wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

pathologie hormoonstelsel en huid

Total questions: 51

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Een te hoog bloedsuikergehalte is...

a)

een normoglycemie

b)

een hyperglycemie

c)

een hypoglycemie

2.

Diabetes mellitus type 2 is een verstoorde glucosehouding

a)

door een verstoorde insulineproductie

b)

door insulineresistentie ter hoogte van de cel

c)

door een verstoorde insulineproductie en/of insulineresistentie ter hoogte van de cel

3.

Door insulineresistentie ter hoogte van de cel

a)

kan insuline niet in de cel

b)

kan glucose niet in de cel

4.

Het gevolg van hyperglycemie is

a)

glucosurie

b)

moe en heel veel honger

5.

Wat gebeurt er bij diabetes type I?

a)

De cellen reageren niet op insuline

b)

De cellen maken geen insuline

c)

De cellen maken geen glucose

d)

De cellen maken geen glucagon

6.

Welk hormoon wordt onder andere in de bijniermerg geproduceerd? Welk hormoon in de bijnierschors?

a)

In de merg adrenaline; in de schors cortisol

b)

In de merg cortisol; in de schors adrenaline

c)

In de merg adrenaline; in de schors noradreanline

d)

In de merg cortisol; in de schors aldosteron

7.

Welke twee hormonen zijn stresshormonen?

a)

Aldosteron en adrenaline

b)

Adrenaline en noradrenaline

c)

Adrenaline en cortisol

d)

Cortisol en aldosteron

8.

Welk van deze reacties is het langszaamst?

a)

Afgifte van adrenaline

b)

Afgifte van noradrenaline

c)

Afgifte van cortisol

9.

Welke verschijnselen zullen voorkomen bij een patiënt met een tekort aan thyroxine?

a)

De patiënt voelt zich snel moe en slaapt veel

b)

Het hart van de patiënt klopt sneller dan normaal

c)

Het lichaamsgewicht van de patiënt neemt af

10.

Hormonen worden afgescheiden door endocriene klieren naar het bloed toe

a)

om dan werkzaam te zijn ter hoogte van de klier waar ze zijn afgescheiden.

b)

om dan werkzaam te zijn op een andere plaats in het lichaam.

11.

De voorkwab van de hypofyse produceert volgende hormonen:

a)

oxytocine, het ADH, TSH, ACTH en het groeihormoon.

b)

adrenaline, noradrenaline, TSH, ACTH en het groeihormoon.

c)

TSH, ACTH, prolactine, het groeihormoon, FSH en LH en oxytocine en het ADH.

d)

TSH, ACTH, prolactine, FSH en LH en het groeihormoon.

12.

Als de productie van het hormoon TSH stijgt

a)

dan stijgt de productie van het schildklierhormoon T3 en T4

b)

dan stijgt de productie van het stresshormoon adrenaline.

c)

dan daalt de productie van het schildklierhormoon T3 en T4

d)

dan daalt de productie van het stresshormoon adrenaline.

13.

Welk hormoon is betrokken bij de ziekte van Cushing:

a)

cortisol

b)

adrenaline

c)

het schildklierhormoon

d)

het ADH

14.

Een persoon met hyperthyroïdie kan volgende symptomen hebben:

a)

vertraagde stofwisseling, trage pols, obesitas en obstipatie.

b)

versnelde stofwisseling, hoge pols, diarree, vermageren en uitpuilende ogen.

c)

oedeem, hoge bloeddruk, verhoogde kans op diabetes mellitus, blozend en rond gezicht.

15.

Welk van onderstaande symptomen past met name bij DM type 1 en minder bij type 2?

a)

moe

b)

veel plassen (met name 's nachts)

c)

gewichtsverlies (ondanks toegenomen eetlust)

d)

wazig zien

16.

Welke microvasculaire complicaties komen het meest frequent voor bij DM?.

a)

retinopathie

b)

neuropathie

c)

myopathie

d)

nefropathie

e)

arthropathie

17.

Welk type Diabetes mellitus ontstaat vaak op jonge leeftijd (onder de 30 jaar)?

a)

type 1 (DM I)

b)

type 2 (DM II)

18.

Hormonen worden gemaakt in:

a)

Endocriene klieren

b)

Exocriene klieren

c)

Doelwitorganen

d)

Homeostase

19.

Oxytocine en ADH worden aangemaakt in de ...

a)

Adenohypofyse

b)

Neurohypofyse

c)

Hypothalamus

d)

Nieren

20.

Hier is een terugkoppeling te zien. Welke soort?

a)

Negatieve terugkoppeling

b)

Positieve terugkoppeling

21.

De schildklier geeft een hormoon af dat de verbranding versnelt. Waar in het lichaam kan door dit hormoon de verbranding worden versneld?

a)

Alleen in de hartspier

b)

Alleen in de lever

c)

Alleen in de schildklier

d)

In alle cellen van het lichaam

22.

Struma houdt in:

a)

Een verminderde afgifte van het hormoon T4 aan het bloed

b)

Een zichtbaar en voelbaar te grote schildklier

c)

Een snelwerkende schildklier

d)

Een vertraagde afgifte van het hormoon TSH vanuit de Hypofyse

23.

De schildklier produceert de volgende hormonen:

a)

TSH en Calcitonine

b)

TSH, T3 en T4

c)

T3, T4 en Calcitonine

24.

