wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling thema evolutie

Total questions: 30

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Het skelet van de mens zoals dat er nu uitziet, is volgens de evolutietheorie ontstaan uit het skelet van voorouders door veranderingen in het erfelijk materiaal.


Hoe wordt zo’n verandering in het erfelijk materiaal genoemd?

a)

Mutatie

b)

Rudimentair element

c)

Genetische variatie

2.

Wat is evolutie?

a)

het veranderen van gedaante bij een organisme

b)

het ontstaan, veranderen en/of verdwijnen van soorten

c)

ontwikkeling die een organisme tijdens zijn leven doormaakt

d)

het groter worden van een populatie

3.

Door evolutie

a)

Past een populatie zich op de lange termijn aan op het milieu

b)

Kan een individu zich direct aanpassen aan het milieu

4.

Wat heb je nodig voor evolutie?

(meerdere antwoorden goed)

a)

Voortplanting

b)

Reproductieve isolatie

c)

Natuurlijke selectie

d)

Genetische variatie

5.

Hoeveel jaar geleden is het leven op aarde ontstaan?

a)

1,5 miljard jaar geleden

b)

6 miljard jaar geleden

c)

4,6 miljard jaar geleden

d)

2,5 miljard jaar geleden

6.

Rudimentaire organen zijn organen die overeenkomen in bouw. Hieraan kan je zien dat bepaalde organisme verwant zijn aan elkaar.

a)

juist

b)

onjuist

7.

Wat is de definitie van natuurlijke selectie

a)

Het best aangepaste organisme in de populatie is het meest succesrijk in het doorgeven van hun genen aan de volgende generaties.

b)

De dieren met de beste aanpassing overleven.

c)

Er vind een verschuiving van de allelfrequentie plaats.

d)

Gedurende lange tijd geen voortplanting tussen de 2 verschillende populaties, zodat er een nieuw soort kan ontstaan

8.

Wat speelt GEEN rol bij genetic drift

a)

Toeval

b)

Grote populatie

c)

Verschuiving van de allel frequentie

d)

Kleine populatie

9.

Door middel van DNA kan worden na gegaan of twee dieren verwant zijn en dus dezelfde voorouder hebben.

a)

juist

b)

onjuist

10.

Het leven op het land was er eerder dan het leven in het water.

a)

juist

b)

onjuist

11.

De mens stampt af van een aap

a)

juist

b)

onjuist

12.

Alle organisme delen één voorouder met elkaar

a)

juist

b)

onjuist

13.

Wie heeft de evolutietheorie bedacht?

a)

Lamarck

b)

Wallace

c)

Darwin

d)

Malthus

14.

Door klimaatverandering (vroeger en nu) zijn er diersoorten uitgestorven.

a)

juist

b)

onjuist

15.

Aan welke groep zijn de gorilla’s het meest verwant volgens de stamboom?

a)

aan de apen van de oude wereld

b)

aan de apen van de nieuwe wereld

c)

aan de gibbons

d)

aan de chimpansees

16.

De wetenschappelijke naam van de buizerd is Buteo lagopus.

Drie andere vogels zijn: Buteo rufinus, Lagopus mutus en Lagopus lagopus.

Welke van deze drie vogels is het nauwst verwant met Buteo lagopus?

a)

Lagopus lagopus

b)

Buteo rufinus

c)

Lagopus mutus

17.

Horen de Homo sapiens en de Homo erectus wel of niet tot dezelfde soort? En tot hetzelfde geslacht?

a)

wel tot dezelfde soort maar niet tot hetzelfde geslacht

b)

tot zowel dezelfde soort als hetzelfde geslacht

c)

niet tot dezelfde soort en niet tot hetzelfde geslacht

d)

niet tot dezelfde soort maar wel tot hetzelfde geslacht

18.

Heterotrofe organisme maken hun eigen voedingsstoffen

a)

juist

b)

onjuist

19.

Welk(e) rijk(en) vallen onder het begrip prokaryoot?

a)

bacterierijk

b)

dierenrijk

c)

plantenrijk

d)

schimmelrijk

20.

Wat is GEEN voorbeeld van een organische stof?

a)

Glucose

b)

Koolstofdioxide

c)

Zuurstof

d)

Een eiwit in het lichaam van een mens

21.

Welke bewering is niet waar?

a)

Hoe verder het eiland van het vaste land hoe meer diersoorten er voor komen.

b)

Hoe groter het eiland hoe meer diersoorten er voor komen.

c)

immigratie op een eiland betekend dat dieren zich vestigen op een eiland.

d)

Wanneer er meer soorten op het eiland zijn zullen er ook meer soorten uitsterven.

22.

Waar heeft selectiedruk mee te maken?

a)

Mutaties

b)

Milieuomstandigheden

c)

Reproductieve isolatie

d)

Genetische variatie

23.

Wat is een fossiel?

a)

Een overleden dier

b)

Een afdruk van een plant of dier in gesteente

c)

Stenenresten van een oud gebergte

24.

Waar zorgt reproductieve isolatie voor?

a)

Soortvorming

b)

Natuurlijke selectie

c)

Ordening

d)

Fitness

25.

Wat is de goede definitie van het begrip soort?

a)

Dieren van hetzelfde soort kunnen onderling voortplanten

b)

Dieren van hetzelfde soort kunnen onderling voortplanten en hierbij vruchtbare nakomelingen krijgen

26.

Allelfrequentie= hoe vaak een bepaald allel voorkomt binnen een populatie.

a)

juist

b)

onjuist

27.

Kijk naar de afbeelding. Je ziet een stamboom van een aantal soorten.

Met welke nummers zijn soorten aangegeven die uit soort 7 zijn ontstaan?

a)

3 en 4

b)

3, 4 en 5

c)

5 en 6

d)

6 en 8

28.

Met welke soort zal soort 4 de meeste verwantschap vertonen?

a)

3

b)

5

29.

..... zijn organen met hetzelfde bouwplan waarvan de oorspronkelijk functie door veranderende omstandigheden in de loop van de evolutie zijn aangepast

a)

analoge organen

b)

homologe organen

c)

rudimentaire organen

30.

Dieren die allebei vliegen met hun vleugels zijn altijd verwant.

a)

Ja

b)

Nee