wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica zinsdelen

Total questions: 25

Worksheet time: 4hrs 10mins

Name
Class
Date
1.

Jesse, die pas zeventien is geworden, wil zich graag opgeven voor rijles.

a)

Onderwerpszin (ow-zin)

b)

Lijdendvoorwerpszin (lv-zin)

c)

Meewerkendvoorwerpszin (mw-zin)

d)

Bijvoeglijke bijzin

2.

Wie niet op komt dagen, moet ik helaas een onvoldoende geven.

a)

Onderwerpszin (ow-zin)

b)

Lijdendvoorwerpszin (lv-zin)

c)

Meewerkendvoorwerpszin (mw-zin)

d)

Bijwoordelijke bepalingszin (bwb-zin)

3.

Wie zich opgegeven heeft, wordt zaterdag ook verwacht.

a)

Onderwerpszin (ow-zin)

b)

Lijdendvoorwerpszin (lv-zin)

c)

Meewerkendvoorwerpszin (mw-zin)

d)

Bijwoordelijke bepalingszin (bwb-zin)

4.

Maak met het zelfstandig naamwoord 'voetbalshirt' een zin met tenminste acht woorden. Eén zin moet een bijvoeglijke bepaling bevatten, één zin moet een bijvoeglijke bijzin bevatten.

4 lines
5.

Vul de juiste samentrekking in.

Mijn vader werkt in de landbouw en tuinbouw.

a)

Landbouw en tuin-

b)

Land- en tuinbouw

6.

Vul de juiste samentrekking in.

Mijn tante drinkt elke avond rode wijn en witte wijn.

a)

Rode en witte wijn

b)

Rode- en witte wijn

7.

(Samentrekking) Die student werd voortdurend gepest en werd tenslotte ziek.

a)

Goed

b)

Fout

8.

Iedere sporter heeft voorstanders en tegenstanders.

1. Schrijf de juiste samentrekking.

2. Voorwaarts of achterwaarts?

3. Woordniveau, woordgroepsniveau, zinsniveau?

4 lines
9.

Hij pakte zijn jas en hij deed het licht uit.

1. Schrijf de juiste samentrekking.

2. Voorwaarts of achterwaarts?

3. Woordniveau, woordgroepsniveau, zinsniveau?

4 lines
10.

Mijn oom had een rare hoed op en ook nog zes bier.

Waarom is dit geen goede samentrekking?

4 lines
11.

(Verwijzen) De meeste mensen vinden het niet prettig als ... geen vast contract hebben.

a)

ze

b)

hun

c)

hen

12.

(Verwijzen) Die onderneming is niet populair bij het personeel, omdat ze ... werknemers slecht betaalt.

a)

zijn

b)

haar

c)

hun

13.

(Verwijzen) Er stond een lange file voor de brug, ... behoorlijk tegenviel.

a)

dat

b)

wat

c)

deze

14.

(Verwijzen) Ken jij die aannemer, van ... de service zo waardeloos is?

a)

wie

b)

welke

15.

(Verwijzen) Mijn opa heeft alles over voor mijn oma, ... hij al 60 jaar is getrouwd.

a)

met wie

b)

met welke

16.

Maak een zin waarin hen als lijdend voorwerp voorkomt.

4 lines
17.

Mijn jas is meegenomen door mijn vriendin.

a)

Bedrijvende vorm

b)

Lijdende vorm

18.

De bladeren werden door de tuinman verwijderd.

a)

Bedrijvende vorm

b)

Lijdende vorm

19.

Hij keek door het zolderraam naar buiten.

a)

Bedrijvende vorm

b)

Lijdende vorm

20.

Zet de volgende zin om van bedrijvende vorm naar lijdende vorm.

De kat krabt de krullen van de trap.

4 lines
21.

Zet de volgende zin om van bedrijvende vorm naar lijdende vorm.

Mijn buurmeisje zoekt een kamer in Utrecht.

4 lines
22.

Zet de volgende zin om van bedrijvende vorm naar lijdende vorm.

Mijn klasgenoot zal waarschijnlijk de iPhone X kopen.

4 lines
23.

Vul in: Er zijn drie nieuwe leden bij de dieetclub aangekomen, er zijn er ook drie ...

Ga voor jezelf na: Is hier sprake van ambiguïteit (kun je de zin op meerdere manieren opvatten)?

(a)  

24.

Vul in: Gisteravond was een boeiende lezing over (a)   De aanwezigen hebben er heel wat opgestoken.

Ga voor jezelf na: Is hier sprake van ambiguïteit (kun je de zin op meerdere manieren opvatten)?

25.

Zoek de zevende dwerg en omcirkel hem.