WorksheetsVoornaamwoorden (Campus 2)
Total questions: 35
Worksheet time: 20mins
Welk soort voornaamwoord is 'wij' in de volgende zin?
Gisteren hebben wij een toets gemaakt.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'die' in de volgende zin?
De toets die wij gemaakt hebben was erg moeilijk.
persoonlijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'welk' in de volgende zin?
Daarom wil ik graag weten welk cijfer ik gehaald heb.
aanwijzend voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'jullie' in de volgende zin?
Ouders willen jullie tijd niet verspillen aan fietsen.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'jullie' in de volgende zin?
Daarom mogen jullie vaak met de bus naar school.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'zich' in de volgende zin?
Herinnert u zich nog dat u moet nakijken?
persoonlijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'men' in de volgende zin?
Men vindt tegenwoordig steeds meer dat roken verboden moet worden.
persoonlijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'deze' in de volgende zin?
Ik wil deze toetsen morgen bespreken.
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Aanwijzend voornaamwoord
Wederkerend voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'die' in de volgende zin?
Die leerling die daar loopt gaat naar het leerlingcentrum.
Aanwijzend voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Betrekkelijk voornaamwoord
Welk soort voornaamwoord is 'iets' in de volgende zin?
Iets wat ik me altijd al afgevraagd heb, is waarom de lucht blauw is.
aanwijzend voornaamwoord
betrekkelijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?
Heb je mijn nieuwe bril al gezien?
je
al
mijn
gezien
Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?
Dat zijn onze jassen.
dat
onze
jassen
zijn
Schrijf de bezittelijke voornaamwoorden op:
Ik heb de spelcomputer van jouw zusje geleend, maar ze wil haar spelcomputer graag terug.
(a)
Benoem de woordsoort:
Deze boeken leest zij nooit.
vragend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
wederkerig voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
Benoem de woordsoort:
Heb jij gisteren naar die film gekeken?
onbepaald voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord
Welke zin hoort bij het wederkerig voornaamwoord?
Hij vergiste zich.
Tijdens het koken had ik me gesneden.
Tijdens het feestje waren we elkaar aan het pesten.
Welke zinnen horen bij het wederkerend voornaamwoord?
Johan en Pieter verdedigen elkaar.
Ellen en Gea vervelen elkaar.
Johan verdedigt hem.
Ellen en Gea vervelen zich.
Benoem de woordsoort:
Wie heeft mijn schoenen gezien?
persoonlijk voornaamwoord
vragend voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
Heb je je vergist met het maken van die som?
je is een
persoonlijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
Benoem de woordsoort:
Niemand wil eten voor mij koken.
persoonlijk voornaamwoord
onbepaald voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
Welk voornaamwoorden worden hier gebruikt?: We schaamden ons enorm na het weekend.
persoonlijk voornaamwoord en bezittelijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord en wederkerend voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord en aanwijzend voornaamwoord
persoonlijk voornaamwoord en wederkerend voornaamwoord
Welk voornaamwoord wordt hier gebruikt?: Het park is groot. Dat is de favoriete plek van elke inwoner.
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
wederkerend voornaamwoord
aanwijzend voornaamwoord
Vul aan met het correcte aanwijzend voornaamwoord.
... ketting hier vind ik mooi.
Deze
Die
Dit
Dat
Vul aan met het correcte aanwijzend voornaamwoord.
Ik vind ... meisje daar heel vriendelijk.
Deze
Die
Dit
Dat
Vul aan met het correcte aanwijzend voornaamwoord.
Ik ga Sproetenliefde lezen; Maren Stoffels is de schrijfster van ... boek.
deze
die
dat
Vul aan met het correcte aanwijzend voornaamwoord.
Iemand heeft me aangeraden om ... tijdschrift dat je hier ziet, te lezen.
deze
die
dit
dat
Werk de storende herhaling (zie onderlijnd) weg door het bezittelijk voornaamwoord zelfstandig te gebruiken. Je start met het lidwoord.
Zijn dat haar schoenen of jouw schoenen?
(a)
Werk de storende herhaling (zie onderlijnd) weg door het bezittelijk voornaamwoord zelfstandig te gebruiken. Je start met het lidwoord.
Is dat jouw glas of zijn glas?
(a)
Jou of jouw?
Ik heb ... (a) ... (b) auto zien parkeren.
(a) jou - (b) jou
(a) jouw - (b) jouw
(a) jouw - (b) jou
(a) jou - (b) jouw
U of uw?
Deze brief is van ...(a). Geeft u die af aan ... (b) directeur?
(a) u - (b) u
(a) uw - (b) uw
(a) uw - (b) u
(a) u - (b) uw
Vul aan met het correcte wederkerende voornaamwoord.
Meneer, stelt u ... even voor?
(a)
Vul aan met het correcte wederkerende voornaamwoord.
Jullie vergissen ... in die persoon!
(a)
Duid alle vragende voornaamwoorden aan.
Wie
Waarom
Welk(e)
Wat
Wiens
Juist of fout?
In de zin 'Zie jij het licht daar branden?' is 'het' een onbepaald voornaamwoord.
Juist
Fout
Duid het juiste antwoord aan. Welk soort woord is 'haar' in de onderstaande zin?
'De kapster knipt haar(1) haar(2) en helpt haar(3) daarna met de make-up.'
(1) persoonlijk vnwd - (2) zelfstandig naamwoord - (3) bezittelijk vndw
(1) bezittelijk vndw - (2) zelfstandig naamwoord - (3) persoonlijk vnwd
(1) persoonlijk vnwd - (2) persoonlijk naamwoord - (3) zelfstandig naamwoord
(1) persoonlijk vnwd - (2) bezittelijk vnwd - (3) bezittelijk vndw
