wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vakkenmix 10 december

Total questions: 37

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Ik heb vier ........ in de kast liggen.

a)

pyjama's

b)

pyama's

c)

pyamas

d)

pyjamas

2.

Iris heeft op school les van een aardige ........ .

a)

juvrouw

b)

jufvrouw

c)

juffrouw

d)

jufrouw

3.

Geeft u mij maar een koud ........ .

a)

colaatje

b)

colatje

c)

cola'tje

4.

Een ........ heeft geen metalen, maar houten klankstaven.

a)

xylophoon

b)

xilophoon

c)

xylofoon

d)

xilofoon

5.

18 + 15 =

a)

34

b)

33

c)

43

d)

51

6.

7 x 9 =

a)

45

b)

54

c)

64

d)

63

7.

72 : 8 =

a)

9

b)

90

c)

8

d)

10

8.

6000 X 8 =

a)

4800

b)

48000

c)

480

d)

48

9.

14000 : 70 =

a)

70

b)

700

c)

200

d)

20

10.

Welk getal is het grootste?

a)

10,09

b)

9,01

c)

1,901

d)

1,09

11.

800 gram = ........... kg

a)

0,008 kg

b)

8 kg

c)

0,8 kg

d)

80 kg

12.
60 : 12 =
a)
4
b)
6
c)
7
d)
5
13.
420
a)
60 x 50
b)
7 x 50
c)
7 x 60
d)
6 x 75
14.
7200
a)
80 x 80
b)
100 x 71
c)
60 x 90
d)
80 x 90
15.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Het gedicht is prachtig.

a)

prachtig

b)

het

c)

gedicht

d)

is

16.

Klik het zelfstandig naamwoord aan in onderstaande zin:


Ik hou erg van boeken.

a)

Ik

b)

boeken

c)

hou

d)

erg

17.

Marijn is een nieuwsgierige jongen

a)

is

b)

nieuwsgierige

c)

jongen

d)

een

18.
De leerkracht is master
a)
de
b)
leerkracht
c)
is
d)
master
19.

Ik koop die dikke auto

a)

ik

b)

koop

c)

die

d)

auto

20.
De (blauw) .................. jas.
a)
blauwe
b)
blauw
c)
blauwen
21.
Het (papier) ............... huisje
a)
papiere
b)
papier
c)
papieren
22.
Een (groen) ................... boom.
a)
groene
b)
groen
c)
groenen
23.
Het (vies) ................ haar.
a)
viese
b)
vieze
c)
vies
d)
viesen
24.

het .... koekje

a)

halfe

b)

halve

25.

Wat is de pv: Mijn vader viert zijn verjaardag morgen.

a)

Mijn vader

b)

viert

c)

zijn

d)

morgen

26.

Wat is de pv: Wat is jouw naam?

a)

Wat

b)

is

c)

jouw

d)

naam

27.

Wat is de pv: Ze hebben de fiets niet binnen gezet

a)

hebben

b)

gezet

c)

Ze

d)

de fiets

28.

Wat is de pv: Ik doe altijd mijn best tijdens toetsen.

a)

mijn best

b)

toetsen

c)

doe

d)

Ik

29.

Wat is het hulpwerkwoord in onderstaande zin?


Jan is naar het zwembad geweest.

a)

is

b)

geweest

c)

is geweest

d)

naar

30.

Wat is het hulpwerkwoord in onderstaande zin?


Ik heb erg veel fruit gegeten.

a)

veel

b)

gegeten

c)

heb

d)

heb gegeten

31.

Wat is het hulpwerkwoord in onderstaande zin?


Hij wilde een pleister op de wond plakken.

a)

plakken

b)

wilde plakken

c)

wilde

d)

op

32.

Wat is het hulpwerkwoord in onderstaande zin?


Ik heb hem voor het mooie cadeau bedankt.

a)

bedankt

b)

heb

c)

heb bedankt

d)

hem

33.

Wat is het hulpwerkwoord in onderstaande zin?


Vanaf morgen zal ik altijd mijn huiswerk maken.

a)

Vanaf

b)

maken

c)

zal

d)

zal maken

34.

Gisteren heb ik de deur om tien uur.......(sluiten).

a)

gesluit

b)

gesluiten

c)

gesloot

d)

gesloten

35.

Vroeger haalde je water uit de pomp

en aan je voet had je een (a)  

36.

Een steen is hard

en deze kleur noem je (a)  

37.

Welk woord heeft een voorvoegsel?

a)

Het begin

b)

Wij vragen

c)

Zij bukken