Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voltooid deelwoorden

Total questions: 36

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Vorige week ben ik met de Nederlandse les (a)   (beginnen)

2.

Ik heb op mijn werk veel Nederlands (a)   (spreken)

3.

Ik heb gisteren naar de Nederlandse televisie (a)   (kijken)

4.

Mijn man heeft mij een bos bloemen (a)   (geven)

5.

Mijn buurman heeft mij (a)   (helpen)

6.

Ik heb mijn medicijnen... (nemen)

(a)  

7.

We hebben nieuwe vrienden (a)   (krijgen)

8.

Het voetbalteam heeft de wedstrijd... (verliezen)

(a)  

9.

Hij heeft een lange brief...(schrijven)

(a)  

10.

Ik heb in het weekend een taart...(bakken)

(a)  

11.

Zij heeft haar kinderen...(roepen)

(a)  

12.

De jongen is van de duikplank...(springen)

(a)  

13.

We hebben samen koffie (a)   (drinken)

14.

Hij heeft te hard (a)   (rijden)

15.

Mijn oma is vorige week (a)   (sterven)

16.

Wij zijn erg van dat nieuws (a)   (schrikken)

17.

Ik heb mijn boek onder de tafel...(vinden)

(a)  

18.

Lopen. Ik heb de marathon……...

a)

gelopen

b)

geloopt

c)

geloopen

19.

Gebruiken. We hebben al het wc-papier …….

a)

gebruikd

b)

gebruikt

c)

gebroken

20.

Zwemmen. Gisteren heeft zij haar eerste wedstrijd...…...

a)

gezwemd

b)

gezwommen

c)

gezwemmen

21.

Drinken. We hebben al minuten niets...…….

a)

gedronken

b)

gedrinkt

c)

gedrinken

22.

Voetballen. PSV heeft tegen Ajax...…….

a)

gevoetbalt

b)

voetballen

c)

gevoetbald

23.

Schaatsen. Vorige winter heb ik niet veel...….

a)

geschaatst

b)

geschaatsd

c)

geschaatsen

24.

Breken. Het kopje is...…...

a)

gebreekt

b)

gebroken

c)

gebrooken

25.

Komen. Het heerlijk avondje is...….

a)

gekomen

b)

gekwamen

c)

gekoomen

26.

Slapen. Ik heb bij opa en oma...…...

a)

geslopen

b)

geslapen

c)

geslaapt

27.

Winnen. Ik heb deze quiz...…..

a)

gewonnen

b)

gewint

c)

gewind

28.

Noteer het voltooid deelwoord.

In Nederland wordt vaker ........(pinnen).

a)

gepint

b)

gepind

29.

Gisteren heb ik de deur om tien uur.......(sluiten).

a)

gesluit

b)

gesluiten

c)

gesloot

d)

gesloten

30.

Ik was ............(raken) door die opmerking over mijn overleden hondje.

a)

geraakt

b)

gerakt

c)

geraken

d)

geraakd

31.

Tijdens de wedstrijd werd de handdoek in de ring .....(werpen).

a)

gewerpt

b)

gewerpen

c)

geworpen

d)

geworpt

32.

De docent had alle fouten .......(doorstrepen).

a)

gedoorstreept

b)

doorgestrepen

c)

doorgestreept

33.

Heb je de kratjes ..........(opstapelen)?

a)

geopstapeld

b)

opgestapeld

c)

opgestapelt

d)

geopstapelt

34.

Yasmine heeft zijn haar blauw ........(verven).

a)

gevervd

b)

gevervt

c)

geverfd

d)

geverft

35.

Vorige week heb ik met mijn oma in 's-Hertogenbosch ......(lunchen).

a)

geluncht

b)

gelunchet

c)

gelunched

d)

gelunchd

36.

Is het onderstreepte woord een voltooid deelwoord?

Het gebeurt tijdens iedere les.

a)

Nee, gebeurt is hier een persoonsvorm. Je kunt er namelijk 'het gebeurde' van maken. En de persoonsvorm is het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd zet.

b)

Ja, want er staat het voorvoegsel 'ge' voor en dan is het werkwoord altijd een voltooid deelwoord.