wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wettelijke kaders vragen 20220928

Total questions: 39

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

In welke 2 groepen worden strafbare feiten verdeeld?

a)

Overtredingen en pogingen

b)

Misdrijven en overtredingen

c)

Misdrijven en wetsdelicten

d)

Pogingen en misdrijven

2.

In het belastingkantoor hoor je een hoop geschreeuw. Iemand is het

niet eens met de beslissing van de belastinginspecteur. De situatie

wordt zo dreigend dat hem 2 keer wordt gevorderd het

belastingkantoor te verlaten. Beide keren weigert de man om weg te

gaan. Aan welk strafbaar feit maakt de man zich schuldig?

a)

Zich bevinden op verboden terrein

b)

Huisvredebreuk

c)

Bedreiging

d)

Lokaalvredebreuk

3.

Alexander belooft Niek €50,- euro als hij een navigatiesysteem uit een

auto steelt. Niek kan dat geld goed gebruiken en steelt het

navigatiesysteem. Van welk soort dader is hier sprake?

a)

Doen pleger

b)

Medepleger

c)

Uitlokker

d)

Pleger

4.

Ahmed vertelt op verzoek van Derk wat de code is van het

inbraakalarm in het gebouw waar hij werkt. Derk breekt in en steelt

een aantal printers. Wat is Ahmed en wat is Derk?

a)

Ahmed is medeplichtige en Derk is de pleger

b)

Ahmed is de uitlokker en Derk is medeplichtige

c)

Beide zijn medepleger

d)

Beide zijn doen pleger

5.

Tijdens een illegale straatrace op de openbare weg, rijdt Milan een

overstekende fietser aan die daardoor komt te overlijden. Waarvan is

hier sprake?

a)

Verwijtbare schuld

b)

Opzet

6.

Het Wetboek van Strafrecht onderscheidt 4 soorten daders. Wie

bepaalt van welk soort dader sprake is?

a)

De rechter

b)

De opsporingsambtenaar aan wie een aangehouden verdachte wordt

overgedragen

c)

De opsporingsambtenaar die een verdachte verhoort

d)

De persoon die een verdachte heeft aangehouden

7.

Welke groep wordt strafrechtelijk minderjarig genoemd?

a)

Jongeren van 12 tot 18 jaar

b)

Kinderen jonger dan 12 jaar

c)

Personen van 18 jaar en ouder

8.

In welk geval noemen we een misdrijf een ‘terroristisch misdrijf’?

a)

Als een misdrijf wordt gepleegd omdat de dader gedwongen wordt

het misdrijf te plegen

b)

Als het misdrijf wordt gepleegd met een terroristisch oogmerk

c)

Als een misdrijf wordt gepleegd met het doel er persoonlijk voordeel

van de hebben

9.

Welke groep kan nooit worden vervolgd en gestraft worden voor het

plegen van eens strafbaar feit?

a)

Personen met een niet-Nederlandse nationaliteit

b)

Medeplichtigen aan een strafbaar feit

c)

Kinderen jonger dan 12 jaar

d)

Intellectuele daders

10.

Wanneer spreken we over een misdrijf dat is gepleegd met een

‘terroristisch oogmerk’? Let op! Meerdere antwoorden zijn juist.

a)

Als een misdrijf is gepleegd met de bedoeling een samenleving te

ontwrichten of te vernietigen

b)

Als een misdrijf is gepleegd met de bedoeling om mensen bang te

maken

c)

Als een misdrijf is gepleegd met de bedoeling de overheid te dwingen

iets toe te laten

d)

Als een misdrijf is gepleegd met de bedoeling de overheid te dwingen

iets te doen of juist niet te doen

e)

Als een misdrijf is gepleegd met de bedoeling er rijk van te worden

11.

Jamal is een ervaren jager en schiet in het bos op fazanten en konijnen.

Door struiken en bomen heeft hij geen goed zicht op het terrein en

daardoor raakt hij een vrouw die haar hond uitlaat in haar been.

Waarvan is hier sprake?

a)

Opzet

b)

Verwijtbare schuld

12.

Tom geeft Stan een klap tegen zijn gezicht. Van welk strafbaar feit is

hier sprake?

a)

Zware mishandeling

b)

Bedreiging

c)

Openlijke geweldpleging

d)

(Eenvoudige) mishandeling

13.

Waarvan moet sprake zijn om iemand te mogen aanhouden voor

huisvredebreuk of lokaalvredebreuk

a)

Er moet zijn gevorderd

b)

Er moet zijn gevorderd en iemand gaat niet weg

c)

Er moet drie keer zijn gevorderd en iemand gaat wel weg

d)

Iemand bevindt zich op een plaats waar hij niet mag zijn

14.

