wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Marketingproces

Total questions: 15

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Een bedrijf richt zich op mannelijke 18-jarigen in de regio Amsterdam. Welke segmentatiecriteria lees je hier? (kies alle juiste antwoorden)

a)

Een economische criteria

b)

Een psychografische criteria

c)

Een demografische criteria

d)

Een geografische criteria

2.

Regts Sneek levert bouwmaterialen. Dit is een voorbeeld van:

a)

Een USP

b)

Een missie

c)

Een kernactiviteit

d)

Een positionering

3.

Schiphol Group wil jaarlijks 10 langdurig werklozen in dienst nemen. Dit is een voorbeeld van:

a)

Een hoofddoelstelling

b)

Een bedrijfsmissie

c)

Een afgeleide doelstelling

d)

Een nevengeschikte doelstelling

4.

De externe en interne analyse komen samen in een: ........

a)

Evaluatie

b)

SWOT

c)

Probleemstelling

d)

Actieplan

5.

Onder de externe analyse vallen de factoren waarop een bedrijf geen invloed kan uitoefenen.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

6.

De afkorting SBI staat voor statistische bedrijfsinformatie

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

7.

De SBI kun je gebruiken om de omvang van een segment te bepalen.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

8.

Wat is GEEN segmentatiecriteria voor de B2B markt?

a)

SBI

b)

Economische criteria

c)

Psychografische criteria

d)

Geografische criteria

9.

Wat is een juist voorbeeld van een Straight Rebuy?

a)

Een nieuw koffieautomaat

b)

Een training voor medewerkers

c)

Enveloppen

10.

Bij welke soort aankoop is de informatiebehoefte het grootst?

a)

Straight Rebuy

b)

New task buy

c)

Modified Rebuy

11.

Als accountmanager is het belangrijk om een DMU in kaart te brengen.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

12.

De juiste volgorde van stappen van een concurrentie-analyse is:

1. Concurrentie bepalen

2. Eigen profiel bepalen

3. sterkes en zwaktes in kaart brengen

4. conclusies trekken.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

13.

Bol.com heeft op de website 50 productgroepen staan. Dit heeft te maken met:

a)

Diepte van het assortiment

b)

Hoogte van het assortiment

c)

Lengte van het assortiment

d)

Breedte van het assortiment

14.

Op de website van Bol.com zie je dat er nog 20 producten van jouw artikel op voorraad zijn. Dit heeft betrekking op:

a)

Hoogte van het assortiment

b)

Lengte van het assortiment

c)

Diepte van het assortiment

d)

Breedte van het assortiment

15.

In de supermarkt staan koekjes en koffie bij elkaar. Het assortiment is ingedeeld naar:

a)

Productie-verwantschap

b)

Consumptie-verwantschap

c)

Koop-verwantschap