wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Organen en cellen KGT bs 1 en 2

Total questions: 34

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Is een orgaan een deel van een organisme?

a)

ja

b)

nee

2.

Is het verteringsstelsel een organenstelsel?

a)

ja

b)

nee

3.
Hoe heet een groep organen die samenwerken?
a)
Verteringstelsel
b)
Organenstelsel
c)
Organen met zelfde bouw
4.
Bij welk organenstelsel horen de hersenen?
a)
Spierstelsel
b)
Zenuwstelsel
c)
Ademhalingstelsel
5.
De lever van een mens is een...
a)
Weefsel
b)
Orgaan
c)
Organenstelsel
6.

is een weefsel een groep cellen met dezelfde vorm en functie?

a)

ja

b)

nee

7.
Welk orgaan valt niet onder het verteringsstelsel?
a)
dikke darm
b)
dunne darm
c)
hart
d)
maag
8.
Welk organenstelsel is hier afgebeeld?
a)
bloedvatenstelsel
b)
zenuwstelsel
c)
spierenstelsel
d)
verteringsstelsel 
9.

Wat is het hart?

a)

organenstelsel

b)

orgaan

c)

weefsel

d)

cel

10.

Welk organenstelsel zie je hier?

a)

zenuwstelsel

b)

verteringsstelsel

c)

ademhalingsstelsel

d)

longstelsel

11.

Welke omschrijving past het best bij het begrip 'organisme'?

a)

Een groep van cellen met dezelfde vorm en dezelfde functie.

b)

Een levend wezen, opgebouwd uit verschillende orgaanstelsels die samenwerken.

c)

Een groep van weefsels die samen een bepaalde taak vervullen.

d)

De kleinste bouwsteen van alle levende wezens.

12.
Welke organen horen bij het spierstelsel?
a)
dijbeenspier, rib, biceps
b)
biceps,triceps,nekspier
c)
hart, long, biceps
d)
aorta, holle ader, hart
13.

Welk orgaanstelsel is hier zichtbaar?

a)

Spierstelsel

b)

Bloedvatenstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Zenuwstelsel

14.
Welk deel van het lichaam is een orgaanstelsel?
a)
de maag
b)
het oog
c)
het skelet
d)
de slokdarm
15.
welke orgaan wordt aan gegeven met nr. 1
a)
slokdarm
b)
keel
c)
luchtpijp
d)
strot
16.
Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 5 
a)
lever
b)
dikke darm
c)
maag
d)
alvleesklier
17.

Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 4

a)

lever

b)

dikke darm

c)

maag

d)

alvleesklier

18.
Kies de juiste volgorde van klein naar groot.
a)
cel-orgaan-weefsel-organisme-organenstelsel
b)
cel-weefsel-orgaan-organenstelsel-organisme
c)
orgaan-weefsel-organisme-organenstelsel – cel
19.
Welk orgaan scheidt de borstholte van de buikholte?
a)
Het hart
b)
De maag
c)
Het middenrif
20.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
21.

Welk orgaan wordt aangegeven met nr. 10?

a)

lever

b)

dikke darm

c)

maag

d)

nieren

22.

Welk orgaan heeft deze taak:

Nemen water en mineralen op uit de bodem, zetten de plant vast in de bodem.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

23.

Welk orgaan heeft deze taak:

Voor transport van stoffen en rechtop houden (stevigheid) van de plant.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

24.

Welk orgaan heeft deze taak:

Hier maakt een plant voedingsstoffen, dat is fotosynthese.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

25.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

26.

Hoe noem je deel 2?

a)

Knoop

b)

Lid

c)

Okselknop

d)

Eindknop

27.

Hoe noem je de buisjes waarmee voedsel en water worden vervoerd?

a)

Bloedvaten

b)

Buizen

c)

Vaatbundels

d)

Gangen

28.

Met welk nummer wordt de okselknop aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

29.

In welk deel van de wortel wordt reservevoedsel vooral opgeslagen?

a)

Hoofdwortel

b)

Zijwortel

c)

Wortelhaar

d)

Stengel

30.

Wat is de functie van de wortelharen?

a)

Water en voedingsstoffen opnemen uit de grond

b)

Water en zuurstof opnemen uit de grond

c)

Zuurstof en suikers maken

31.

Wat is geen functie van wortels?

a)

De plant stevig vast zetten in de grond

b)

Water opnemen uit de grond

c)

Voedsel opnemen uit de grond

d)

Zuurstof maken

32.

Hoe heten nummer 4 en 5 op de foto?

a)

De hoofdnerf en zijnerf (samen zijn dit: nerven)

b)

De hoofdwortel en zijwortels

c)

Bladmoes

d)

Vaatbundels

33.

Hoe heet nummer 1 op de foto?

a)

bladmoes

b)

bladsteel

c)

bladschijf

d)

stengel

34.

Wat is met dit blad gebeurd?

a)

De hoofdnerf en zijnerven zijn dood (rot). Je ziet nu de bladspieren

b)

Het bladmoes is dood (rot). Je ziet nu het bladskelet

c)

Het bladmoes is dood (rot). Je ziet nu de bladspieren