NEW
Font size
WorksheetsCultuur
Total questions: 23
Worksheet time: 12mins
Cultuur =
alles wat een samenleving voortbrengt en overdraagt: zowel materieel als immaterieel.
alles wat een samenleving materieel overdraagt.
het verschil tussen landen.
Welke omschrijving van cultuur is NIET juist
Cultuur is aangeboren
Cultuur wordt zichtbaar in contact met andere culturen
Cultuur geeft zekerheid
Cultuur krijgt betekenisgeving door context (gezamenlijk referentiekader)
Wat is GEEN dimensie van Hofstede
Machtsverschillen binnen een cultuur
Man of vrouw gerichte cultuur
Individueel of collectief gericht
Geloof of geen geloof
De G-cultuur staat voor
Grofmazig
Fijnmazig
De F-cultuur staat voor
Grofmazig
Fijnmazig
Er zijn algemene regels
Ieder individu moet de algemene regels voor zichzelf interpreteren en toepassen op de eigen specifieke situatie.
G-cultuur
F-cultuur
Er zijn tamelijk gedetailleerde regels.
Er is weinig vrijheid van handelen.
De normen en waarden liggen vast en zijn verankerd in de cultuur.
G-cultuur
F-cultuur
Iedereen is gelijk
(man/vrouw/kind/docent etc)
G-cultuur
F-cultuur
Er is veel eerbied voor gezag en elkaar.
Dit is afhankelijk van je positie)
G-cultuur
F-cultuur
Cultuur is gebaseerd op religie.
(Het geloof staat centraal)
G-cultuur
F-cultuur
Er is vooral aandacht voor de jeugd en vooruitgang.
G-cultuur
F-cultuur
Medische wetenschap kent een totaalbeleving van het mens zijn.
Mijn lichaam doet zeer, vooral mijn buik en mijn hoofd.
G-cultuur
F-cultuur
Je identiteit ontstaat door de waarden en normen van de groep en van jouw positie in de groep.
G-cultuur
F-cultuur
Jijzelf gaat voor de groep.
G-cultuur
F-cultuur
Je schaamt je als je onaangepast of onacceptabel gedrag vertoont.
Ook bij onbekenden.
G-cultuur
F-cultuur
Je kunt beter oneerlijk zijn dan je eer verliezen.
G-cultuur
F-cultuur
Bij de F-cultuur krijg je aanzien vanuit:
je positie in de groep
vanuit je eigen prestaties
In de F-cultuur zijn:
Veel taboes
Weinig taboes
Problemen alleen binnen het gezin besproken
G-cultuur
F-cultuur
Bij de G-cultuur
maakt de hele familie deel uit van de binnengroep.
maakt slecht een klein deel uit van de binnengroep.
Contacten met de buitengroep ontstaan op basis van:
Specifieke deskundigheid/hobby. Hierdoor zijn er veel verschillende groepen.
G-cultuur
F-cultuur
Je hebt een collega die heel deskundig is, maar je vind haar niet aardig. Daarom maak je verder geen contact met haar.
G-cultuur
F-cultuur
Er is een blind vertrouwen op de binnengroep en je staat altijd voor elkaar klaar; zowel emotioneel als materieel.
G-cultuur
F-cultuur
