Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Inburgering knm

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Het zusje van Yasmine studeert op de Technische Hogeschool in Delft. Is dat goed voor haar toekomst?

a)

Nee, als vrouw zal zij waarschijnlijk nooit een baan vinden in de techniek.

b)

Ja, er is altijd vraag naar mensen die een exacte opleiding hebben gedaan.

c)

Nee, de kans dat een meisje zo’n opleiding afmaakt is klein.

2.

Monica brengt een bezoekje aan Amsterdam. Zij hoort dat de

stad vroeger heel rijk was. Waar verdienden Amsterdammers

zoveel geld mee?

a)

Met aardgas.

b)

Met kaas maken.

c)

Met overzeese handel

3.

Yasmine wil graag wonen in een omgeving waar ze de meeste kans heeft op een baan. Waar is dat?

a)

Op de Waddeneilanden.

b)

Op de Veluwe.

c)

In de Randstad.

4.

Monica vraagt aan Arend hoe het komt dat er in het centrum van Rotterdam bijna geen oude gebouwen staan. Wat is het antwoord?

a)

Doordat Rotterdam nog niet zo lang bestaat.

b)

Doordat alle gebouwen in 1940 door de Duitsers zijn gebombardeerd.

c)

De oude gebouwen zijn gesloopt omdat ze verzakt waren.

5.

Arend laat Monica foto’s zien van zijn uitstapje naar Zeeland. Zij ziet lange dijken en bruggen. Hoe heten deze?

a)

De Deltawerken.

b)

De Afsluitdijk.

c)

De Europaboulevard

6.

Barbara hoopt dat ze met neusdruppels sneller herstelt van

haar verkoudheid. Wat doet ze?

a)

Ze gaat naar haar huisarts voor een recept.

b)

Ze haalt neusdruppels bij een apotheek en declareert die bij haar zorgverzekering.

c)

Ze koopt neusdruppels bij een drogist en betaalt die zelf

7.

Els ligt in het ziekenhuis. Monica wil bij haar op bezoek. Wat

doet Monica?

a)

Ze gaat ’s morgens voor haar werk even langs bij Els.

b)

Ze informeert wat de bezoektijden van het ziekenhuis zijn en gaat dan langs.

c)

Ze belt het ziekenhuis om een bezoekafspraak te maken.

8.

Remco krijgt op zondagochtend een epileptische aanval. Hij heeft medicijnen nodig om te kalmeren. Wat doet zijn moeder Els?

a)

Zij brengt hem naar de praktijk van haar huisarts.

b)

Zij belt het nummer van haar huisarts. Zij hoort dan een ongesproken bericht met informatie hoe zij een huisarts met weekenddienst kan bereiken.

c)

Zij belt de apotheek.

9.

Els heeft een broer die huisarts is in Maastricht. Zelf woont ze in Rotterdam. Kan zij patiënt bij haar broer worden?

a)

Ja, iedere Nederlandse arts kan haar huisarts worden.

b)

Nee, patiënten mogen geen familie zijn van hun huisarts.

c)

Nee, haar huisarts mag niet te ver weg wonen.

10.

Evert wil graag verzekerd zijn voor fysiotherapie. Welke

zorgverzekering neemt hij?

a)

Het uitgebreide pakket.

b)

Het basispakket.

c)

Een speciale fysiotherapieverzekering.

11.

Er gebeuren vervelende dingen in het leven van Arend. Hij voelt zich depressief. Is dat een reden om naar zijn huisarts te gaan?

a)

Nee, een huisarts is er alleen voor lichamelijke klachten.

b)

Ja, zijn huisarts kan hem doorverwijzen voor psychosociale hulp.

c)

Nee, Arend moet een afspraak maken met een psychiater.

12.

Evert heeft last van zijn knie. Hij wil dat een deskundige

ernaar kijkt. Wat doet hij?

a)

Hij belt een orthopedisch chirurg voor een afspraak.

b)

Hij gaat naar een massagesalon.

c)

Hij gaat naar zijn huisarts.

13.

Arend heeft recht op drie uur thuiszorg per week. Wat valt

onder thuiszorg?

a)

De televisiekanalen instellen met zijn afstandsbediening.

b)

De knopen aan zijn jas vastzetten.

c)

Zijn keuken schoonmaken.

14.

Arend heeft veel pijn bij het plassen. Hij gaat naar zijn huisarts. Wat zal zijn huisarts doen?

a)

Hij geeft Arend een recept voor plastabletten.

b)

Hij verwijst Arend door naar een uroloog.

c)

Hij adviseert Arend om rust te nemen

15.

Arend wordt erg vergeetachtig. Zijn kinderen vinden het

gevaarlijk als hij alleen blijft wonen. Wat doen zij?

a)

Zij wachten af. Ze hopen dat het beter met hem gaat.

b)

Zij brengen hem naar het ziekenhuis.

c)

Zij zoeken contact met professionals die extra zorg kunnen bieden.