Waarvan is altijd sprake bij opzettelijke brandstichting?

a)

Er is opzet in het spel

b)

Er is materiële schade

c)

Iemand is overleden

d)

Er is een brand geblust

15.

Gea wandelt langs een gracht. Daar hoort ze een man om hulp roepen.

Hij ligt in het water en dreigt te verdrinken. Wanneer is Gea strafbaar

voor ‘nalaten hulp’?

a)

Als ze niet helpt, maar de man wordt wel geholpen door anderen

b)

Als ze niet helpt, maar de man komt op eigen kracht aan wal

c)

Als ze niet helpt en de man verdrinkt

d)

Als ze helpt, maar het lukt haar niet om de man te redden

16.

Wat zijn kernvaardigheden om de kans op een terroristische aanslag zo

klein mogelijk te maken?

a)

Onbekenden als verdachte te beschouwen

b)

Opletten en alert zijn

c)

Verdachte personen onmiddellijk aanhouden

d)

Onderscheid maken tussen jongeren en ouderen

17.

Bij welke strafuitsluitingsgrond hoort ‘redelijkerwijs ergens geen

weerstand aan kunnen bieden’?

a)

Overmacht

b)

Wettelijk voorschrift

c)

Ontoerekeningsvatbaar

d)

Noodweer

18.

Waar geldt de Nederlandse strafwet?

a)

Overal ter wereld

b)

Op het grondgebied van de Europese Unie

c)

Op Nederlands grondgebied

d)

In landen die de Euro als munteenheid gebruiken

19.

Jasper en Cas hebben ruzie met elkaar. Als ze elkaar toevallig in de stad

tegenkomen raken ze in gevecht en Cas raakt zwaargewond door het

lichamelijk letsel wat door Jasper is veroorzaakt. Van welk strafbaar

feit is hier sprake?

a)

Openlijke geweldpleging

b)

(Eenvoudige) mishandeling

c)

Mishandeling met voorbedachten rade

d)

Zware mishandeling

20.

Jesse vindt het spannend brand te stichten. Regelmatig gaat hij s

’nachts op pad en steekt dan auto’s in brand. Waarvan is hier sprake?

a)

Opzet

b)

Verwijtbare schuld

21.

Wat is voor de wet een poging?

a)

Iemand probeert een misdrijf te begaan, maar het gewenste resultaat

wordt niet bereikt

b)

Iemand probeert een overtreding te begaan, maar het gewenste

resultaat wordt niet bereikt

c)

Iemand probeert een misdrijf te begaan en het lukt

d)

Iemand probeert een strafbaar feit te begaan, maar het gewenste

resultaat wordt niet bereikt

22.

Bij welke strafbare feiten moeten opzet of schuld bewezen worden?

a)

Bij overtredingen

b)

Bij misdrijven

c)

Bij overtredingen en misdrijven

23.

Een beveiliger betrapt een bezoeker op heterdaad bij het opendraaien

van een brandslang. Voor welk strafbaar feit mag hij deze bezoeker

aanhouden?

a)

Huisvredebreuk

b)

Vernieling

c)

Opzettelijke brandstichting

d)

Opzettelijk schade veroorzaken

24.

Een beveiliger hoort een bezoeker van het gemeentehuis tegen een

ambtenaar schreeuwen dat hij deze ‘kapot zal schieten’. Mag de

beveiliger deze bezoeker aanhouden en zo ja, waarvoor?

a)

Nee, want schreeuwen is geen strafbaar feit

b)

Ja, want hier is sprake van lokaalvredebreuk

c)

Nee, want hier is sprake van een niet-strafbare bedreiging

d)

Ja, want hier is sprake van een strafbare bedreiging

25.

Bart steelt in het huis van zijn collega een PlayStation 4. Van welk

strafbaar feit is hier sprake?

a)

Verduistering in dienstbetrekking

b)

Huisvredebreuk

c)

Verduistering

d)

Diefstal

26.

Welk dwangmiddel mag een beveiliger onder bepaalde voorwaarden

toepassen?

a)

Onderzoek aan kleding na een aanhouding

b)

Visiteren

c)

In voorlopige hechtenis nemen

d)

Aanhouden

27.

Op welke wijze kan de identiteit van een verdachte worden

vastgesteld?

a)

Personalia en identiteitsbewijs

b)

Identiteitsbewijs en legitimatie

c)

Rijbewijs en bankpas

d)

Legitimatiebewijs en personalia

28.

Wie mag de identiteit van een verdachte vaststellen?

a)

Iedereen die een verdachte van een strafbaar feit heeft aangehouden

b)

Opsporingsambtenaren

c)

Iedereen

d)

Beveiligers en opsporingsambtenaren

29.