De alvleesklier bestaat uit meerdere onderdelen. Hoe heten de groepjes cellen die voor de procutie van insuline en glucagon zorgen?

a)

De eilandjes van Langerhans

b)

De cellen van sertoli

c)

De cellen van schwann

d)

De eilandjes van glucageen

25.

Je alvleesklier maakt glucagon. Wat doet glucagon?

a)

Glucagon zorgt ervoor dat glycogeen omgezet wordt in glucose zodat er meer suiker in je bloed komt.

b)

Glucagon zorgt ervoor dat glucose uit je darmen wordt opgenomen in je bloed.

c)

Glucagon zorgt ervoor dat glucose wordt omgezet naar glycogeen.

d)

Glucagon zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt dat je honger hebt.

26.

Wat is de functie van pigment?

a)

Bruin worden

b)

Beschermen tegen uv-straling

c)

Je huid rood maken, zodat je ziet dat je bent verbrand

d)

Heeft geen functie

27.

In welke laag van de huid zitten talgklieren en zweetklieren?

a)

Opperhuid

b)

Lederhuid

c)

Onderhuidse bindweefsel

28.

In welk gedeelte van de huid zit een haarzakje?

a)

Hoornlaag

b)

Kiemlaag

c)

Onderhuids bindweefsel

d)

Lederhuid

29.

De bovenste huidlaag noemt men

a)

de opperhuid

b)

de lederhuid

c)

het onderhuids bindweefsel

30.

Wat is psoriasis?

a)

Een aangeboren afwijking in de talgafscheiding

b)

Een aangeboren afwijking in de verhoorning

c)

Een aangeboren afwijking in de zweetafscheiding

31.

Welke huidaandoening kenmerkt zich door rode plekken en zilverachtige schilfering?

a)

Netelroos

b)

Paronychia

c)

Psoriasis

32.

Wat is de oorzaak van ringworm?

a)

Bacterie

b)

Schimmel

c)

Schurftmijt

d)

Virus

33.

Wat is een kenmerk van ringworm?

a)

rode rand om de plek heen met daarin een witte schilferende huid.

b)

rode plek met schilfers en afscheiding van pus.

c)

rode plek met zwarte stukjes en deze scheidt vocht af.

d)

kan kwaadaardig worden.

34.

Wat is de oorzaak van deze huidaandoening?

a)

Virus

b)

Schimmel

c)

Bacterie

d)

Allergische reactie

35.

Welke bacterie veroorzaakt krentenbaard?

a)

Salmonella

b)

Streptokok

c)

MRSA

d)

Legionella

36.

Een basaal carcinoom is nooit kwaadaardig.

a)

Dat is waar.

b)

Dat is niet waar.

37.

Wat is een kenmerk van het basaalcelcarcinoom?

a)

geeft metastasen.

b)

groeit diep in de weefsels en beschadigd spieren, zenuwen en bloedvaten.

c)

is goedaardig.

d)

zaait bijna nooit uit.

38.

Wat is de gevaarlijkste vorm van huidkanker?

a)

Basaalcelcarcinoom.

b)

Plaveiselcelcarcinoom

c)

actinische keratose

d)

melanoom

39.

Wat is de grootste boosdoener die huidkanker veroorzaakt?

a)

Bacteriën/Toxinen

b)

Straling/Chemische middelen

c)

Medicatie/bestraling

d)

Zon/verbranding

40.

Eczeem is een jeukende huiduitslag met roodheid, zwelling, schilfers, bultjes, kloofjes en korstjes.

a)

Dit waar.

b)

Dit is niet waar

41.

Dit is een voorbeeld van?

a)

Eczeem

b)

Ringworm

c)

Schurft

d)

Psoriasis

42.

Wat is de oorzaak van wondroos?

a)

Een virus

b)

Een schimmel

c)

Een bacterie

d)

Een vieze wond.

43.

Wat is de naam van de bacterie die wondroos veroorzaakt.

a)

Streptokok/Stafylokok.

b)

Salmonella/Listeria

c)

Legionella?Streptokok.

d)

Salmonella/Stafylokok

44.

Wat is de oorzaak van een zwemmerseczeem?

a)

Een bacterie

b)

Een virus

c)

Nattigheid in het zwembad

d)

Een schimmel

45.

Wat is de oorzaak van een koortslip?

a)

Herpes Genitalis

b)

Herpes Simplex

c)

Herpes Keratitis

d)

Herpes type 2

46.

Erysipelas is een ander woord voor?

a)

Gordelroos

b)

Waterpokken

c)

Wondroos

d)

Psoriasis

47.

Dit is een voorbeeld van?

a)

Gordelroos

b)

Wondroos

c)

Rosacea

d)

Psoriasis

48.

Dit is een voorbeeld van de?

a)

Eczeem

b)

Wondroos

c)

Gordelroos

d)

Ringworm

49.

Als geen waterpokken hebt gehad dan kun je geen gordelroos krijgen.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

50.

Dit is een voorbeeld van een?

a)

ouderdomswrat

b)

Hallux Valgus

c)

Callus

d)

Skin Tears

51.

Wanneer ga je naar de huisarts met een afwijkende moedervlek?

a)

als de moedervlek op een lastige plaats zit.

b)

bij jeuk.

c)

als het gaat bloeden

d)

het verandert van vorm

e)

alle antwoorden zijn juist.