Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

stevigheid en bewegen oefenen

Total questions: 38

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

In het groen zijn de ..... te zien.

a)

Voetwortelbeentjes

b)

Teenkootjes

c)

Middenvoetsbeentjes

2.

Welk is geen functie van het skelet

a)

Stevigheid

b)

Beweging

c)

Bescherming

d)

Voelen

e)

Vorm

3.

Als er meer lijmstof in de botten zit zijn deze.

a)

Buigzamer

b)

Harder

c)

Breekbaarder

4.

Wat voor een beenverbinding is te zien in het plaatje

a)

Naad

b)

Vergroeid

c)

Kraakbeen

d)

Gewricht

5.

Wat voor een verbinding is hier te zien?

a)

Naad

b)

Kraakbeen

c)

Gewricht

d)

Vergroeid

6.

Welk onderdeel wordt aangegeven met nummer 1?

a)

Gewrichtskom

b)

Gewrichtskapsel

c)

Gewrichtskogel

d)

Kapselband

7.

Welk onderdeel is aangegeven met nummer 3?

a)

Gewrichtskapsel

b)

Kapselband

c)

Kraakbeenlaagje

d)

Gewrichtssmeer

8.

Wat voor een gewricht is hier te zien?

a)

Scharniergewricht

b)

Rolgewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Zadelgewricht

9.

Welk gewricht is hier te zien?

a)

Kogelgewricht

b)

Rolgewricht

c)

Zadelgewricht

d)

Schaniergewricht

10.

Welk gewricht is hier te zien?

a)

Zadelgewricht

b)

Rolgewricht

c)

Scharniergewricht

d)

Vlakgewricht

11.

Wat is een pees?

a)

De verbinding tussen spier en bot

b)

Het deel van de spier wat samentrekt

c)

Een beschermende laag om de spier heen

12.

Wat zijn antagonisten?

a)

Spieren die elkaar versterken

b)

Spieren die een tegenovergestelde werking hebben

c)

Spieren die op dezelfde plaats liggen

d)

Spieren die dezelfde functie hebben

13.

Je ziet hiernaast het skelet van een mens. Geef de naam van nummer 19.

a)

Dijbeen

b)

Opperarmbeen

c)

Scheenbeen

d)

Knieschijf

14.

Je ziet hier een afbeelding van een schedel van een mens. Nummer 6 is..

a)

voorhoofdsbeen

b)

wandbeen

c)

onderkaak

d)

bovenkaak

15.

In dit skelet van een babyhoofd zie je 3 delen in de schedel. omlijnd door "witte lijnen" . In een volwassen schedel is dit weg en een complete schedel geworden. Hoe de verbinding waardoor de schedeldelen aan elkaar zitten?

a)

gewrichten

b)

vergroeiingen

c)

naadverbindngen

d)

kraakbeenverbindingen

16.

Je ziet hier de armspieren, de biceps en de triceps, buiger en strekker, beide nodig om een beweging te kunnen maken. Dit mechanisme heet ...

a)

antigonisme

b)

antagonisme

c)

tegenwerking

d)

samenwerking

17.
Op welk plaatje zie je een naadverbinding?
a)
Plaatje 1
b)
Plaatje 2
c)
Plaatje 3
d)
Geen enkele
18.

Antagonisten zijn.......

a)

Spieren waarvan het samentrekken geen tegengesteld effect heeft.

b)

Spieren waarvan het samentrekken een tegengesteld effect heeft.

19.

Een spierscheuring van de kuitspier noem je een....

a)

Kneuzing

b)

Verzwikking

c)

Zweepslag

d)

Tenniskuit

20.
Been is buigzamer dan kraakbeen
a)
Juist
b)
onjuist
21.
Wat is je borstkas
a)
ribben + been + schedel
b)
borstbeen + been + ribben
c)
ribben + borstwervels + borstbeen
d)
borstwervels + ribben + been
22.
In de loop van je leven:
a)
komen er minder kalkzouten in je botten
b)
komt er minder lijmstof in je botten
c)
blijft de hoeveelheid kalkzouten en lijmstof gelijk.
d)
komt er meer lijmstof in je botten
23.
Op welke manier maakt je skelet beweging mogelijk?
a)
Doordat de botten langs elkaar schrapen als je sport
b)
Doordat je spieren aan de botten vastzitten 
c)
Doordat je botten veel energie bevatten
d)
Doordat je skelet bestaat uit kraakbeen en kraakbeen is beweeglijk
24.

Hoe noem je een lichaamsvorm die geschikt is om in het water snel te bewegen?

(a)  

25.

Hoe noem je dieren die op de top van hun tenen lopen?

(a)  

26.

Waaruit bestaan botten van pasgeboren baby's voornamelijk?

(a)  

27.

Bij welke verbinding zijn 2 of meer beenderen 1 geheel geworden?

a)

Door een naad

b)

Dor een gewricht

c)

Door kraakbeen

d)

Vergroeid

28.

In de afbeelding zie je een been van een mens getekend. In de tekening zijn 3 gewrichten aan gegeven met de letters P, Q en R.

Welke letter geeft of welke letters geven een scharniergewricht aan?

a)

Alleen Q

b)

Alleen R

c)

Alleen Q en R

d)

Zowel P, Q, als R

29.

Houdt deze man zich aan de regels van goed tillen?Ja

a)

Ja

b)

Nee

30.

Hoe noem je de vorm die de wervelkolom van de mens heeft bij een goede lichaamshouding?

(a)  

31.

Waarom wordt bij een botbreuk een gipsverband aangelegd?

a)

Om de bothelften in goede stand te houden.

b)

Om de pijn te verminderen.

c)

Om inwendige bloedingen tegen te gaan.

d)

Om zwellingen tegen te gaan.

32.

Wat zijn wervels?

a)

Wervels zijn botten in je borstbeen

b)

Wervels zijn botten in je schedel

c)

Wervels zijn botten in je ribben

d)

Wervels zijn botten in je wervelkolom

33.

Een tennisspeler rekt zijn gewrichtsbanden en het gewrichtskapsel te ver uit. Hoe noem je dit ook wel?

a)

Ontwrichting

b)

Spierpijn

c)

Verstuiking of verzwikking

d)

Spierkneuzing

34.

Stelling: Het kraakbeenlaagje in een gewricht houdt de gewrichten bij elkaar.

a)

Juist

b)

Onjuist

35.

De vrouw in het plaatje tilt gewichten met haar armen omhoog. Welke spieren worden er vooral aangespannen?

a)

Biceps

b)

Triceps

c)

Schouderspieren

36.

Welk van de onderstaande aandoeningen is een voorbeeld van RSI?

a)

Tennisarm

b)

Botbreuk

c)

Gescheurde pees

d)

Blauwe plek

37.

Dit voel je als afvalstoffen in je spieren achterblijven.

a)

Verstuiking

b)

Spierpijn

c)

Rugpijn

38.

Cooling-down bevordert de doorbloeding van de spieren om de afvalstoffen af te voeren.

a)

Juist

b)

Onjuist