Dieren stemt, dan maak je gebruik van je passief kiesrecht
  2. De lijsttrekker van een partij maakt gebruik van zijn passief kiesrecht

a)

1 is juist, 2 is onjuist

b)

1 en 2 zijn beide juist

c)

1 en 2 zijn beide onjuist

d)

1 is onjuist, 2 is juist

14.

Welke zinnen zijn juist over LINKSE partijen?

a)

vinden dat mensen altijd voor zichzelf moeten zorgen

b)

willen lagere uitkeringen voor mensen zonder werk

c)

vinden dat de regering moet opkomen voor de zwakkere in de samenleving

d)

willen een actieve overheid

15.

Welke zinnen zijn juist over RECHTSE partijen?

a)

willen een overheid die streng optreedt tegen criminaliteit

b)

zijn voor extra hulp aan mensen die het moeilijk hebben

c)

willen een passieve overheid

d)

willen het verschil tussen arme en rijk verkleinen

16.

"Wie hard werkt mag ook veel verdienen"

a)

links

b)

midden

c)

rechts

d)

links en rechts allebei

17.

"Hogere belasting voor topinkomens zorgt voor meer gelijkheid in de samenleving"

a)

links

b)

midden

c)

rechts

d)

links en rechts allebei

18.

VRIJHEID!

a)

links

b)

midden

c)

rechts

19.

GELIJKHEID!

a)

links

b)

midden

c)

rechts

20.

"Mensen moeten vooral elkaar helpen en pas als dat niet meer lukt, moet de overheid zich ermee gaan bemoeien"

a)

links

b)

midden

c)

rechts

d)

links en rechts allebei

21.

Vink aan welke partijen je RECHTS kunt noemen

a)

VVD

b)

SGP

c)

CDA

d)

PvdA

e)

FvD (Forum voor Democratie)

22.

Vink aan welke partijen je LINKS kunt noemen

a)

PvdA

b)

CDA

c)

GroenLinks

d)

PVV

e)

SP

23.

Sociaal democratie hoort bij

a)

links

b)

midden

c)

rechts

24.

Liberalisme hoort bij

a)

links

b)

midden

c)

rechts

25.

Christen democratie hoort vooral bij

a)

links

b)

midden

c)

rechts

26.

  1. In Nederland bestaat de regering meestal uit één partij
  2. In Nederland moeten de partijen die de regering vormen, rekening houden met elkaars standpunten

a)

1 is juist, 2 is onjuist

b)

1 en 2 zijn juist

c)

1 en 2 zijn onjuist

d)

1 is onjuist, 2 is juist

27.

In welke politieke stroming zijn de economische en persoonlijke vrijheid het belangrijkst?

a)

sociaal democratie

b)

christendemocratie

c)

liberalisme

d)

allemaal wel eigenlijk

28.

Welke waarden passen het best bij sociaal democratie

a)

Economische en persoonlijke vrijheid

b)

Solidariteit en gelijkwaardigheid

c)

Naastenliefde en geloof

d)

Macht en rijkdom

29.

Welke stellingen kloppen voor de CHRISTENDEMOCRATIE?

a)

Christendemocraten laten zich leiden door het geloof

b)

De meeste christendemocraten zijn voor economische vrijheid

c)

Naastenliefde is een belangrijke waarde voor christendemocraten

d)

Vooral de overheid moet de zorg voor ouderen op zich nemen

30.

Ik denk dat ik voor dit SE wel een (a)   (vul afgerond cijfer in) ga halen.