wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De grote biologie herhalingsquiz - levenskenmerken

Total questions: 21

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer wordt iets gezien als "levend"

a)

Als het een van de levenskenmerken vertoont

b)

Als het alle levenskenmerken vertoont

c)

Als het geen enkel levenskenmerk vertoont

2.

Hoeveel levenskenmerken zijn er?

a)

5

b)

3

c)

7

d)

10

3.

Wat kunnen planten maken wat geen enkel ander levend wezen kan?

a)

Koolstofdioxide (CO2)

b)

Zuurstof

c)

Eiwitten

d)

Water

4.

De zuurstof die de plant maakt, is voor de plant zelf:

a)

Heel belangrijk

b)

Een afvalproduct

5.

Wat is de goede volgorde? Van groot naar klein

a)

Organen, orgaanstelsels, weefsels en cellen

b)

Weefsels, cellen, organen en orgaanstelsels

c)

Orgaanstelsels, organen, weefsels en cellen

d)

Cellen, weefsels, organen en orgaanstelsels

6.

Orgaanstelsels werken samen met één gemeenschappelijk doel. Wat is het doel van het ademhalingsstelsel?

a)

De organen van zuurstof voorzien

b)

De organen van CO2 te voorzien

c)

Zuurstof innemen en CO2 uitscheiden

d)

CO2 innemen en zuurstof uitscheiden

7.

Waarom heeft hebben de organen in ons lichaam zuurstof nodig?

a)

Om te kunnen overleven

b)

Om voedingsstoffen te verbranden

c)

Om de cellen stevigheid te geven

8.

Welke benodigdheden zijn er altijd nodig voordat er verbranding kan plaatsvinden?

a)

Rook

b)

Zuurstof

c)

CO2

d)

Energie

e)

Brandstof

9.

Wat ontstaat er altijd na verbranding?

a)

Zuurstof

b)

Water

c)

Rook

d)

Energie

e)

CO2

10.

Wat is het doel van de bloedsomloop?

a)

Het rondbrengen van zuurstof en CO2

b)

Het rondbrengen van (voedings)stoffen

c)

Het rondbrengen van de immuuncellen

d)

Alle 3 de opties hierboven

11.

In het bloed zitten 3 soorten cellen. Waarvoor zijn de witte bloedcellen?

a)

Die zorgen dat wondjes dichtgaan

b)

Die kunnen ziekteverwekkers opruimen

c)

Die kunnen zuurstof en CO2 vervoeren

12.

En waar zijn de rode bloedcellen goed voor?

a)

Die zorgen dat wondjes dichtgaan

b)

Die kunnen ziekteverwekkers opruimen

c)

Die kunnen zuurstof en CO2 vervoeren

13.

En de bloedplaatjes?

a)

Die zorgen dat wondjes dichtgaan

b)

Die kunnen ziekteverwekkers opruimen

c)

Die kunnen zuurstof en CO2 vervoeren

14.

Waar bestaat het grootste gedeelte van het bloed uit?

a)

Cellen

b)

Eiwitten

c)

Water

d)

Opgeloste stoffen

15.

Het lichaam heeft een dubbele bloedsomloop. Wat is hier het voordeel van?

4 lines
16.

Hoe noemen we de bloedvaten die bloed van het hart naar de organen brengen?

a)

Slagaderen

b)

Aderen

c)

Haarvaten

17.

Hoe noemen we de bloedvaten die dichtbij of zelfs in organen liggen?

a)

Slagaderen

b)

Aderen

c)

Haarvaten

18.

Hoe noemen we de bloedvaten die naar het hart toe gaan?

a)

Slagaderen

b)

Aderen

c)

Haarvaten

19.

Vervoeren aderen bloed met veel zuurstof of met veel CO2?

a)

Vooral zuurstof

b)

Vooral CO2

20.

Slagaderen vervoeren bloed met veel zuurstof er in. Maar er is een slagader die juist bloed met veel CO2 vervoert. Welke is dat?

a)

De kransslagader

b)

De longslagader

c)

De aorta

d)

De leverslagader

21.

Wat is het nut van 'hartkleppen'

a)

Zodat het bloed altijd doorstroomt

b)

Zodat het bloed maar één richting op kan

c)

Zodat het bloed stil komt te liggen

d)

Zodat het bloed beide richtingen op kan