WorksheetsArtikel und Possessivpronomen ausfüllen
Total questions: 12
Worksheet time: 12mins
Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord mijn in.
(a) Schwester spielt jeden Montag Tennis.
Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord jouw in.
Wie heißen (a) Eltern eigentlich?
Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord zijn in.
Thomas hat heute (a) Buch wieder vergessen.
Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord haar in.
(a) Freiheit ist sehr wichtig für sie.
Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord ons in.
(a) Lehrer ist 31 Jahre alt.
Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord jullie in.
Wie sieht (a) Straße aus?
Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord hun in.
Heute Abend nimmt (a) Onkel an einem Fußballturnier teil.
Vul de juiste vorm van het bezittelijk voornaamwoord uw in.
Wie heißt (a) Sohn, Frau Merkel?
Vul de juiste vorm van het lidwoord een in.
(a) Mädchen hat mich ausgelacht.
Vul de juiste vorm van het woord geen in.
Nein, ich habe (a) Wasser bestellt.
Vul de juiste vorm van het lidwoord de/het in.
Hast du (a) Zeitung schon gelesen?
Vul de juiste vorm van het lidwoord de/het in.
(a) Belgierin hat gestern Pommes gegessen.