Iedereen mag onder bepaalde voorwaarden aanhouden. Aan welke 3

voorwaarden moet zijn voldaan?

a)

De verdachte heeft een overtreding begaan

b)

Er is sprake van een verdachte

c)

De verdachte heeft een strafbaar feit gepleegd

d)

De verdachte heeft bekend het strafbare feit te hebben gepleegd

e)

Er is sprake van ontdekking op heterdaad

30.

Wanneer is iemand voor de wet een verdachte?

a)

Op basis van sterke, aannemelijke geruchten bestaat het vermoeden

dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd

b)

Er zijn feiten of omstandigheden die een redelijk vermoeden van

schuld geven van een gepleegd strafbaar feit

c)

Iemand heeft je verteld dat de persoon een verdachte is

d)

Een rechter heeft iemand veroordeeld voor het plegen van een

misdrijf

31.

Een beveiliger betrapt een inbreker op heterdaad op het moment dat

hij met een hamer een raam van het bedrijfspand inslaat. Mag de

beveiliger de hamer in beslag nemen?

a)

Ja, dat mag omdat de hamer werd gebruikt bij de inbraak

b)

Nee, een beveiliger mag niet in beslag nemen, hij mag de hamer wel

aannemen.

c)

Ja, want een hamer is een verboden wapen voor iemand die geen

timmerman is

d)

Nee, want een hamer is een gewoon gebruiksvoorwerp dat iedereen

in zijn bezig mag hebben

32.

Een bezoeker wordt gefouilleerd voordat hij toegang krijgt tot een

voetbalstadion. Van welke fouillering is hier sprake?

a)

Fouillering op basis van de Gemeentewet

b)

Privaatrechtelijke fouillering

c)

Fouillering op basis van Wet wapens en munitie

d)

Fouillering op basis van de Opiumwet

e)

Veiligheidsfouillering

33.

Wat houdt het dwangmiddel ‘aanhouden’ in?

a)

Een verdachte van een strafbaar feit kort ophouden en hem vragen

naar zijn identiteit

b)

Een verdachte in verzekering stellen

c)

Een verdachte van een strafbaar feit rechtens zijn vrijheid ontnemen

d)

Het onder zich nemen of gaan houden van voorwerpen

34.

Iemand vertelt aan een beveiliger dat Rob enkele minuten geleden

door Arjan werd geslagen en geschopt terwijl Rob op de grond lag. Rob

raakte bewusteloos. Mag de beveiliger Arjan aanhouden en zo ja,

waarvoor?

a)

Nee, een beveiliger mag niemand aanhouden voor ernstige

misdrijven

b)

Nee, omdat er geen sprake is van heterdaad.

c)

Ja, voor poging tot zware mishandeling

d)

Ja, voor zware mishandeling

35.

Een opsporingsambtenaar onderzoekt de kleding van een verdachte

oppervlakkig om te voorkomen dat zijn veiligheid gevaar loopt. Van

welke fouillering is hier sprake?

a)

Fouillering op basis van de Opiumwet

b)

Privaatrechtelijke fouillering

c)

Fouillering op basis van de Wet wapens en munitie

d)

Veiligheidsfouillering

e)

Insluitingsfouillering

36.

Wanneer is iemand geen verdachte meer van een strafbaar feit?

a)

Als hij wacht op een oproep om voor de rechter te verschijnen

b)

Als hij door de rechter is vrijgesproken of veroordeeld

c)

Als de verdachte zeker weet dat hij het strafbare feit niet heeft

gepleegd

d)

Als hij is aangehouden voor het plegen van een strafbaar feit

37.

Een beveiliger ziet een kind van 4 jaar een rol snoep, zak chips en

drinken stelen in de winkel bij de benzinepomp. Wat is in deze situatie

juist?

a)

Een aanhouding is in deze situatie wel rechtmatig, maar niet

doelmatig en daarom houdt hij het kind niet aan

b)

Een aanhouding is in deze situatie rechtmatig en doelmatig en

daarom houdt hij het kind aan

c)

Een aanhouding is in deze situatie alleen rechtmatig en daarom houdt

hij het kind aan

d)

Een aanhouding in deze situatie is alleen doelmatig en daarom houdt

hij het kind aan

38.

Wat is in beslag nemen?

a)

Het onder zich nemen of gaan houden van enig voorwerp ten

behoeve van strafvordering

b)

Het gaan houden van enig voorwerp ten behoeve van strafvordering

c)

Het onder zich nemen van enig voorwerp ten behoeve van

strafvordering

39.

In welk voorbeeld is sprake van ontdekking van een strafbaar feit op

heterdaad?

a)

’s Nachts om 02.00 uur wordt er in je huis ingebroken zonder dat je

het merkt. Bij opstaan om 07.00 uur ontdek je de inbraak

b)

Je ziet dat een man iemand aan het mishandelen is

c)

Je wordt door een verkoopster van een sportwinkel aangesproken die

verteld dat de vrouw die ze aanwijst gisteren een trainingspak heeft

gestolen